thema:

LaLaLa

lalala proef
 
 
Typografie is daar waar schrijver en lezer elkaar raken. Een gebeurtenis op een klein gebied tijdens een kort moment waar en wanneer de mededeling zich overzet. Als een handdruk tussen twee personen. Maar geen ontmoeting is dezelfde, ook niet in de typografie.
 
LaLaLa van Melle Hammer is een zorgvuldig samengesteld boeket van eigen, veelal eerder op andere plaatsen gepubliceerde teksten. Hammer heeft ze voor deze uitgave bijgewerkt, herschikt, en wisselt ze af met intermezzo’s van door hem gemaakte beelden. Deze grafische tussenbedrijven zijn in de minderheid omdat Hammer in LaLaLa vooral schrijver is. Hammer beheerst zijn taal en met scherp geformuleerde zinnen construeert hij teksten waarin hij met gevoel en kennis zijn publiek toespreekt. Hij haalt zijn publiek uit hun wereld naar zijn wereld toe, naar allerlei tijdloze situaties, los van een specifieke plek, en schept zo ruimte.
 
In zijn veelal door interieur monologen opgebouwde werelden is het alledaagse ding in zijn boek een van de verbindende elementen. Hij spreekt over hun functioneren, wat ze doen, hoe ze eruit zien en wat ze betekenen. Hoe je op je huisraad kan slapen, een hoedje uit een krant vouwt, over een rommelmarkt dwaalt, hoe een vis kan vliegen, hoe een maaltijd te bereiden valt, en over het afdrukken van je hoofd in ketjap. Over typografie, want dat is ook een ding, en over meer, veel meer. De wereld van Hammer is rijk. Hij is speels, serieus en zijn kijk op de wereld verrijkt, geeft inzicht, verwondert maar verwart ook doordat de situatie zomaar kan ontsporen. De dingen blijken dan toch niet te functioneren zoals wij dachten dat ze functioneerden.
 
Niet alleen kiest Hammer zijn woorden met zorg. Met de plaatsing van de woorden op de pagina, hun afmeting en font geeft hij vorm aan de inhoud. Of beter, geeft hij door zijn typografie een klank aan zijn stem. In LaLaLa zijn allerlei soorten typografie te lezen en te bekijken, want de ondertitel is niet voor niets ‘Typografie Centrifuge Grootboek’. Er is typografie die de lezer ongestoord laat lezen en, waar nodig, uit zijn of haar concentratie haalt. Dan verandert Hammer zijn lezers in kijkers. De letters worden dan dingen die een vorm hebben en van materiaal zijn gemaakt.
 
Zoals in het Kasheeda-project, waar hij in opdracht van Huda Smitshuizen-Abifares met de ontwerper Yara Khoury poëzie in een stedelijke omgeving presenteerde. Het project bracht hem opnieuw bij de vraag, die hij verwoordde met “jarenlang op zoek naar argumenten die een keuze voor een lettertype bij een bepaalde tekst zouden kunnen aansturen, begreep ik dat ook in het Arabisch, afhankelijk van de status of intentie van het bericht, specifieke schrijfwijzen zijn ingericht, zelfs totaal andere alfabetten zijn getekend.” Verder onderzoek bracht hem bij de Egyptische zangeres Umm Kulthum, die haar teksten zo succesvol vertolkte dat zij het publiek volledig opnam in de klank en de betekenis van haar zang. Die betovering noemen de Arabieren ‘Tarab’. Hammer beschrijft Kulthum haar talent met “hoe zij de zelfde versregel binnen de context van één uitvoering op verschillende manieren uitserveert. Ze presenteert met elk lied een letterproef, een typografisch stijlboek”. En als letters klanken verbeelden, zou Tarab zich ook in typografie kunnen manifesteren. Betovering doordat de tekst haar juiste visuele articulatie heeft mee gekregen.
 
