thema:

Vertaaleiland

Vorige zomer stonden we op een zonnige dag op het Deense eiland Als te wachten bij de veerboot naar Fyn. Dat is ook een eiland maar doordat het groot is en door bruggen verbonden is met aan de ene kant Jutland en de andere kant Sjælland voelt dat minder zo. Hetzelfde geldt voor Sjælland dat met een brug verbonden is met Zweden en de zuidelijker eilanden Falster en Lolland en over een paar jaar ook met Duitsland. We tuurden door onze kijkers en vroegen ons af of het eiland dat we zagen inderdaad Ærø was, het eiland waarop schrijver Solvej Balle woont. Ik pakte mijn telefoon erbij en keek op Google Maps. Het zou kunnen dat het de zuidpunt van Ærø was, maar zij woont aan de andere kant, in Marstral. En die vage streep aan de horizon, was dat Drejø misschien, het piepkleine eiland van twee bij vijf kilometer, waar we lang geleden een kerstvakantie doorbrachten in een oud boerderijtje? Als je je armen spreidde kon je het hele eiland als het ware omvatten.  Ook vanuit daar kon je in de verte de contouren ontwaren van Ærø, dat vele malen groter is en als een langgerekte vlek in het water tussen Duitsland en Denemarken ligt. Alleen wisten we toen nog niet dat Solvej Balle daar woonde – ze zou pas twee decennia later aan haar septologie Over de berekening van ruimte beginnen, waarvan wij de vertalers zouden worden.

Minder lang geleden verbleven we twee weken in het Baltic Center in Visby op Gotland. Op dit Zweedse eiland in de Oostzee werkten we aan de vertaling van een roman van Dag Solstad. Met uitzicht op de fraaie torens van de Domkerk van het vestingstadje met zijn oude gebouwen, ruïnes en woelige geschiedenis bewogen we mee met hoofdpersoon Björn Hansen die een tamelijk onnavolgbaar plan uitvoerde. Het verhaal speelde zich weliswaar af in Kongsberg, ten zuiden van Oslo, en niet op een eiland, en toch paste de sfeer er goed bij. Het wereldje van deze Bjørn Hansen was klein en werd steeds kleiner. Nu is Gotland aanzienlijk groter dan Drejø of Ærø, maar weer veel meer een eiland dan Fyn of Sjælland, het is en blijft een stuk land omgeven door water waar je niet zomaar van af kunt.

We maakten een uitstapje naar het eilandje Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt en gewoond heeft, zelfs begraven ligt. Dat is een van de bijzondere en leuke kanten van vertaler zijn, ook op reis ben je bezig om je kennis van land en volk, zoals ik dat dan maar noem, te vergroten. Je kunt nooit alles weten, al kun je tegenwoordig bijna alles online vinden, maar de sfeer proeven en zoveel mogelijk plekken bezoeken zijn toch manieren om je bij het vertalen beter een voorstelling te kunnen maken van het werk dat je onder handen hebt. Zelfs al speelt dat werk zich op een heel andere plek af.

Tijdens een kampeervakantie gingen we op onderzoek uit langs de kust van Jutland. We wilden het plaatsje Velling uit de roman Meter per seconde van Stine Pilgaard, die we aan het vertalen waren, wel eens zien. Het ligt niet op een eiland maar wel vlak bij een fjord en bij de Noordzeekust. Ook daar hoge luchten, golven en wuivend riet. De snackbar waar de rijinstructeurs uit de roman elkaar ontmoetten hadden we online wel gevonden maar daar zelf de parkeerplaats oprijden en er gaan zitten met een bord patat, dan heb je echt het gevoel een roman binnen te stappen.

