thema:

To eat the postcard

Beeld: Ruth Verraes

afvoeren

the boy really felt the need to eat the postcard

afvoeren vernietigen

afvoeren vernietigen

—–

 

In de gang stond in bruin pakpapier, een groot, rechthoekig kader achteloos tegen de muur. De achteloosheid waarmee het er stond, werd versterkt door het witte A4’tje dat er met transparante plakband op was bevestigd en waarop met rode ballpoint, in blokletters, grote woorden waren geschreven. De gang was, in vergelijking met de ruimte waar die op uitgaf, slecht verlicht. Er stonden nog wat kleine lijsten tegen de muur. Een a4’tje dat naast het pak op de achterkant van een lijst hing, trok mijn aandacht. Er stond op: ‘foto vernietigen’. De grote pijl onder de tekst wees naar het pak. De pijl was met balpen een aantal keer overtrokken. De ballpoint is immers niet geschikt voor grote woorden. Dit geheel aan achteloosheid trok mijn aandacht.

ruth nl bank

Ik was voorbij de detector poortjes in de Nederlandsche Bank op weg naar een expositie waaraan 365 kunstenaars hadden deelgenomen. Ik wist niet wat ik kon verwachten. Wat ik wel wist: de kunstenaars hadden allen dezelfde opdracht gekregen. De opdrachtgever was kunstenaar Joanneke Meester. Zodoende was het geheel van kunstwerken ook haar kunstwerk geworden. Zij had met de afbeeldingen van de werken, een jaarloze scheurkalender gemaakt. Voor elke invulling van de opdracht een dag. En die opdracht had geluid: doe iets met of reageer op de zin: ‘I am not doing anything until I feel the need’. Een even kloppend als wringend concept. Wringend: de zin begint met een ‘I’ waardoor de woorden in de mond van de kunstenaar worden gelegd. Wringend ook vanwege de ongedefinieerde grote uitspraak die als kromme zin weinig handvatten biedt de zin goed te interpreteren. Maar een opdracht principieel afwijzen zou een gemiste kans zijn, de kunstenaar kreeg immers de kans te reageren. De zin, persoonlijk (Joanneke Meester herhaalde deze zin in haar prive leven als een mantra en sleepte zich zo door een crisis) en algemeen (het woord ‘need’ is een totaal ondefinieerbaar containerbegrip en daardoor vrij interpreteerbaar) kon evengoed ter zijde worden gelegd. Elk maken en maaksel zou de zin opnieuw bevestigen. Zo maakte de opdracht opnieuw schrijnend duidelijk hoezeer de taal zijn macht uitoefent over de kunstenaar en niet andersom. Ik keerde op mijn schreden terug naar het pak in de gang van de Nederlandse Bank.

Het A4’tje dat op het bruine pak was getaped, bleek een zwart-witte laserkopie van een foto. Een kopie herken je aan het dwingende witte onregelmatige kader waar elke aflopende foto in het kopiëerpoces aan wordt onderworpen. De verticale witte rand was hier goed benut. In letters van rode ballpoint stond hier het woord AFVOeReN geschreven. Het woord leek een opdracht aan de voorbijganger. Iets wat niet mocht worden vergeten, zoals ik weleens op mijn voordeur een herinnering aan mezelf plak: dinsdag 12u tandarts!!! De woorden haastig in balpen geschreven, een brief met geen ander doel dan te herinneren, een verlengde van het geheugen.

Op de foto stond dezelfde gang van de Nederlandse Bank. Op de plaats van het bruine pak staat een afdruk van een foto in groot formaat. Een ander opmerkelijk verschil is de aanwezigheid van een man in de gang. Zo lijkt het alsof ik te maken heb met een scene die mijn bezoek vooraf ging. Ik word voyeur van een scene die ik niet begrijp. De man in pak stelt zich schrap en maakt een groot gebaar, mogelijk heeft hij een grote stift in de hand waarmee hij een lijn over het werk trekt. ‘Vernieling’ denk ik meteen. Ik denk het of lees het. Er staat immers horizontaal op het a4’tje: VERNIETIGEN! Ook dit weer in de karakterloze inkt van de ballpoint. Een rode deze keer.

Afvoeren, vernietigen en nogmaals: foto vernietigen! De woorden geven een grote urgentie prijs. Daardoor kun je twijfelen over de inhoud van het pak. Waarom zou je immers iets inpakken wat toch vernietigd dient te worden, tenzij het gevoelige informatie bevat? Maar waarom dan een afbeelding op het pak? Ter misleiding? En de man? De vernieldende gebaren? Het uiteinde van de das van de man wipt door zijn beweging een beetje op. Een grapje van de kunstcommissie? Betreft dit een foto die uit de collectie is gehaald, en nu eindelijk eens echt dient te worden afgevoerd? Een foto van de ‘directeur’ die het werk dan maar zelf vernietigd, maakt het woord hard. Of is het juist een sprankelende installatie van een kunstenaar die nu in de collectie wordt opgenomen?

