thema:

Gedichten

Vertaling:

AAN DIE ENE DAARBOVEN

 

Baas der bazen van het universum.

Meneer weetal, ritselaar, touwtrekker,

En waar je ook maar goed in bent.

Vooruit, schud je nullen vannacht.

Doop de komeetstaarten in inkt.

Niet het sterlicht vast aan de nacht.

 

Je zou beter koffiedrab kunnen lezen,

Bladzijden van de Boerenalmanak beduimelen.

Maar nee! Je stelt je liever aan

En cultiveert je beroemde sereniteit,

Zit achter je grote bureau

Met noppes in je bakje met inkomend, noppes

In je bakje met uitgaand,

En de hele eeuwigheid voor je uitgespreid.

 

Vind je het niet griezelig

Ze op hun knieën te horen smeken,

Aandoenlijk te sputteren,

Alsof je een levensgrote opblaaspop bent?

Vertel ze hun kop te houden en naar bed te gaan.

Doe niet net alsof je te druk bent om het te merken.

 

Je handen zijn leeg, evenals je ogen.

Je hoeft nergens je handtekening onder te zetten,

Zelfs al zou je je eigen naam kennen

Of geloven in die ik steeds voor je uitvind,

Terwijl ik je in het donker dit kattenbelletje schrijf.

 

 

AUTOKERKHOF

 

Hier eindigden al onze uitstapjes:

Onze vaders achter het stuur, onze moeders

Met picknickmanden op hun schoot,

Wij met open monden op de achterbank.

 

We reden zo de dageraad in.

Het land was vlak. Voor ons verrees een stad

Met brandende ramen van de ondergaande zon.

Dat alles verdween toen we de snelweg verlieten

En over een stoffig weiland voorthobbelden

Bezaaid met bierblikjes en snoeppapiertjes,

Tot we precies hier tot stilstand kwamen.

 

Eerst verloor de radiodominee zijn stem,

Vervolgens klapten alle vier de banden.

Als een nest ratelslangen

Knalden de veren uit de bekleding

En ondertussen probeerden wij kalm te blijven.

Later die nacht hoorden we gegiechel

Uit een kapotte lijkkoets – daarna, geen kik

Meer tot de dag van de Wederopstanding.

Over de auteur:

Charles Simic werd in 1938 in Belgrado (in het toenmalige Joegoslavië) geboren en heeft daar gedurende de Tweede Wereldoorlog in zijn jeugd talloze bombardementen meegemaakt. In 1954 emigreerde hij op vijftienjarige leeftijd met zijn familie naar Chicago. Zijn oorlogservaringen kleuren zijn gehele, omvangrijke oeuvre, dat uit tientallen bundels poëzie bestaat, vertalingen van Servische gedichten, autobiografische vertellingen en essays. Hij was onder meer Poet Laureate en kreeg voor zijn bundel The World Doesn’t End (1989) de prestigieuze Pulitzer Prize. Simic is inmiddels emeritus-hoogleraar van de University of New Hampshire, waar hij meer dan dertig jaar Engels en ‘Creative Writing’ doceerde. Zijn laatste bundel, Scribbled in the Dark, kwam in 2017 uit.

Over de vertaler:

Wiljan van den Akker (1954) is als faculteitshoogleraar moderne poëzie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde onder meer over Nijhoff en Leopold en verzorgde het verzameld werk van A. Roland Holst. In 2008 debuteerde hij als dichter met De Afstand, dat met de C. Buddingh’-prijs werd bekroond. Zijn tweede bundel, Hersenpap, volgde in 2011. Onder het pseudoniem Julian Winter publiceerde hij samen met Esther Jansma de roman De Messias. Eveneens samen met Esther Jansma vertaalde hij poëzie van de Amerikaanse dichter Mark Strand in twee bundels: Gedichten eten (2006) en Bijna onzichtbaar (2012). In juni 2018 kwam zijn verhalenbundel Verdwaald uit.