thema:

buiten waart een duister cijfer rond (twee scènes)

Vertaling:

vergeten worden – als de schapen

3 zitten ze daar te hopen dat de banken zomaar patsboem hun schulden kwijtschelden. dat ze zomaar patsboem al hun claims laten vallen, moet je je voorstellen, omdat ze een fiscale constructie hebben bedacht, omdat hun financiële logica ze in de steek heeft gelaten. dat die in rook is opgegaan of zo.

4 dat ze je zomaar opeens vergeten zijn. dat zelfs de onverbiddelijkste schuldeisers niet komen opdagen bij de rechtbank, de clubs waar je het nooit van zou verwachten.

5 we zitten gewoon te hopen dat ze ons over het hoofd zien. dat net wíj kunnen profiteren van die belastingtruc. zitten we de uren te tellen die er voorbij gaan en te hopen dat ze niet weten welke afdeling ons dossier moet behandelen. want hoe vaak halen ze hun dossiers immers niet overhoop? voor je het weet, vergeten ze een claim in te dienen.

4 oh, maar heb jij dan ook geen contactpersoon?

5 nee, jij ook niet. jij hebt ook geen contactpersoon?

4 ik zou niet weten wie.

2 zie je wel, misschien zien ze ons allemaal over het hoofd.

1 de schapen die ze naar de slachtbank voeren.

3 wat, weet je niet hoe schapen eruitzien die ze naar de slachtbank voeren?

1 het punt is dat die schapen dat zelf meestal niet weten.

 

 

 
 

het duistere cijfer

daarbuiten waart een duister cijfer rond. dat is mijn stelling, dat er een duister cijfer rondwaart, waar niemand zicht op heeft. wat je hoort, is dat een op de tien huishoudens zus, of dat een op de acht huishoudens zo. en dan is het weer een achtste van de bevolking of opeens een vijfde. terwijl we uiteindelijk gewoon niet weten wat er aan de hand is, wat er écht aan de hand is. wat ik zeg, is: het duistere cijfer! we weten helemaal niet wat er daar buiten aan de hand is, ja, daar, buiten! omdat niemand ons de juiste data geeft. ondanks alle peilingen, ondanks die hele enquêtecultuur, ondanks al die demografische instrumenten van ze, de marktsegmenten, die huiveringwekkende biometrische methodes van ze, we weten helemaal niets. we hebben wel getallen. natuurlijk, we hebben eindeloze hoeveelheden getallen.
ze hebben tegenwoordig in een mum van tijd duizenden huishoudens gescreend. er wordt permanent bij huishoudens geënquêteerd en die huishoudens doen daar nog aan mee ook, het is bijna alles wat we nog doen tegenwoordig: enquêtes houden en enquêtes invullen. maar er zijn er ook die nooit meedoen aan enquêtes. huishoudens die dat niet willen, die genoeg hebben aan zichzelf, die zich ervoor schamen.
en zo krijg je dus eindeloze hoeveelheden data, waarvan niet duidelijk is wat ze precies zeggen. want het zijn maar al te vaak nietszeggende data, impotente data, schamele data, ook goed. maar daarnaast waart dus het duistere cijfer rond. ja ik heb het over het duistere cijfer, de onzekere massa, die altijd ongrijpbaar blijft. het duistere cijfer waart om ons heen, het waart rond achter de andere cijfers en getallen die we gebruiken, het ondergraaft ze, vreet ze van achteren op. tot er alleen nog aangevreten EU‑statistieken over zijn, vol gaten, die verkruimelen en op ons neer ritselen. zo huiveringwekkend is de incompetentie. zo volslagen nietszeggend zijn die cijfers.

Over de auteur:

Kathrin Röggla (1971) schrijft romans, verhalen, essays en hoorspelen maar bovenal theaterteksten. Haar werk laat zich niet gemakkelijk plaatsen in de Duitse theaterwereld, omdat ze vaak actuele thema’s tot onderwerp neemt (de aanslagen van 9/11, de ontvoering van Natascha Kampusch) maar daar een experimentele, taal- en mediakritische werkwijze aan koppelt. Dat maakt haar teksten lastig voor zowel het documentair theater als voor het meer rond performance gebouwde experimentele toneel. De vraag of ze dan eigenlijk wel in het goede medium werkt, beantwoordt ze in Die falsche Frage.

Over de vertaler:

Ralph Aarnout (1979) studeerde Nederlands aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Freie Universität Berlin en Duits aan de Universität Wien en de Vertalersvakschool in Amsterdam. Hij vertaalt sinds 2003 voor o.m. Atlas Contact, Boom, De Geus, Volt en De Munt, de opera van Brussel. Eerder publiceerde hij in de tijdschriften Vorm, De Tweede Ronde, KortVerhaal, Pluk en Filter.