Bij ‘The Grass’ en andere gedichten van Jeffrey Yang
In een van haar essays legt Gertrude Stein quasi-anekdotisch uit dat ze pas begreep wat poëzie was toen ‘a very much older brother’ van haar naar wat gras keek. Door zijn ogen zag ze niet gewoon een lapje gras, maar een wereld op zich ‘filled with birds and bees and butterflies.’ Het geheim van die broer? Kijken met liefde. ‘[B]eing in love made him make poetry, and poetry made him feel the things and their names, and […] nouns are poetry.’1 De verliefde geliefde broer is Walt Whitman, die met Leaves of Grass de (Amerikaanse) wereld nieuw wilde maken door er zich in neer te vlijen.
Het is onmogelijk om bij Jeffrey Yangs ‘The Grass’ niet aan Whitman en zijn uitlopers te denken. In ‘The Grass’ nochtans geen ik-figuur die zichzelf bezingt, geen lichaam onder hoogspanning, geen nationalisme. Wel veel gras. Als Whitman het over gras heeft dan eist hij een harmonie op tussen natuur en maatschappij:
The prairie-grass dividing, its special odor breathing,
I demand of it the spiritual corresponding,
Demand the most copious and close companionship of men2
Yang, echter, vraagt dat de prairie de prairie mag zijn. De namen waarmee … lees meer