thema:

Over Éric Suchère

‘Painstakingly’ noemde Jerome Rothenberg het, een serie precieze en nauwgezette omschrijvingen van wat er op ieder plaatje in elk stripboek van Kuifje nu eigenlijk precies gebeurt. Het ging daarbij niet om de tekst maar het beeld, de zweetdruppels op het voorhoofd van de jonge reporter, de emoticon-achtige grimas van Bobbie, de achtergrond. De auteur leverde een transcriptie van beeld naar tekst en noemde die Mystérieuse. Volgens Rothenberg leverde die auteur, de Franse dichter, kunstcriticus en kunsthistoricus Éric Suchère, hiermee een belangrijke bijdrage aan pop-art.

Éric Suchère, geboren in 1967 in een van de banlieues rond Parijs, publiceerde acht bundels. Gedichten zegt de een, conceptueel kort proza de ander. Hij vertaalde de integrale poëzie van Jack Spicer en Michael Palmer in het Frans, met de Italiaan Andrea Raos vertaalde hij Giuliano Mesa en samen met mij de eerste twee bundels van Hans Faverey. Suchère is werkzaam als professeur de culture générale aan een kunstacademie – en daarin is hij beslist niet de enige Franse dichter – in zijn geval aan die van Saint-Étienne. Hij schreef monografieën over het werk van beeldend kunstenaars als Marian Breedveld, Raoul de Keyser en Luc Tuymans en werkte voor onder meer Art Presse. Net als Jean-Michel Espitallier en Véronique Pittolo is Éric Suchère beïnvloed door het werk van Francis Ponge. Een van zijn bundels is getiteld Le souvenir de Ponge. Op de 25e van de maand verstuurt hij dertig ansichtkaarten met op de ene kant een beeld en op de andere een korte tekst, hij wil daar mee doorgaan tot hij 60 wordt en 365 kaarten gemaakt heeft. De teksten en beelden zijn terug te vinden op de website … un autre mois … en worden eens in de vijf jaar gebundeld.

Wie het werk voor het eerst bekijkt valt de beschrijving op waaruit het is opgebouwd en de afgebroken syntaxis. Suchère schrijft bijvoorbeeld geregeld ‘een schaduw op’ of ‘afwijkingen van’, een zinsdeel dat eindigt op een voorzetsel dat geen vervolg krijgt. De extremiteit van zijn stijl komt voort uit een microscopische blik die zich door de dingen heen lijkt te boren, die materie en damp analyseert en die composities fragmenteert. De dingen blijven geen voorwerpen met een buitenkant in de röntgen-methode van de schrijver Suchère, ze worden in het tableau, de situatie, getrokken. Naar eigen zeggen probeert hij aan te tonen dat ogenschijnlijk onopvallende dingen wel degelijk betekenis hebben. Terwijl hij een accurate visuele weergave wil maken, wordt hij gehinderd door taal, door het ritme en het geluid ervan. Het lijkt alsof Éric Suchère de dingen afbreekt om ze van binnenuit te kunnen beschrijven. Het gaat hem erom niet minder dan de complexiteit van de wereld te duiden, niet die van de taal maar die van de dingen.

Voor Insensiblement (‘Niets minder merkbaar’), dat hij schreef voor de choreografe Myriam Gourfink, ging hij uit van passages van Paul Valéry. De passages van de tekst staan gespiegeld, de eerste aan de laatste, de tweede aan de 31ste, enzovoorts, en bestaan zo eigenlijk uit zestien tweeledige teksten. Natuurlijke elementen als regen, rook en lichtverschijnselen worden evenals kunstmatige landschappen opgeroepen door de teksten. De zinnen lijken op typisch Suchèriaanse wijze over elkaar heen te schuiven en daardoor door elkaar te lopen. De elementen in de tekst worden ruimtelijk, ze krijgen commentaar, ze vormen patronen die met die van de danseres samenvallen of er juist van afwijken. De lezer verplaatst zich over het podium.

Éric Suchère staat als dichter op zichzelf, hij is een absolute eenling. Tegelijk toont zijn werk de ontwikkeling van de hedendaagse Franse poëzie. Minder bekend – en toch niet helemaal onverwacht als je zijn werk leest – is dat hij begonnen is als klankdichter. Zijn eerste werken Explosante (1998) en Dong (1998) verschenen als CD.

Over de auteur:

Erik Lindner (1968), dichter en criticus. Recente publicatie: Terrein (poëzie, 2010), Naar Whitebridge (roman, 2013) en Acedia (poëzie, 2014). In het Duits verscheen Nach Akedia (poëzie, 2013) en in het Italiaans Fermata Provvisoria (poëzie, 2013) en Acedia (poëzie, 2016). www.eriklindner.nl In januari 2018 verschijnt bij Van Oorschot Zog, zijn zesde dichtbundel.