Twee gedichten
ze zeggen dat je geluk zelf in de hand hebt
alsof ze weten hoe mijn handen eruit zien er zijn dagen waarop ik alles laat vallen mijn rug stijf hou en schreeuw naar voorbijvliegende vogels
‘ik hou ervan om met de hand af te wassen’ de handen van mijn moeder die een druipend bord tegen een pan proberen te steunen ik wrijf mijn ogen en vraag om een paracetamol of ze heeft me niet gehoord of ik heb het niet hardop gezegd vijf lettergrepen denk ik
er klopt iets aan de binnenkant van mijn schedel ‘mevrouw, wie bent u? mevrouw?’ alsof ik los sta van al het andere alsof ik een vaststaand en consistent iets of iemand ben
iets van herkenning zoek ik: het wit van de schapenvacht is net een ander wit dan het wit van het kleedje anders dan het witte wc-papier op de grond en ook … lees meer