Hetzelfde gevoel kregen we toen we een paar dagen op Fanø bij een vriend in een schrijvershuis logeerden en de hondjes voor de ramen zagen staan die Dorthe Nors beschrijft in haar boek Langs de kustlijn en over de kleine kronkelpaadjes liepen die ze eveneens uitvoerig benoemt. Vervolgens voeren we weer naar Esbjerg en reden nog iets noordelijker langs de Noordzeekust waar we de kerkjes bezochten die Dorthe Nors ook heeft beschreven. In een zo’n kerkje zat zowaar een Nederlandse toerist met het boek in onze vertaling in haar hand. Ze gebruikte het boek als een reisgids. Wij op onze beurt deden aan een soort na-onderzoek, want de vertaling zelf kwam vooral tot stand in een ingesneeuwd huisje in Zweden, op Texel en in ons eigen huis. Dorthe Nors beschrijft een soort geheime hut die haar ouders vroeger al huurden als zomerhuisje en die nog steeds in de familie is. Omdat ze vanuit een persoonlijke beleving schrijft, is haar tekst geen routebeschrijving. Dus zochten we herkenningspunten, namen even als zij grote sprongen en vonden de geheime plek stiekem toch (denken we). We maakten de overtocht met een pont naar de andere kant van de Limfjord, en al is de kop van Denemarken geen eiland, het voelt wel zo.

Knut Hamsuns voetsporen zochten we in het noorden van Noorwegen toen we een paar dagen konden verblijven in een huis in het gehucht Oppeid en we het Hamsun Centrum bezochten omdat we zijn roman Honger aan het vertalen waren. Hamarøy is misschien niet echt een eiland, maar in het gebied ten zuiden van de Lofoten zijn zoveel fjorden, baaien en rotsige landtongen dat het moeilijk te zien is waar het vaste land eindigt en een eiland begint. Als je eenmaal de massieve groene berg hebt gezien die achter Hamsuns ouderlijk huis oprijst of het houten huis bij een klein strandje dat aan het einde van de negentiende eeuw een drukke handelspost was waar de jonge Hamsun bij een oom werkte, krijg je onherroepelijk het gevoel dichter bij de schrijver te komen. Dit immense landschap was het decor van zijn jeugd, en ook later van zijn volwassen leven toen hij er met zijn vrouw een boerderij begon. Een boerderij die zijn vrouw vooral draaiende hield.

Vervolgens reisden we terug naar Tromsø, een stad die een heel eiland beslaat. Een eiland in een gebied vol eilanden en ver weg van eigenlijk alles. Maar midden in prachtige natuur. Tijdens een college vertelden we de studenten over het vertalersvak. Het is een vrij beroep, zo vrij dat je al reizend kunt werken en al werkend kunt reizen. Momenteel reizen we vooral mee met Tara Selter, de ik-verteller uit Solvej Balles septologie. Ze zit gevangen in 18 november, die dag herhaalt zich eindeloos en alleen zij lijkt dat te beseffen tot het moment dat ze lotgenoten tegenkomt. De roman voert langs verschillende steden en door verschillende landen. We hoeven en kunnen daar niet allemaal naartoe, want net als schrijven speelt vertalen zich vooral af in je hoofd, op je eigen kleine eilandje achter je bureau, en kun je putten uit je herinnering. Maar het is heerlijk om in gedachten terug te kunnen zweven naar Ærø, dat we onlangs alsnog bezocht hebben om Solvej Balle in haar eilanduniversum te ontmoeten, en te weten waar zij zit te werken aan het zesde deel van haar cyclus, terwijl wij onze vertaling van deel vier aan het afronden zijn.

 

 

Over de auteur:

Edith Koenders (1962) vertaalt Deense en Noorse literatuur voor diverse uitgeverijen en literaire tijdschriften. Sinds een aantal jaar vormt ze een vertaalduo met Adriaan van der Hoeven met wie ze recentelijk werken heeft vertaald van Knut Hamsun, Jon Fosse, Dorthe Nors, Stine Pilgaard en Solvej Balle. Voor meer informatie en haar blog over vertalen zie edithkoenders.nl.