thema:

De taal van dingen in huis (nieuwe fragmenten)

Vertaling:

Deel twee van een selectie uit De taal van dingen in huis, de nieuwe verhalenbundel van Lydia Davis. Speciaal voor Terras koos Peter Bergsma rondom het thema ding & onding verhalen uit de door hem vertaalde bundel. Ding & onding is eveneens  de titel van het komende papieren nummer van Terras (verwacht half april).  Uitgeverij Atlas Contact had onlangs de primeur met deze bundel van Lydia Davis die in Amerika in april zal uitkomen onder de titel Can’t and Won’t.
_________________________________

 

’s Nachts wakker

Ik kan niet slapen, in deze hotelkamer in deze vreemde stad. Het is al heel laat, twee uur in de morgen, dan drie, dan vier. Ik lig in het donker. Wat is het probleem? O, misschien mis ik hem, degene naast wie ik slaap. Dan hoor ik ergens vlakbij een deur dichtgaan. Er is een andere gast teruggekomen, heel laat. Nu weet ik het antwoord. Ik ga naar zijn kamer en kruip bij hem in bed, en dan zal ik kunnen slapen.

droom

 

Een verhaal dat een vriendin me vertelde

Een vriendin van me vertelde me laatst een treurig verhaal over een buurman van haar. Hij was een correspondentie begonnen met een onbekende via een onlinedatingbureau. De vriend woonde op honderden kilometers afstand, in North Carolina. De twee mannen wisselden berichten uit en daarna foto’s en hadden algauw lange gesprekken, eerst schriftelijk en daarna telefonisch. Ze merkten dat ze veel gemeenschappelijke interesses hadden, dat het emotioneel en intellectueel klikte, dat ze zich bij elkaar op hun gemak voelden en lichamelijk tot elkaar aangetrokken werden, voor zover ze dat via het internet konden vaststellen. Ook professioneel lagen hun interesses dicht bij elkaar, want de buurman van mijn vriendin was boekhouder en zijn nieuwe vriend in het zuiden was assistent-hoogleraar economie aan een kleine universiteit. Na enkele maanden leken ze ontegenzeggelijk verliefd en de buurman van mijn vriendin was ervan overtuigd dat ‘dit hem was’, zoals hij het uitdrukte. Toen er wat vakantie aanbrak, boekte hij een vlucht naar het zuiden om een paar dagen met zijn internetliefde door te brengen.

Op de dag van de reis belde hij zijn vriend een keer of drie en praatten ze. Toen kreeg hij tot zijn verbazing geen gehoor meer. Ook was zijn vriend niet op het vliegveld om hem af te halen. Nadat hij gewacht en nog enkele keren gebeld had, verliet de buurman van mijn vriendin het vliegveld en ging naar het adres dat zijn vriend hem had opgegeven. Er deed niemand open toen hij klopte en aanbelde. Alle mogelijkheden schoten door zijn hoofd.

Hier ontbreken enkele stukken van het verhaal, maar mijn vriendin vertelde me dat haar buurman erachter kwam dat diezelfde dag, terwijl hij op weg was naar het zuiden, zijn internetvriend was gestorven aan een hartaanval terwijl hij aan de telefoon zat met zijn arts; de reiziger, die dit ofwel van de buurman van de man of van de politie had gehoord, had zich naar het plaatselijke mortuarium begeven; hij had zijn internetvriend mogen zien; en dus was het daar, recht tegenover een dode, dat hij voor het eerst degene te zien kreeg die, daar was hij van overtuigd geweest, voor altijd zijn levensgezel zou zijn geworden.

 

 

Het kind

Ze buigt zich over haar kind. Ze kan haar niet alleen laten. Het kind ligt opgebaard op een tafel. Ze wil nog één foto van het kind maken, waarschijnlijk de laatste. Toen ze nog leefde, wilde het kind nooit stilzitten voor een foto. Ze zegt bij zichzelf: ‘Ik ga de camera pakken,’ alsof ze tegen het kind zegt: ‘Niet bewegen.’

droom

 

 

 

 

Het tandartsbezoek

verhaal van Flaubert                    

 

Vorige week ging ik naar de tandarts, in de veronderstelling dat hij mijn kies zou trekken. Hij zei dat het beter was nog even af te wachten of de pijn zou afnemen.

