thema:

Over bewegingstheater BEWTH (1967-2003) en een bijproduct

BEWTH maakte theater op locatie. In die zin dat de locatie ook werkelijk het onderwerp van de voorstelling was, en niet alleen maar als aantrekkelijk decor diende voor een ook wel elders te maken voorstelling. De ware hartstocht was het tonen van gebouwen in hun ruimtelijke schoonheid. Zoals de schilder Saenredam dat deed in de zeventiende eeuw. 

Van 1967 tot 2003 ontwierp de groep 126 theaterproducties. Dat kon gebeuren in middeleeuwse kerken maar ook latere architectuur van bouwmeesters als Van Campen, Berlage, Dudok, Van Schijndel, Ellings,MendiniCahen en Quist werd hovaardig respectvol gebruikt. 

Alle producties waren unica, speciaal voor het betreffende gebouw ontworpen. Ze werden in lange reeksen voorstellingen gespeeld. Dat moest ook wel want er kon per voorstelling maar een beperkt publiek aanwezig zijn. Immers, de keuze van de gezichtshoeken van waaruit de toeschouwers de voorstelling en het gebouw zouden waarnemen was de belangrijkste artistieke beslissing in het repetitieproces. Om die plekken ‘adembenemend’ te krijgen konden ruimtelijk gezien dikwijls maar twintig tot vijftig toeschouwers per voorstelling worden toegelaten. Zelfs werd een productie op de bovenste verdieping van de Vleeshal in Haarlem om die reden slechts voor één bezoeker gespeeld. En om het helemaal te completeren werd er op de valreep van ons bestaan nog in 15 prachtige gebouwen voor niets en niemand gespeeld.  

In dit nummer van Terras geeft Roeland Fossen, die de groep jarenlang fotografeerde, daarvan een beeldende getuigenis. 

Een bijproduct 

BEWTH was een bewegingstheater, dus werkten er mimespelers en dansers. Het credo luidde: door beweging ruimte zichtbaar maken, en ook alle andere theatrale middelen zoals licht, muziek, kostuum en objecten stonden in dienst van dat beginsel. Het was dus beslist geen woord- of teksttheater. Maar toch heb ik bij BEWTH mijn debuut als dichter kunnen maken. Bijna onzichtbaar werden in de eerste jaren op de affiches van Willem Hekkema kleine tekstjes geplaatst en in folders vreemde verhalen gezet die allemaal gemeen hadden dat zij beslist niet over de voorstelling gingen, ja vooral geen uitleg gaven. 

Ik heb als speler, sjouwer, regisseur en in vele andere functies bij BEWTH kunnen werken. Maar het schrijven van die teksten die later gedichten bleken te zijn was in al zijn anonimiteit een geheimzinnig genoegen. Een paar voorbeelden: 

 

gekropen  

veegt de hand de palm schoon van 

de schaduw van de vingers 

en lost hen op 

 

hurkend op lijf 

schortend  

de hemel in 

 

boomdraagblad 

fiere 

miniature 

 

Toen BEWTH ophield te bestaan had ik nog een aantal voor de affiches en folders bestemde teksten klaar liggen die nooit zijn gepubliceerd. Werd mijn eerste uit 1967 stammende BEWTH-tekst, een kamer/zoals een kamer’, veel later mijn eerste publicatie in de echte wereld van de letteren, en wel in Raster nr.14 in 1980, zo is het een wonderlijk toeval de restanten uit die tijd nu in dit nummer van Terras te zien, een laat na-ijlende echo. 

Maar de foto’s van Roeland Fossen tonen de ware aard van het werk van deze wonderlijke theatergroep. 

Zie voor de geschiedenis van BEWTH, en fotografie van Willem Hekkema, Thomas Tol, Oscar van Alphen en Roeland Fossen: www.bewth.nl.  Verder de (foto)boeken BEWTH voltooid en BEWTH, 15 onvoltooiden in  foto, door Carol Schade en Ben Zwaal, uitgeverij Thoth, Bussum. 

Over de auteur:

B. Zwaal (1944) is dichter en was regisseur bij bewegingstheater BEWTH. Hij publiceerde fiere miniature (1984), bos in ‘t rot (1986), loofhut morelle (1988), dwang parasang (1990), delta methusalem (1993), dat vat (1996), zee bestookt (1999), een drifter (2004), zouttong (2008) en oever drinkt oever (2013).