Langs de straat zijn de bomen als grote verlaten bezems (Claude Lévi-Strauss)
Wie dat wil nou die gaat maar terug
Alleen of in een meute schooiers
Ga terug naar jullie straten van stank
en koud vlees
Dat hij door iemand bekeken werd
door de ander uitgebuit
Dat de schaduw op de stoep
hem geen bescherming bood.
Willen jullie dansen met de bruid?
Is er hier soms niet genoeg?
Dit is de dank van het varken
Dat in het meloenveld wroet.