I would prefer not to

De grootste nee-zegger uit de literatuur is Bartleby. Herman Melville heeft een verhaal over hem geschreven. Bartleby is een klerk op een advocatenkantoor die zo min mogelijk werk doet. Hij staart uit het raam en leeft op gemberkoekjes. Aan het eind van de dag gaat hij niet naar huis, hij blijft in het kantoor rondhangen. Niemand weet wie hij precies is of waar hij vandaan komt. Als hem iets wordt gevraagd, zegt hij steevast: ‘I would prefer not to.’

Ik voel me verwant met Bartleby. Ook ik zeg nee tegen alles wat op mijn weg komt. Of het me nu wordt aangeboden of opgedrongen, ik weiger beleefd. ‘Nee, bedankt’, zeg ik, of ‘liever niet’. Ik heb het kinderlijke ‘kwilniet’ geperfectioneerd tot een gebaar waarmee ik een heel koninkrijk zou kunnen afwijzen.

Mijn vaardigheid in het nee-zeggen beschermt me tegen lieden met goede bedoelingen die me bestoken met kansen en taken die ik niet mag laten liggen. Ze vertellen me wat ik zou moeten doen om mijn gezondheid, mijn toekomst, mijn carrière en mijn geluk veilig te stellen. Ik bedank. Ik zeg nee. Soms schud ik mijn hoofd om mijn standpunt kracht bij te zetten. Een enkele keer verontschuldig ik me, als ik medelijden voel voor de ander die zijn best voor me doet, maar verder ga ik niet. Stel dat ik een verklaring zou geven voor mijn weigering, dan zou ik hem de gelegenheid bieden om in discussie te treden; ik zou hem de hoop geven dat hij me alsnog zou kunnen overhalen, hoop die ik dan weer de kop zou moeten indrukken door opnieuw nee te zeggen, maar dan op onvriendelijke toon, ik zou boos op hem moeten worden en het zou lijken of ik hem onheus bejegende. Dus als hij durft te vragen waarom niet, blijf ik stil glimlachen tot hij in verwarring raakt en zo laat ik hem achter.

Voordat ik nee kon zeggen heb ik heel vaak ja gezegd, totdat ik misselijk was van al mijn ja’s. Uit mijn ja-zeggen is ten slotte mijn nee-zeggen geboren. Met ieder nee herover ik een deel van mijn vrijheid. Op vergelijkbare wijze heeft het vele geld dat ik vroeger verdiende tot mijn behoefte aan soberheid geleid. In mijn dikke lijf zat een dunne man verborgen die de weg naar buiten heeft gevonden. Ik bleek te behoren tot het type dat voldoende heeft aan een eenvoudige, doch voedzame maaltijd. Mijn schoenen laat ik gerust een tweede maal verzolen zodat ze nog een jaar langer meekunnen. Niet dat ik zo gierig ben, het geld dat ik bespaar interesseert me niet, maar overdaad en luxe wekken mijn weerzin op; of het nu om voedsel, drank, kleren of schoeisel gaat, ik ben snel verzadigd en wat daar nog bovenop komt, verdraag ik gewoon niet. Het menselijk lichaam, dat eeuwenlang honger heeft geleden, is op schaarste ingesteld (vandaar dat zwaarlijvigheid zo vaak voorkomt in welvarende landen); op vergelijkbare wijze ben ik geschikt voor armoede en maakt rijkdom me ongelukkig; het past bij me om urenlang in de rij te staan voor brood en een broek met versleten knieën te dragen onder een oud jasje met elleboogstukken, want mijn grootouders werden zo zwaar getroffen in de crisisjaren dat mijn karakter daar nog steeds de sporen van draagt.

Zo ben ik wereldvreemd geworden. In wezen wil ik niets. Niet op de manier van iemand die na een paar weken hard werken ‘even niets’ wil; ook niet op de manier van iemand die zich verveelt en ‘helemaal niets’ wil. Ik wil niets op heroïsche wijze, ik wil iemand zijn die alles afzweert waar anderen belang aan hechten, die onbewogen de Apocalyps gadeslaat, die het jaren uithoudt in een kamer zonder uitzicht. Wil ik dan toch nog iets, ook al wil ik niets?

‘Ik heb mijn zaak op niets gesteld.’ (Max Stirner) Ik wil niets, in wezen, maar zoiets kun je niet willen zonder in een tegenspraak te verzanden. De wil is namelijk altijd op iets gericht, op een doel dat concreet is of abstract; van leegte en stilstand heeft de wil een afkeer, hij moet altijd voorwaarts. Hoe is het dan mogelijk om niets te willen? Alleen door de wil te verzaken. De wil die zich op niets richt, moet zichzelf vernietigen of ten minste verlammen. Maar dat is juist onmogelijk voor de wil, die van nature vooruitstreeft en zichzelf nooit kan tegenwerken zonder opnieuw van zijn wilskracht gebruik te maken. De wil is niet in staat niets te willen, zoals de sterkste man zichzelf niet kan optillen.

