thema:

Liefde maakt blind en doof

Vertaling: ,

Adam en Eva leefden een aantal dagen lang gelukkig samen. Adam, die blind was, hoefde nooit de langwerpige klodder van een moedervlek op Eva’s wang te zien, of haar scheve snijtanden, of de afgekloven restanten van haar nagels. Eva, die doof was, hoefde nooit te horen hoe zwakkelijk narcistisch Adam was, hoe selectief vatbaar voor rede en onvertederend kinderlijk. Het was goed zo.

Wanneer ze aten, aten ze appels en na een tijdje wisten ze alles. Eva begreep de zin van het lijden (die is er niet) en Adam vogelde uit hoe het met vrije wil zat (een terminologische kwestie). Ze begrepen waarom nieuwe planten groen zijn, waar een windvlaag ontstaat en wat er gebeurt wanneer een onweerstaanbare kracht en een onbeweegbaar object elkaar raken. Adam zag vlekken; Eva hoorde trillingen. Hij zag vormen; zij hoorde tonen. En op een gegeven moment, zonder erg te hebben in het incrementele proces dat ertoe geleid had, waren ze genezen van hun blindheid en doofheid. Hun wittebroodsweken waren voorbij.

Waar ben ik aan begonnen? vroegen ze zich af.

Eerst ruzieden ze gelaten, toen wanhoopten ze in afzondering, toen gebruikten ze de nieuwe woorden op dubbelzinnige wijze, toen doelbewust, toen verwekten zij Kaïn, toen bekogelden zij elkaar met de nieuwe schepselen, toen kibbelden zij over wie de eigenaar was van de dingen die nooit iemand toebehoord hadden. Ze blèrden elkaar toe vanuit de uiterste hoeken van de tuin waar ze zich teruggetrokken hadden:

Jij bent lelijk!

Jij bent dom en vals!

Zo kleurden de eerste knieën voor het eerst blauw toen de eerste mensen de eerste gebeden prevelden: Verootmoedig mij tot ik het kan verdragen.

Maar God verhoorde hen niet, of negeerde hen, of bestond gewoonweg niet genoeg.

Adam noch Eva hoefde gelijk te krijgen. Noch hoefden zij iets te zien of horen op deze wereld. Geen schilderij, boek, film, dansvoorstelling of muziekstuk, niet eens de groene natuur zelf, kon de zeef der eenzaamheid vullen. Wat zij nodig hadden was vrede.

Op een avond ging Adam op zoek naar Eva, terwijl de pas benaamde dieren hun eerste dromen droomden. Eva zag hem en kwam nader.

‘Hier ben ik,’ zei ze, want zijn ogen waren bedekt met vijgenbladeren.

‘Hij tastte voor zich uit en zei: ‘hier ben ik,’ ook al hoorde ze hem niet door de opgerolde vijgenbladeren in haar oren.

Het werkte tot genoeg genoeg was. Er waren enkel appels te eten, dus Adam bond zijn handen vast met vijgenstelen en Eva propte vijgenbladeren in haar mond. Het was goed tot goed niet goed genoeg meer was. Hij ging naar bed voor hij slaap had en trok de quilt van vijgenbladeren op tot aan zijn neusgaten, die dichtgestopt waren met fijngescheurde vijgenblaadjes. Zij tuurde door een sluier van vijgenbladeren naar haar vijgenbladtelefoon, het enige licht dat in de kamer van de wereld scheen, en hoorde zichzelf luisteren naar zijn moeizame ademhaling. Ze zochten voortdurend manieren om niet bezig te hoeven zijn met de kloof tussen hen in.

En de nietsziende en nietshorende God naar wiens beeld zij geschapen waren verzuchtte: ‘Ze zijn er zo dichtbij.’

‘Dichtbij?’ vroeg de engel.

‘Ze verzinnen voortdurend manieren om zich niet bewust te hoeven zijn van de kloof tussen hen in, maar het is een kloof van niets: een zinnetje of stilte hier, het sluiten of het openen van een ruimte daar, een moment van lastige waarheid of van lastige ruimhartigheid. Meer niet. Ze staan voortdurend op de drempel.’

‘Van het paradijs?’ vroeg de engel, die toekeek hoe de mensen weer toenadering zochten.

‘Van vrede,’ zei God, terwijl hij een bladzijde omsloeg van een boek zonder randen. ‘Ze zouden niet zo rusteloos zijn als ze niet zo dichtbij waren.’

Over de auteur:

De joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (1977) debuteerde in 2002 met het veelgeprezen Everything Is Illuminated (Alles is verlicht), een tragikomische zoektocht naar joodse roots in Oekraïne. Het werd een wereldwijde bestseller en werd verfilmd in 2005. In datzelfde jaar verscheen zijn tweede boek Extremely Loud & Incredibly Close (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij) dat ook werd verfilmd. In 2009 volgde het non-fictie boek Eating Animals (Dieren eten). Na lang wachten verscheen in 2016 zijn nieuwste werk Here I Am (Hier ben ik) over een man die langzaam zijn gezin verliest. De schrijver doceert Creative Writing aan de New York University. Safran Foer schreef meerdere korte verhalen voor The New Yorker, waaronder ‘Love is Blind and Deaf’ in 2015, waarvan de vertaling tijdens een intensieve cursus van de Master Literair Vertalen begeleid werd door Caroline Meijer.

Over de vertalers:

Janne Van Beek (1994) schrijft momenteel haar afstudeerscriptie over het vertalen van gender in Alice in Wonderland. Afgelopen zomer ontving ze een talentbeurs van de Master Literair Vertalen. Ze vertaalde dit jaar met veel plezier werk van Rachel Nagelberg en John Berger voor The Chronicles Projects en EXTRA, en schreef een column voor Filter, tijdschrift over vertalen.

Maaike Harkink (1983) studeerde Communicatie (HU), waarna ze als freelance tekstschrijver werkte. Ze volgde een premastertraject om vertalen te studeren en voltooide de Master Vertalen Engels (UU). Ze schreef onder meer een blog voor Vertaalkriebels.nl en een column voor Filter, tijdschrift over vertalen. Haar liefde voor vertalen begon toen ze betrokken was bij de totstandkoming van het Achterhoeks kinderboek Tante Rikie’s onmundig mooie verhalenboek (2014) waarvoor ze Nederlandstalige teksten in het Achterhoeks vertaalde.