ACASA
Acasa doet pijn. In mijn eigen taal, die ik tegenwoordig slechts af en toe gebruik, doet het woord veel meer pijn dan in alle andere talen. In mijn, chronologisch gezien, tweede taal, die ik de laatste jaren echter als eerste spreek, doet het woord doorgaans geen pijn. In het Nederlands geeft het woord ‘thuis’ mij, ontheemd vanaf mijn dertiende, juist een soort comfort en gevoel van veiligheid. Of het klopt? Zo hoort het, denk ik. Maar acasa, het woord in mijn moedertaal dat ooit ruimte voor mij in het universum heeft gemaakt, dat woord bestaat niet meer. Voor mij niet, het is me precies dertig jaar geleden afgenomen en nu, na zo vele jaren zonder, vorder ik het niet meer terug. Ik heb het niet meer nodig. Ik heb geleerd om mezelf te redden zonder acasa.
Vanaf mijn dertiende heb ik in 35 verschillende huizen gewoond. En dan tel ik … lees meer