Signalementen maart 2020

Vanaf 2020 zullen op de blog van Terras maandelijks signalementen verschijnen van boeken uit binnen- en buitenland die volgens de redactie onderbelicht zijn gebleven of meer aandacht verdienen.

 

Ellis Meeusen – Faren

In de proloog van Faren vertelt het personage Younes het Oudtestamentische verhaal de vrouw van Lot, die in een zoutpilaar veranderde toen ze omkeek bij de vlucht ui Sodom. Gij zult niet achterom kijken is de moraal, maar doorgaan, vooruit.
Ellis Meeusen schreef Faren als masterproef voor haar opleiding aan LUCA Drama. Het is een stuk voor stemmen, een vertellende monoloog van de jonge vrouw Lucie, die zo nu en dan wordt onderbroken door korte opmerkingen van haar vriend, haar broer en haar moeder. In een haastige roadtrip naar de Mont Ventoux, worden toekomst en verleden met elkaar verbonden. De tocht lijkt uit te lopen op een hopeloze exercitie, Lucie blijkt vast te zitten tussen leven en dood en om hieruit te kunnen ontsnappen blijkt meer nodig dan de in de haast geleende auto van haar moeder.
Faren is een tekst die tegelijkertijd vaart en traagheid, onrust en loomheid ademt. Poëtisch en stuwend.

ik wil eigenlijk fluisteren
dat ik het jammer vind
dat we nu nooit meer
naar de kolibries
in de zoo
kunnen gaan kijken
waarover wij wisten
door urenlange observaties
dat het de enige vogels zijn
die achteruit kunnen vliegen
en dan bedoel ik echt achteruit
niet omkeren en terugvliegen
want dat kan iedereen

Faren is een van de tien teksten van (jonge) Vlaamse schrijvers die in 2020 door De Nieuwe Toneelbibliotheek worden uitgegeven. Connie Nijman maakte voor deze reeks een serie limited edition omslagen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek | 2019 | Nederlands | 86 paginaʼs | € 12,50

 

Arjen Duinker – Akoestiek

Duinkers vorige bundel, Een goudvis (2018), bestond uit louter vragen. Nu dan de antwoorden? Dat zou al te flauw zijn. Maar onmiskenbaar zijn we in deze nieuw bundel voorbij de claustrofobische taalsituatie waarin iedere zin werd afgesloten met een vraagteken: de vraaggedichten hebben plaatsgemaakt voor gedichten voor twee stemmen, zoals de ondertitel luidt. Akoestiek is aanwezigheid. En het minste dat je kunt zeggen van de twee stemmen, die op papier zijn weergegeven in parallelle kolommen, is dat er gereageerd wordt.

Fluister vier min vijf plus zes

Ik hoor iets

Vier min vijf plus zes of zoiets

Net als in eerder werk van Duinker valt er een overvloedig aantal namen, zowel van mensen (bekend en onbekend) als van plaatsen, waarmee relaties, ontwikkelingen en verbanden gesuggereerd worden die nooit landen in een verhaal. Deze gemarkeerde taal blijft maar heen en weer gaan:

Ja wat deed ik in het Fins

Eten als de prins  van Novgorod

Zwaaien naar familie op Culatra

Familie op Culatra

Zwaaien naar nicht Souwie

De montere stelligheid van Duinker zou genoeg moeten zijn om een derde stem tot zingen te brengen.

Querido | 2020 | 80 pagina’s | Nederlands | €18,99

 

Helle Helle – zij

In zij, de meest recente roman van de Deense schrijfster Helle Helle, wordt in korte hoofdstukken en losse fragmenten het leven van een dochter en haar moeder geschetst. Beiden zijn naamloos. De moeder is ongeneeslijk ziek, de dochter gaat naar school en naar feestjes waar ze bier drinkt met vrienden en klasgenoten. Samen richten ze huizen in, zoeken in kookboeken naar recepten om te koken en gaan ze met de bus naar de wasserette.
Elke zin in de roman is in de tegenwoordige tijd geschreven, waardoor de tekst iets absurds en bijna onwerkelijks krijgt met zinnen als: ʻOoit rijdt ze bijna naar Karleby in een zijspan, met wapperende sjaal.ʼ en ʻʼs Ochtends wordt ze wakker omdat haar moeder huilt, zij staat op en gaat naar haar toe, maar ze huilt niet en het is ook geen ochtend.ʼ
Wat is het nu? Alles is nu, alsof moeder en dochter gelijktijdig in de verschillende huizen wonen die beschreven worden. Alsof tijd een ordening is die je net zo makkelijk los kunt laten. Maar ondertussen wordt de moeder zieker en zieker.
De roman zelf is een loop, op de laatste pagina ben je weer bij het begin, op de eerste pagina beland. Niets eindigt in zij, maar tegelijkertijd lijkt niets te blijven bestaan.

