thema:

Recensie Raster 125

index.php

Het allerlaatste nummer van Raster brengt een uitgebreide bibliografie van de ‘Raster’-reeks 1972-1976, van de ‘Raster’-boeken 1994-2002 en vooral een inhoudsoverzicht van alle ‘Raster’-nummers, verschenen van 1977 tot 2008. Elke aflevering wordt in een introotje kort gekarakteriseerd, waarna de volledige inhoudsopgave volgt van de bijdragen over het thema en de losse bijdragen die elk themanummer ook bevatte. Bij de vertaalde teksten staat terecht de naam van de vertaler vermeld. Anders dan bij het ooit uitgegeven register van ‘Raster I’, is afgezien van een genreaanduiding. Iets wat overigens alleen voor moeilijkheden had gezorgd, want een van de kenmerken van de teksten in ‘Raster’ is net dat de klassieke genregrenzen tussen poëzie en proza, essay en verhaal vaak worden overschreden. Er zijn twee registers: een van de auteurs, een van de vertalers. Het is opmerkelijk te zien van wie er allemaal ooit in ‘Raster’ werk is gepubliceerd en vaak voor het eerst vertaald. Het onmisbare bibliografische naslagwerk wordt ingeleid door een aantal reacties van lezers: een voor de jubileumuitgave met een keuze uit honderd ‘Rasters’ (2002) geschreven hommage door Kees Fens, persoonlijke herinneringen aan het tijdschrift van Louis Andriessen, Xandra Schutte (“Raster leerde mij anders naar realisme kijken, leerde mij beter lezen”), Hester IJsseling, Erik Lindner e.a. Chris Keulemans verzamelde een reeks fascinerende notities over het lezen en de lezer, die her en der in het tijdschrift hebben gestaan. Van componist Dick Raaijmakers, die een substantiële bijdrage leverde aan het memorabele nummer over ‘De kunst van de machine’, zijn er twee brieven die zijdelings (en ook uitzonderlijk) licht werpen op het menselijke wel en wee achter de schermen van het tijdschrift. Nu ‘Raster’ geschiedenis is geworden en (hopelijk) meer en meer voorwerp zal worden van degelijke studie, plaatsen een paar redacteuren alvast kanttekeningen bij de wijze waarop het tijdschrift tot nu toe door critici en literair-historici is gepercipieerd. Pieter de Meijer reageert gedetailleerd op het beeld van ‘Raster’ in de Nederlandse literatuurgeschiedschrijving en stelt nogal wat vereenvoudigingen vast in de verhalen die verteld worden. Hij doet ook een aantal voorstellen waar onderzoekers baat bij kunnen hebben, o.m. een benadering van het tijdschrift in internationaal verband. H.C. ten Berge komt nog even terug op de betwiste verhouding van ‘Raster’ tot het intussen zo gesmade ‘ander proza’. Boekverzorger Kees Nieuwenhuijzen, die zelfs het saaie genre van de bibliografie een uitnodigend typografisch kleedje heeft gegeven en sinds het tijdschrift van Ten Berge van de redactie deel uitmaakte, haalt herinneringen op aan de ‘aardige jongens’ die ze waren. De Index is trouwens verlucht met zwart-witfoto’s van redactievergaderingen in Neder- en buitenland. Een mooi ‘afscheidscadeau’ van De Bezige Bij. Ik heb nooit zo gretig in een bibliografie zitten bladeren en (voor- en na)genieten van wat het tijdschrift aan kostbaars heeft geboden. Alleen al de waaier van thema’s is indrukwekkend. Een paar jaargangen zijn intussen op het internet toegankelijk in de DBNL. Hopelijk volgen ze stilaan allemaal, al zal de lezer daar de mooie vormgeving moeten missen. [Erik de Smedt]

Over de auteur:

Erik de Smedt (1953), vertaler en criticus. Recente publicaties: Ann Cotten, Alle zwanen heten Reinhard en andere gedichten (2011), Spiel auf Leben und Tod. Die Auferstehung des Konrad Bayer (2012).