thema:

Landkaartgedichten

Vertaling:

111

Baudelaireland. Hitte. Heuvels zonder goud. Verbijsterd dat er links en rechts daarvan ook maar iets gebeurd is.

Ranches gebouwd op de hoop die door de families van die ranches al lang is vergeten.

Vallei in de zin van vallei waar je de bergen niet kunt zien van waar het water in de niet zo heel koude winter eenmaal koud uiteindelijk doorstroomde.

Twijfel.

 

137

Kleine mannetjes uit de ruimte en wezens die kikkers eten. Toeristenhotel sinds 1900 voor wonderzoekende toeristen.

Daaronder aan alle kanten liggen treinrails die nooit de berg Shasta op gaan.

Als ze iets hebben verborgen is het hier. Maar lager, waar je kunt komen, zijn er dolle herten, die jou en de verborgen monsters ontglippen.

Een oligarchie van liefde.

 

155

Altijd een rivier in je rug. Dode kolenmijnwerkers. De aarde komt aan de oppervlakte hier.

Impermanentie en standvastigheid.

Het groot vee dat graast op heuvels die er te klein voor zijn en de druiven die waar ze druiven zijn niet helemaal gelukkig lijken. Te dicht bij de aarde.

Port of Stockton, honderdmiljoen kilometer van China.

 

185

Een brug naar wat, vraag je. Er staat geen brug op de kaart. Is dit allemaal niet samengesteld uit duinen.

De lichten flikkeren van de duinen van Golden Gate Park naar de duinen van San Rafael over een baai die ooit een duin was.

Geen kustlijn slechts door bomen gemarkeerd.

De oranjekleurige snelwegen vallen in je hand uiteen.

 

217

‘Ik heb het gevonden,’ zei hij, toen hij uitgleed over de zeep in zijn badkuip.

Een haven die nooit helemaal een haven was, nabij goud dat nooit helemaal goud was, en de cipressen altijd op de terugtocht wegstronkelend van menselijke dwaasheid.

‘Wat heb je gevonden?’ Ik heb niets gevonden. Een vissersboot en een vrachtboot en een paar mannen op een heuvel de bomen links een beetje goud zevend.

De liefde doet de ontdekking die de wijsheid achterlaat.

 

 


Lees ook het voorwoord van de vertaler: Dichtbundels als gemeenschappen door Joost Baars.

Over de auteur:

Jack Spicer (1925-1965), dichter die wordt gerekend tot de zgn. San Francisco Renaissance. Postume publicaties: Robin Blaser (ed.) The Collected Books of Jack Spicer (1975), The Tower of Babel: Jack Spicer's Detective Novel (1994), Peter Gizzi (ed.) The House That Jack Built: The Collected Lectures of Jack Spicer (1998; 2 delen), Peter Gizzi en Kevin Killian (ed.) My Vocabulary Did This to Me: The Collected Poetry of Jack Spicer (2009).

Over de vertaler:

Joost Baars (1975) is dichter, essayist, programmamaker en boekverkoper. Zijn chapbook iemand anders verscheen als onderdeel van zijn reeks Halverwege Chapbooks. Daarnaast werden zijn gedichten gepubliceerd in onder andere Het Liegend Konijn, blue-turns-grey en Revolver. Hij schrijft stukken over poëzie voor Poëziekrant en Awater en maakt programma's met literatuurfestival Read My World en poëziepodcast VersSpreken. Eerder verschenen zijn vertalingen van Dorothea Lasky, Kenneth Koch en Robert Creeley, en momenteel werkt hij aan vertalingen van werk van Lauren Shufran en Kazim Ali.