Querido | 2019 | Uit het Deens vertaald door Kor de Vries | 176 paginaʼs | € 20,-

 

Kathrin Röggla – Nachtprogramma. Unheimliche verhalen

Dit chapbook (oplage: 70 exemplaren) bevat zeven verhalen van de Oostenrijkse toneelauteur, essayist en prozaschrijver Kathrin Röggla (1971). De uitgave is slechts een amuse, want in december 2020 zal een integrale vertaling van de verhalenbundel Nachtsendung. Unheimliche Geschichtenverschijnen (2016) verschijnen. De laatste zinnen van het openingsverhaal ‘Starter’ typeren de praatgrage maar ook gespannen, door kritieke en precaire omstandigheden geplaagde personages die Röggla haar lezers vaak voorzet:  ‘Ze zouden met elkaar beginnen te praten en geheel automatisch bij verhalen aanbelanden die je nu eenmaal in zulke situaties verwacht. Verhalen die hen nog resten en die ze ietwat nerveus beginnen te vertellen, als een soort van ritueel. Iets dat hun respijt zou kunnen geven, een proces dat hierbinnen, in het vliegtuig met zijn stoelenrijen en vensterraten, onmogelijk lijkt. Ze zouden het ene verhaal na het andere uitpakken.’ Röggla is onverschrokken in het opzoeken en uitspitten van maatschappelijke pijnpunten, zonder daarbij haar verplichtingen aan de taal te verzaken, zoals ook de in Terras #17 – ‘Theater’ gepubliceerde taferelen uit haar toneelstuk buiten waart een duister cijfer rond (vertaling: Ralph Aarnout) illustreerden.

het balanseer | 2020 | Uit het Duits vertaald door Jan Ceuppens, Erik De Smedt, Arne De Winde, Iannis Goerlandt, Hannelore Roth en Michiel Rys | 44 pagina’s | Nederlands | €10,-

 

Bas Jacobs, Akiem Helmling en Sami Kortemäki – 26

Dit korte theoretische boekje over typografie heeft als titel 26, het aantal letters van het alfabet. Dat lijkt misschien logisch, maar in het boekje vragen Bas Jacobs, Akiem Helmling en Sami Kortemäki zich juist af waarom typografen, die zich hun leven lang bezig hebben gehouden met het alfabet, hun boeken meer dan eens beperken tot 25 hoofdstukken. Een voorbeeld van zo’n boek is Gerard Ungers Theory of Type Design, hoewel Unger beweerd schijnt te hebben dat er een hoofdstuk 26 bestaat, dat hij bewust niet heeft opgenomen. De schrijvers van 26 lezen die bewuste weglating als uitnodiging aan de lezer om door te denken en te antwoorden: het is aan de lezer om hoofdstuk 26 te schrijven. Dit boekje geeft gehoor aan die impliciete uitnodiging.
Na een introductie over Gerard Unger, gaan Gottlieb en Gallagher in hun ’26e hoofdstuk’ in op het in 2016 geïntroduceerde zogenaamde SuperFontTM : een digitaal lettertype dat dusdanig variabel is dat het in potentie alle andere lettertypes al in zich draagt. Het lettertype wordt vergeleken met Borges’ bibliotheek van Babel, die bestaat uit boeken met een eindeloze lettervariatie waardoor elk boek, elk meesterwerk uit verleden en toekomst, reeds bestaat. De rol van de schrijver verandert daardoor van schepper van nieuw werk tot vinder van reeds bestaand werk. Hetzelfde geldt sinds SuperFontTM voor de typograaf. Boeiend is ook de beschrijving van de zogenaamde ‘letterbox’, volgens Gerard Unger een deel in de hersenen achter het linkeroor dat mensen in staat stelt om verschillende lettertypes te abstraheren, waardoor we kunnen lezen. De auteurs van 26 speculeren over de mogelijkheid wat er achter het rechteroor zit: ‘A penbox, which allows us to write? A collection of shapes unique to every person?’

