Het huis waar een groot deel van wat ik was nog slaapt
Yves Bonnefoys poëzie in het licht van het surrealisme, het symbolisme en het huis
Maar kijk, Onze ramen daar worden toch nog verlicht, Al is het maar door een avondzon En onze ruiten zijn als een plas, vertroebeld, Maar ook getransmuteerd, gestold Door de mediatieve arm van het licht. Het raadsel, de gedroomde zon, de rode sloep, Passeert, en hinkt zijn dood. Maar dit kalme land Is zijn kielzog, waar het huis Wordt onthuld als ster, die opstijgt Voor vrede boven de weiden, in de eindelijk Gelijkmatige adem van de goden der verlaten tuin.
Eerlijk zeggen: viel het bovenstaande fragment een beetje mee? Ikzelf blijf er moeite mee hebben. Alleen de gezwollen laatste twee regels al: én vrede boven de weiden, én die ‘goden der verlaten tuin’. Was ik de meelezer geweest, dan had ik de maker gezegd deze tekst te herschrijven, ook een minder pretentieus alternatief te vinden voor … lees meer