Verborgen in het Catalaans
Een varken dat op straat dicht bij de
grond scharrelt, zonder modder.
Een bijna te lange trap van marmer.
Wie de taal van een land niet spreekt,
denkt ook dat andere dingen niet kloppen.
Planken vol kaas. Een geparkeerde autobus.
Rukken aan een deur, als die op slot is.
Kaduke regenpijpen.
Vuilniswagentjes voor overtollige planten.
Geluiden van auto’s en emmers, ’t klinkt
ongemakkelijk, alsof je het eerst moet
vertalen.
Een gele schaar op een tafel.
Strepen op een muur.
Een gebladderd bord met verboden in te
rijden, in een verlaten straat.
Moet ‘t uit het Catalaans gehaald
worden voor je ‘t goed kunt zien?
Etalagepop met zilveren benen.
Plakband. Een verroeste ladder.
‘t Ziet er verborgen uit, terwijl
je het vlak voor je ziet.
Groentetuintjes tussen een fabriek en
een kerkhof.
En als er dan ergens xim-xim of iets
met nog meer x-en staat, verergert ’t
de breuk met je omgeving alleen maar.
Tafel met vis, hoe krijg je die uit
het Catalaans om ze te kunnen zien.
Tafel met fruit, tien soorten ham
achter je rug, alsof al die dingen
apart gebeuren. Regendruppels op een
plein met palmbomen. Iemand roept
iets, een vrouw draait zich om. Hand
omhoog, de wapperende vlag, het
rollende blikje eronder. De twee
mannen die er niet naar staan te
kijken op het gietijzeren balkon.
Haven, kade, wimpel, boulevard,
dit is een plek voor een rijschool.
Even geen bomen. Wel een hangslot
op de vloer van een overdekte galerij.