Niet in de handel | 2019 | 28 pagina’s | Engels

 

Luc Rasson – Het lijk van de dictator

In 2002 maakte Raster een nummer over de dictator en zijn beeld in de literatuur, Luc Rasson richt nu de aandacht op diens lijk. Rasson, emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen, schreef eerder een studie over de omgang van schrijvers met de totalitaire ervaringen van de twintigste eeuw (L’écrivain et le dictateur, 2011). In zijn inleiding kondigt hij aan ‘de geschiedenis te bekijken door de bril van de literatuur’. Meer dan uit een onregelmatige literaire verwijzing (naar bijvoorbeeld het werk van Kadaré of Cercas) blijkt dat uit een grote gevoeligheid voor grijstinten – niet van morele aard, maar ten aanzien van de poreuze grens tussen leven en dood. Zo schetst Rasson een fraai portret van de laatste maanden uit Mussolini’s leven – naar eigen zeggen bracht hij die door als ‘levend lijk’ – en demonstreert hij virtuoos de onmogelijkheid om tot een betrouwbare reconstructie te komen van de laatste uren van il Duce, de vele getuigen ten spijt. De gekende vraag wanneer het verleden overgaat in geschiedenis, wordt door dit boek zeer lijfelijk geparafraseerd: wanneer sterft eindelijk ook het lijk van de dictator?

Uitgeverij Vrijdag | 2020 | 414 pagina’s | Nederlands | €29,95

 

Erik Schaap – De levens van Johnny de Droog, verzetsman en verrader

De levens van Johnny de Droog is misschien wel één grote demonstratie van de betrekkelijkheid van het levensverhaal, van het reconstrueren van een leven aan de hand van getuigenissen en documenten. Erik Schaap zal zijn boek niet met die insteek hebben geschreven, maar is zich wel degelijk bewust van het gladde ijs waar hij zich als biograaf op begeeft met dit boek. Elke biograaf is grotendeels aangewezen op archieven, documenten, administraties en getuigenissen, maar als die zo onbetrouwbaar blijken te zijn als in het geval van ‘verzetsman en verrader’ Johnny de Droog, die zichzelf actief mystificeerde – aanvankelijk om te pochen en later steevast om verzetsleden te manipuleren – dan ontstaan er onvermijdelijk lacunes in het levensverhaal: ‘Controleerbaar bleken zijn sappige en gedetailleerde verhalen zelden, genietbaar wel. Feiten en wetten waren bij Johnny de Droog van ondergeschikt belang. Het maakt dat zijn omzwervingen in de twintiger en dertiger jaren moeilijk te reconstrueren zijn. Zo verbleef hij volgens verschillende bevolkingsadministraties tegelijkertijd in Amsterdam en Den Haag.’ Het leven dat uit de documenten spreekt blijkt zich dus zomaar op te kunnen splitsen in twee levens. De onmogelijkheid van dat gespleten leven duidt eens te meer aan dat documenten bepaald niet altijd de waarheid staven, maar evengoed een fundament voor fictie kunnen zijn – en bovendien dat authentieke verhalen vaak weinig van doen hebben met waarheid. Johnny de Droog verrichtte verzetsactiviteiten en koos er vervolgens voor een ander pad op te gaan, door te gaan werken voor de Sicherheitsdienst. Johnny de Droog leidde een meervoudig leven; zijn dood kan zelfmoord, moord vanuit het verzet en moord vanuit de Sicherheitsdienst geweest zijn. Daarover kan zelfs dit goed gedocumenteerde boek geen uitsluitsel geven.

Uitgeverij Oevers | 2020 | 320 pagina’s | Nederlands | €21,95

 

Tanguy Viel – Icebergs

‘Dit boek is (…) een vis, misschien zelfs een alg. Zijn biotoop is die van de volle zee: hij leeft in wat oceanografen de fotische zone noemen, daar waar het nog mogelijk is dat er wat zonlicht doordringt dat de fauna bevloeit, voordat de nachtelijke diepte intreedt.’ Dat schrijft Tanguy Viel in zijn essayboek Icebergs. De vermenging van metafoor, abstractie en tastzin uit het citaat zijn typerend voor het hele boek, waarin doorwrochte essays staan met titels als ‘De duivel van het citeren’, ‘In de afgronden’, en ‘De vlucht der ideeën’. De taal van Viel is ongrijpbaar en lijkt, als water, niet alleen aan de handen van de lezer te ontglippen, maar ook aan die van de schrijver zelf. Aan het woord in deze van eruditie sprekende essays is een denken dat zich verbaast over de vormen die het zelf zoal kan aannemen. Via een keur aan canonieke figuren als Cicero, Robert Burton, Bergson, Proust, Virginia Woolf en Borges (om er maar een paar te noemen) verkent Viel in deze essays ‘les machineries de l’esprit’. In Terras #19 ‘Water’ zal een essay uit Icebergs in vertaling verschijnen.