Er zijn raadsels die je een raadsel moet laten. De reden dat ik dit raadsel tot raadsel laat is de schaamte waarmee ik werd overvallen. Er zijn immers tal van mogelijke lezingen en scenario’s hier aan te koppelen, en geen van allen geeft een bevredigend antwoord. De schaamte betreft de confrontatie met zo mogelijk een eigen gebrek aan inbeeldingsvermogen.

Als kind wou ik altijd een roze fiets. Voor de Nederlandse bank staat een wit omrand vlak waarin je je fiets kunt plaatsen. Frank Starik tekent een wit vlak op een papiertje met daarnaast de tekst:

 

Je vroeg me om een bijdrage

aan een project dat beweert dat

een echte kunstenaar pas in beweging komt

als hij daartoe de innerlijke noodzaak voelt

maar hoe langer ik erover nadenk

des te meer het idee dat me tegenstaat:

ik maak voortdurend dingen

omdat iemand daarom vraagt

en ik doe dat graag

 

Enerzijds moet ik beweren

dat ik pas in beweging kom

als iets me echt raakt

anderzijds moet ik bewegen

omdat je me dat vraagt

 

Dus draai ik je om en beslaat

mijn bijdrage uit innerlijke noodzaak

een lege pagina

 

De roze fiets heb ik nooit gekregen. Het moet niet moeilijk zijn een kind een roze fiets te geven en het daarmee te plezieren. Toen ik de gouden fiets van mijn zus mocht overnemen, omdat zij die was ontgroeid, kon ik me niet meer inbeelden ooit een roze fiets te hebben gewenst. De gouden fiets was een lelijke fiets vanwege zijn afwijkende verhoudingen. Daardoor straalde de fiets traagheid uit. Niet iets waarmee ik me wist te identificeren. Het goud was een matte laag verf die de fiets iets vlaks en ouderwets gaf. Het mag duidelijk zijn dat geen ander meisje van zes zo’n onding bezat. Dat vervulde me, ondanks de gemengde gevoelens of het een mooie fiets betrof, met trots. De gouden fiets ging mijn voorstellingsvermogen voorbij. Hoe zit het dan met de foto van de foto van de gang van de man. En de verontrustede woorden als een dringende taak waar je niet te lang voor stil mag staan. Interessant niet? Waarom die schaamte? Ik kan de reden net niet grijpen, al begrijp ik hem wel. Het heeft met de voorstelbaarheid te maken van elke mogelijke vorm van een kunstwerk. Dat het kunstwerk alles kan zijn, buiten het voorstelbare om. En dat dit ‘buiten het voorstelbare om’ voorstelbaar is geworden en algemeen aanvaard. Want in dit onvoorstelbare scenario is het geheel van het bruine pak met achteloze velletjes papier en de dringende boodschappen, mogelijk een kunstwerk. Het feit dat ik deze mogelijkheid ook bedacht, ontgoochelde meteen. Alsof ik me niet meer kon laten verrassen. En dat ik zelfs niet door deze achteloze opstelling verrast kon worden. De schaamte welde op toen ik nadacht over de mogelijke opzet van het geheel. Daar geplaatst met niets anders dan de opzet mij ervoor stil te doen staan.

Ik vergat het voorval in de gang meteen, probeerde in de werken van de 365 kunstenaars een opzienbarend werk te ontdekken, maar alles deed zich voor als een grote brij. Later in de middag bezocht ik dezelfde tentoonstelling in de centrale Bibliotheek. In tegenstelling tot de opstelling in de Nederlandse Bank, waren alle ingezonden werken netjes geordend achter glas. Dit bracht rust en inzicht, je kon de werken afzonderlijk lezen. Hier en daar zag je de moeite van de kunstenaar met de opdracht. Een enkele keer wordt er rechtstreeks op het karakter van de zin of de inhoud gereageerd. Maar uiteindelijk was het de kookboeken selectie van de bibliotheek die me een uitweg gaf. Aan deze zin kon ik geen enkele artefact-waarde vinden, en ik sloot me er schaamteloos meteen bij aan:

RUTH OBA

 

I am not doing anything until I feel the need van Joanneke Meester is te zien tot en met 6 januari 2015 in de OBA, Oosterdokskade 143 in Amsterdam en was tot 28 november 2014 te zien in De Nederlandsche Bank (Amsterdam)

Over de auteur:

Ruth Verraes (1980, BE) is kunstenaar en woont en werkt in Amsterdam. Ze studeerde aan het Sint-Lucas (MA) in Gent en de Rietveld Academie (BA) in Amsterdam. Recente exposities en presentaties: So it must be a stone (Belgische ambassade, Den Haag 2014), Het ding dat begint begint (C&H art space, Amsterdam 2013), So sieht es aus (met Nana Kreft, Axel Obiger, Berlijn 2013). www.ruthverraes.com