Een man had hoofd op zijn voorhoofd geschreven en hand op iedere hand en voet op iedere voet.
Zijn vader zei, stop stop stop, want deze overdaad is als het hebben van twee zonen en dat is twee zonen teveel, zoals er aanvankelijk een zoon teveel was.
De man zei, mag ik vader op vader schrijven?
Ja, zei vader, want een vader is het zat om alles alleen op te knappen.
Moeder zei, ik ga ervandoor als al deze mensen bij ons komen eten.
Maar de man schreef eten op al het eten.
Toen de maaltijd voorbij was zei vader tegen zijn zoon, wil jij boer op mijn boer schrijven?
De man zei, ik zal God zegen iedereen op God schrijven.
Uit: From the very thing that happens, 1964