Les Éditions de Minuit | 2019 | 126 pagina’s | Frans | €13,-

 

Maylis Besserie – Le tiers temps

‘Het gaat niet om de zoveelste biografie van Beckett, noch om het tonen van het verval dat met de ouderdom komt; het gaat om een roman, met alles wat daarbij komt kijken: fictie, verbeelding, verzinsels.’ Dat schreef een recensent over Le tiers temps, de debuutroman van radiomaker en journalist Maylis Besserie (1982). In die roman wordt de oude Samuel Beckett ten tonele gevoerd, die zijn laatste dagen slijt in het Parijse rusthuis genaamd ‘Le tiers temps’. In dat rusthuis wacht hij op zijn einde, alvorens hij naar het Saint-Anne ziekenhuis wordt overgeplaatst, waar hij in diepe coma raakt en overlijdt. De titel van de roman is niet alleen temporeel op te vatten als ‘de derde en laatste levensfase’, maar ook als ruimtelijke verwijzing naar Becketts ‘laatste’ verblijfplaats aan de Rue Rémy-Dumoncel, in het veertiende arrondissement van Parijs. In de roman wordt de langzame aftakeling van Beckett zichtbaar gemaakt. Zijn herinneringen worden steeds minder scherp, minder afgetekend, delirischer, het Engels vermengt zich steeds meer met de taal van zijn literaire toevluchtsoord, het Frans, en langzaam krijgt Beckett in deze roman de trekken van één van de vele oude, afgetakelde mannen die zijn oeuvre bevolken – zo liet haast geen enkele recensent na om op te merken. Het ligt er misschien iets te dik bovenop, al slaagt Besserie er in het algemeen vrij goed in niet in de val te trappen Becketts stijl te willen imiteren.

Gallimard | 2020 | 184 pagina’s | Frans | €18,-

 

Bernke Klein Zandvoort – Het fragment, een boom en de letter O

Tussen 26 januari en 8 maart 2020 liep in Nieuw Dakota in Amsterdam The Alphabet of Lost Order, een tentoonstelling van Lex ter Braak. Bernke Klein Zandvoort schreef bij die tentoonstelling een korte tekst getiteld Het fragment, een boom en de letter O. De uitgave bestempelen als een catalogusfolder is wat al te oneerbiedig, het een bibliofiele uitgave noemen wat te veel eer – het houdt het midden tussen die twee. Bij de tentoonstelling kregen vijf gastcuratoren de mogelijkheid om uit een bepaald aantal werken van Ter Braak een tentoonstelling te cureren in samenspraak met de kunstenaar zelf. Klein Zandvoorts tekst is een persoonlijk getint journalistiek verslag van drie bezoeken die ze bracht aan Ter Braak in zijn atelier. Ze beschrijft de prikkelende gedachtewisselingen die ze met hem had, onder andere over Ter Braaks werken in lagen (van bijvoorbeeld folie, verf, foto-afdrukken). ‘Door te werken met verschillende lagen wil ik de boom aan de boom teruggeven, maar het ook een beeld laten zijn,’ zegt Ter Braak. ‘Maar het blijven portretten van bomen.’ Ook ging het gesprek over de vraag welke kunstvorm nu aanspraak maakt op de waarheid en welke niet, en over de functie van het fragment in polaroids, fotografie en de schilderkunst. Taal moest zoveel mogelijk afwezig zijn in de tentoonstelling, vond Ter Braak, maar voor ‘een tentoonstelling waarin weinig woorden aanwezig zullen zijn, hebben we het in alle gesprekken opvallend veel over taal.’

Niet in de handel | 2020 | Nederlands | 4 pagina’s

Over de auteur:

Terras staat onder redactie van Tommy van Avermaete, Anna Eble, Fyke Goorden, Renée van Marissing en Lisa Thunnissen. Vormgeving: Herman van Bostelen