Dwalen (fragmenten)
In den beginne riep God: ‘Er zij jicht!’ en sindsdien kunnen we hem maar moeilijk serieus nemen.
*
De mannen die ik heb ontmoet, wegen geen grammetje te veel. Hun onderhuidse vetweefsel zou alles bij elkaar ternauwernood een goudgerand koffiekopje vullen. Maar ik zou er alle knarsende deuren mee kunnen smeren, dan was het niet zo onmiskenbaar: hoe ze komen, hoe ze gaan.
*
Er zijn mensen die beweren dat sterrenkunde, in zowel observationele als theoretische vorm, troost en perspectief kan bieden. Ik loop naar de binnenplaats van mijn woonblok om een idee te krijgen van de verhouding tussen het heelal en mijn directe omgeving. Vanaf de binnenplaats tel ik drieëntwintig sterren. Daarna tel ik zesenveertig ramen, waarvan er zeven verlicht zijn. Ik overdenk dit. Ik begrijp het niet.
*
Ik denk best veel na over zelfmoordkandidaten in de natuur. Er schijnen kuddes suïcidale … lees meer