Wie waarlijk niets wil, wil zelfs dat niet.

Me terugtrekken uit de wereld, mijn banden met andere mensen doorsnijden, de rest van mijn leven in eenzaamheid slijten – zelfs dat is nog iets willen. Daarom verwerp ik deze mogelijkheid, zoals ik alle mogelijkheden heb verworpen, zonder ze uit te proberen. Ik neem afscheid van het zoveelste idee over de richting die ik moet inslaan, na eerdere ideeën over een gevaarlijk leven, een succesvol leven, een esthetisch leven en een ethisch leven. Is dat niet mijn grootste probleem, dat ik alles theoretisch benader, waardoor ik nooit aan de praktijk toekom? Mijn ideeën zijn als een sluier die de werkelijkheid aan het zicht onttrekt.

Elke stap die ik zou kunnen nemen, bekijk ik als een mogelijkheid in een eindeloze reeks. Als ik een keuze zou maken en een mogelijkheid zou verwezenlijken, zou het afgelopen zijn met het fantaseren over mijn mogelijkheden, de ‘duizend levens’ die ik zou kunnen leiden. Het is een genot om die keuze uit te stellen, zoals een rijkaard van zijn geld geniet omdat hij weet wat hij ermee zou kunnen doen; tegelijk is het een kwelling, want ik begrijp dat ik niet kies omdat ik bang ben de verkeerde keuze te maken: het uitstel is een teken van mijn lafheid.

In Of/of schrijft Kierkegaard dat het ethische bestaan begint met de keuze. Wie esthetisch leeft, blijft twijfelen voor de veelheid aan mogelijkheden. Kierkegaard vindt het ethische leven natuurlijk hoogstaander, want pas als je een keuze maakt, word je een concreet individu. Door op de juiste manier te kiezen, met ‘energie, ernst en pathos’, wordt in de keuze de persoonlijkheid uitgedrukt. ‘De keus zelf is beslissend voor de inhoud van de persoonlijkheid; door de keus daalt ze neer in het gekozene, en als ze niet kiest zal ze verkwijnen en wegteren.’ De estheet die leeft voor zijn plezier kiest niet en daardoor leert hij zichzelf nooit kennen. Kierkegaard: ‘Je zweeft voortdurend boven jezelf, maar de hogere ether, het fijner subliment waarin je vervluchtigd bent, is het niets van de vertwijfeling, en beneden je zie je een veelheid van kennis, inzichten, studiën, waarnemingen, die nochtans geen realiteit voor je hebben, maar die je geheel naar eigen gril en inval benut en combineert, waarmee je het lustprieel des geestes waarin je van tijd tot tijd resideert zo smaakvol mogelijk tooit.’

Maar, zou ik Kierkegaard willen antwoorden, als ik voor een ander leven zou kiezen, dan zou het voorgoed afgelopen zijn met deze zwevende toestand waarin ik alles afwijs, maar waarin ik tenminste de luxe ken van het vooruitzicht dat het beste deel nog moet komen, het tijdperk waarin ik precies zal weten wie ik ben en wat ik moet doen. Als ik echt zou kiezen, zou me eindelijk duidelijk worden wat mijn plaats in de wereld is, maar ongetwijfeld zou ik ook geconfronteerd worden met mijn beperkingen; ik zou de droom van het volmaakte leven moeten inruilen voor de realiteit van het dagelijkse bestaan, met de eindigheid, de toevalligheid en de kleinheid die daarbij horen. Als ik zou proberen om iemand te worden, een journalist, een fotograaf, een wetenschapper of een acteur, dan zou ik ontdekken dat er weinig te kiezen valt, dat ik me slechts te voegen heb naar de mogelijkheid die me wordt geboden. Het zou blijken dat ik niet zelf het verhaal van mijn leven schrijf, maar een onbekende hand die achter de schermen aan het werk is; ik zou begrijpen dat mijn vrije wil een illusie is en dat ik eenvoudig niets te willen heb.

 

 

Martijn Meijer reageert op twee stukken over Bartleby, de grootste nee-zegger uit de literatuur, die vorige week verschenen in het online Rasterarchief :

Jacq Vogelaar, Bartleby, invulformulier
http://tijdschriftraster.nl/de-moeilijkheid-nee-te-zeggen/bartleby-invulformulier-bij-fragmenten-van-enrique-vila-mata-en-gilles-deleuze/

Gilles Deleuze, Bartleby of de formule
http://tijdschriftraster.nl/de-moeilijkheid-nee-te-zeggen/bartleby-of-de-formule/

Over de auteur: