Verf
Ze kleurde haar lippen nog even bij, trok met een zwart potlood een lijn langs haar ogen, streek de lokken van haar voorhoofd en maakte een kokette draai voor me – een schuimend gekolk van ruches, fladderende linten, opflitsende diamanten en zinderende geuren. ‘Ben ik mooi?’ vroeg de lipvormige verfstreep, waarvan de twee delen slechts zo ver uiteen gingen als de uiteinden van de lijnen het toestonden, terwijl de puntig gemodelleerde wimpers omhoogklapten. Ik glimlachte vol verbazing. ‘Ja, je bent mooi,’ zei ik toen, want ik besefte opeens dat ze me dat al eens eerder had gevraagd, met datzelfde gezicht, met dezelfde draai, en het leek alsof we ons toen in dezelfde omstandigheden hadden bevonden, en in mijn herinnering was ze toen mooi en begeerlijk. Het was wel vreemd dat ik me alles kon herinneren: de beweging waarmee ze de lippenstift naar haar mond bracht en de manier waarop ze … lees meer