Nou, de pijn nam niet af – ik onderging helse beproevingen en was koortsig. Dus gisteren ging ik hem laten trekken. Op mijn weg naar hem toe moest ik het oude marktplein oversteken waar mensen werden terechtgesteld, nog niet zo lang geleden. Ik herinnerde me dat toen ik nog maar een jaar of zeven was, en op een dag van school terugkeerde, ik het plein overstak nadat er een terechtstelling had plaatsgevonden. De guillotine stond er nog. Ik zag vers bloed op de straatstenen. Ze droegen de mand weg.

Gisteravond bedacht ik dat ik, terwijl ik het plein betrad op weg naar de tandarts, bang was geweest voor wat me zou overkomen, en dat die ter dood veroordeelden die het plein ook betraden even bang waren geweest voor wat hun zou overkomen – al was het voor hen erger.

Toen ik in slaap viel, droomde ik over de guillotine; het merkwaardige was dat mijn kleine nichtje, dat beneden slaapt, ook over een guillotine droomde, al had ik er tegen haar niets over gezegd. Ik vroeg me af of gedachten vloeibaar zijn, en naar omlaag stromen, van de een naar de ander, in hetzelfde huis.

 

Een vrouw, dertig

Een vrouw, dertig, wil haar ouderlijk huis niet uit.

Waarom zou ik het huis uitgaan? Dit zijn mijn ouders. Ze houden van me. Waarom zou ik met een man trouwen die ruzie met me maakt en tegen me schreeuwt?

Toch kleedt de vrouw zich graag uit voor het raam. Ze zou willen dat er in elk geval eens een man naar haar kéék.

 

 

 

 

 

De begrafenis

 verhaal van Flaubert               

 

Gisteren ben ik naar de begrafenis van de vrouw van Pouchet geweest. Terwijl ik naar die arme Pouchet keek, die daar stond te buigen en te zwiepen van verdriet als een grashalm in de wind, begonnen een paar mannen in mijn buurt over hun boomgaarden te praten: ze vergeleken de omvang van de jonge fruitbomen. Daarna stelde een man die naast me stond me een vraag over het Midden-Oosten. Hij wilde weten of er musea waren in Egypte. Hij vroeg me: ‘Hoe is het met hun openbare bibliotheken gesteld?’ De geestelijke die boven het gat stond sprak Frans, geen Latijn, want de dienst was protestants. De heer naast me liet zich daar goedkeurend over uit en maakte vervolgens enkele neerbuigende opmerkingen over het katholicisme. Ondertussen stond die arme Pouchet daar verloren voor ons.

O, wij schrijvers denken misschien dat we te veel verzinnen – maar de werkelijkheid is elke keer erger!

 

 

 

 

Hun arme hond

Die irritante hond:

Ze wilden hem niet en gaven hem aan ons.

We duwden hem weg en sloegen hem op zijn kop en bonden hem vast.

Hij blafte, hij hijgde, hij sprong tegen je op.

We gaven hem aan hen terug. Ze hielden hem een tijdje.

 

Toen stuurden ze hem naar een asiel. Hij werd in een betonnen hok gezet.

Er kwamen bezoekers die naar hem keken. Hij stond op zijn vier zwart met witte poten op het beton.

Niemand wilde hem.

 

Hij had geen goede eigenschappen. Dat wist hij niet.

Er kwamen voortdurend nieuwe honden in het asiel. Na een tijdje hadden ze geen plek meer voor hem.

 

Ze namen hem mee naar de inslaapkamer om in te slapen.

Hij moest om de andere honden heen lopen die op de vloer lagen.

Hij sprong en rukte. Hij was bang voor de andere honden, en de geur.

Ze gaven hem een spuitje. Ze lieten hem liggen waar hij neerviel, en gingen een andere hond halen.

Ze haalden alle dode honden altijd tegelijk weg, op het eind, om tijd te besparen.

!cid_ii_145217231c10c2de

Over de auteur:

Lydia Davis (1947) won in 2013 The Man Booker International Prize voor haar oeuvre dat voor het leeuwendeel uit korte tot zeer korte verhalen bestaat. Daarnaast is zij vertaler, o.a. van Proust en Flaubert.

Over de vertaler:

Peter Bergsma is vertaler van onder anderen Coetzee, Faulkner en Hemingway, directeur van het Vertalershuis in Amsterdam en voorzitter van RECIT, het netwerk van Europese vertalershuizen.