Maar Hammer kan het Arabisch niet lezen, keek naar de met de brede pen geschreven letters en zag de overeenkomt met het pastadeeg van tagliatelle. De door hem als flauw grap omschreven gedachtesprong was niet meer flauw en evenmin een grap toen Khoury in de eetbare slierten letters herkende. Door de twee dimensionale tekens driedimensionaal uit te voeren, kregen ze meer zijden dan alleen een voorzijde. De mededeling van de vormen kon daardoor niet meer beheersbaar geladen en gelezen worden en zo ontspoorde hun project. “Definitief onaf” in Hammer zijn woorden.
 
De te lezen zijde van typografie is slechts de voorzijde. Een bewijs daarvoor leverde een ander door hem gemaakte grafische intermezzo, waar typografische collages zijn samengesteld uit platte stukjes metaal die hij vond op straat. Te zwaar om weggeveegd te worden, raapte hij die vormen op die letters konden zijn. Daarna combineerde hij ze, liet ze (soms onleesbare) woorden vormen. Vorm, kleur en materiaal versmolten tot een typografie waarin lezen en kijken strijden om de aandacht. LaLaLa is gevuld met wat daarin mogelijk en onmogelijk is. Hoe gelezen tekst haar opgeroepen binnenbeelden laat combineren met de buitenbeelden van de zichtbare typografie. Hammer’s streven is dat ze elkaar aanvullen tot een rijkere mededeling.
 
Iets meer dan een eeuw geleden splitste de Zwitserse taalwetenschapper Ferdinand de Saussure de mededeling van het woord op in een zichtbaar en een onzichtbaar deel, die volgens hem in hun samenwerking onafscheidelijk zijn. Het zichtbare deel noemde hij ‘de betekenaar’ en het onzichtbare deel ‘de betekenis’, oftewel ‘le significant’ en ‘le signifié’. Wat er aan ontbrak was een derde aspect, dat de Amerikaanse wiskundige en filosoof Charles Pierce presenteerde in zijn theorie. Onafhankelijk van De Saussure en eveneens een eeuw geleden, introduceerde hij in het communicatieproces de ontvanger van de mededeling. Hij noemde deze ‘de interpretant’ en beschouwde die als een even cruciaal onderdeel in het proces van de productie en de ontleding van mededelingen. Het proces noemde hij ‘semiose’ en vond volgens hem plaats in de driehoek die gevormd wordt door het samenspel tussen de betekenis, de betekenaar en het brein van de ontvanger. Maar deze driehoek van mededeling door vorm en begrip is een kwetsbaar proces omdat alle drie de componenten feilloos moeten samenwerken. Kwetsbaar omdat de kennis en de ervaringen van interpretanten altijd varieert, waardoor mededeling en begrip zelden exact met elkaar overeenkomen.
 
Een mooi voorbeeld van een niet geslaagde ‘semiose’ is Hammer’s fraaie kapitale ‘A’, waarvan haar binnenvorm naar beneden is gevallen. Het grafisch beeld meldt de kijker eveneens dat alle andere A’s een wonder zijn, want die ondervinden geen last van de zwaartekracht; hun binnenvormen blijven zweven. Maar het werkelijke verhaal over de pensionering van Ada Stroeve vertelt deze A haar publiek niet. Zonder deze kennis hapert de beoogde semiose en construeert het publiek zijn eigen driehoek, die zwaartekracht is.
 
Hammer noemt de semiotiek niet in zijn boek, maar het spreekt er wel over. Zo beschrijft hij redactionele misverstanden helder en eenvoudig door de Nederlandse auteur P.F. Thomése te citeren met “… elke letter die de schrijver achterlaat, wordt door de lezer anders opgeraapt”. Er zit altijd ruis tussen de schrijver en de lezer. Verderop haalt Hammer ook de beat-generatie auteur William S. Burroughs aan met “… Je komt nooit verder dan een benadering. Helaas.”
 
Twee punten van Pierce’s driehoek zijn wat er gezegd wordt en wat er begrepen wordt. Tussen die twee bevindt zich het derde punt; de betekenaar, bijvoorbeeld de zichtbare typografie. Hammer weet als schrijver, beeldenmaker én als typograaf uit ervaring dat de mededeling nooit ongeschonden overkomt. Maar volgens hem kan de ‘T’ van typografie helpen wat de schrijver te vertellen heeft. Zo stelt hij “Ongeacht hoe, alles wat zichtbaar is brengt de grondhouding van T aan het licht: toont zijn verhouding tot de tekst, tot de lezer, tot de discipline en al het andere waar hij zich op dat moment door liet aansturen: zoals techniek, context, budget, planning, oplage formaat, etc.”. Om te vervolgen met “…als de vorm te nadrukkelijk is dan levert dat uiterst vermoeiende boeken op.” en door af te sluiten met “de grens is smal. De finishlijn onmetelijk breed.”
 
En die lijn is ook breed in LaLaLa, Typografie Centrifuge Grootboek. Bijzonder aan het boek is dat de auteur in het laatste hoofdstuk het zaallicht aandoet en zijn publiek informeert over welke typografische rekwisieten hij voor zijn teksten heeft gebruikt en hoe ze werken. Zo doceert de acteur op het einde van het toneelstuk over het gedrukte medium dat zijn publiek met hun eigen handen vasthoudt. Hij laat zijn toeschouwers nadenken over de typografische voorstelling waar zij naar kijken en eindigt met “In het beste geval dolen we door dezelfde ruimte. Elk van ons in zijn zielseigen cockpit. Vreemd aan de ander die, juist dankzij zijn/haar afwezigheid, een gezicht lijkt te krijgen.”
 
Volgens hem:
“Een woest en ledig gebied. Waar ik je, hoe dan ook, kwijtraak.”
Of toch:
“jou vind.”
 
En vindt de mededeling haar publiek, kan er ook nog sprake zijn van Tarab. De typografie maakt dan een geslaagde handdruk tussen schrijver en lezer, waar Hammer -als drie dimensionale beeldenmaker- zelfs een recept voor heeft.
 
“Een pannetje met twee theelepels water erin.
Zet het pannetje op het vuur en wacht tot het water kookt.
Smelt twee kaarsen.
Vis met een vork de pitten eruit. Het blopt en spat met onverwachte bellen. Lava. Doe het vuur uit.
Terwijl het afkoelt – en het koelt sneller af wanneer je het in een stenen kom overgiet en weer terug en dat enkele keren herhaalt – blijven kloppen tot het schuimt.
Nu is het zacht en warm als een lichaam.
Schep een grote hoeveelheid. Geef me een hand. Kijk me aan.”
 
De stearine samengeperst tussen twee handen maakt het plaatselijke en korte moment van contact zichtbaar, zoals letters tussen de schrijver en zijn lezer. LaLaLa heeft mij gevonden.
 
 
 
alfabet
 
 
LaLaLa, Typografie Centrifuge Grootboek door Melle Hammer
 
De uitgave is te verkrijgen door een bericht te sturen naar xc2me@xs4all.nl of te bellen met +31(0)206239702 en is ook te bestellen via https://tijdschriftterras.nl/boeken/lalala/
 
ISBN 978 90 5188 097 7
222 bladzijden, bijlage 16 bladzijden
gebrocheerd, met steunkleur
2014
 
 
Chris Vermaas ( Amsterdam 1958 ), studeerde grafisch ontwerpen aan de avondschool van de Gerrit Rietveld Academie. Na zijn éénmanspraktijk, vertrok hij voor vele jaren naar het buitenland om te doceren aan verschillende universiteiten. Eenmaal terug in Nederland werkt hij als ontwerper in het mede door hem opgerichte ‘Office of CC’ aan uiteenlopende opdrachten voor het bedrijfsleven, instellingen en particulieren. Hij publiceert regelmatig over verschillende aspecten van visuele communicatie in binnen- en buitenlandse tijdschriften en is als docent verbonden aan de vakgroep industrieel ontwerpen van de Universiteit Twente.

Over de auteur: