Fantasmagorical

Neem de leeuw. Door zijn ene achterpoot wordt duidelijk dat het om een
leeuw gaat, de andere poot ontbreekt of is onzichtbaar, zijn leeuwenlijf
verdwijnt in een uitwaaiende bos krullend haar, met poedelachtig gekapte
golven, waardoor de kop lieve hondentrekjes krijgt. Het midden van zijn
staart ontbreekt, het is niet getekend.
Dat andere dier: de leeuw en de krokodil ontmoeten elkaar op het
vel papier, en het potlood van Christiana Soulou schuift ze in elkaar.
Twee krokodillenpoten achter, twee leeuwenpoten voor. Woedend kijkt
de leeuw naar rechts. Wat heeft de tekenaar hem aangedaan?

In Het boek van de denkbeeldige wezens verzamelde de schrijver
Borges namen van imaginaire dieren, de fabeldieren, monsters en
wonderdieren uit mythen en legenden. Of het beest waar Kafka over
droomde. Een lange reeks wezens die geen enkel houvast kennen behalve
het draadje van het alfabet waar Borges ze aan vastbond. Ze klauwen
en grauwen in het onstoffelijke gebied van gedachten en fantasieën.
Ze leven in het onbestaande, op onze angsten en verlangens. Christiane
Soulou zet met een zacht kleurpotlood deze dieren op een plek, het papier,
ze geeft hen een vorm, bijna transparant, maar toch, vanaf nu bestaan
ze op het witte vel. Ze noemt het papier een nieuwe zone waar het
onbekende te voorschijn kan komen. De zone van het nog niet bepaalde,
het ambivalente. Ieder wezen van Christiana Soulou heeft de aarzel in
zijn lijf. De sensibele gekleurde potloodlijnen zijn zo zacht en ingetogen
dat je blijft twijfelen over hun aanwezigheid, nog even en ze trekken
zich weer terug in het papier. Delen van het dier herkennen we, maar
het is juist deze gelijkenis die verwarring zaait, zegt Soulou. ‘To say
that this is a crocodile is as absurd as to say that this is not a crocodile
(because it ends as a lion).’ Ze overtuigen ons en misleiden ons. Het gewicht
van een imaginair wezen is ontilbaar, zou ik zeggen. Want opeens
besef je dat getekende of in woorden opgeschreven dieren ontsnappen
aan de realiteit. En het is die twijfel aan de werkelijkheid, waar het om
gaat. Dat iedere waarheid zacht als boter is. Haar boek van denkbeeldige
wezens zou het leven van ieder kind kunnen verlichten omdat het
leert twijfelen. Het onaffe en zachte zit in een kind. Het is de wereld om
hem heen die waarheden aanreikt. Er zou een kiem van twijfel kunnen
groeien. Een eerste stap om te ontsnappen aan de imprint van je familie,
want wie weet zijn er andere families met andere waarheden. Mogelijk
kan de wereld er anders uitzien dan dat jij hem nu ziet. We are masters
of the universe
, maar niet in harde cartoonlijnen of snelle animaties
maar van de zachte wollige wezens die ontstaan uit een potlood.
Om te overwegen of in wat we denken te kennen geen gaten vallen.

B-CSOULOU-13-0001*

Christiana Soulou, Un animal reve par Kafka, 2013,
pencil on paper, 33.6 x 42.6 cm, copyright the artist,
courtesy Sadie Coles HQ, London

B-CSOULOU-13-0004*

Christiana Soulou, Le devoreur d’ombres 2, 2013,
colour pencil on paper, 33.6 x 42.6 cm, copyright the artist,
courtesy Sadie Coles HQ, London

hoofdstuk uit: Geen wolk Hoe kunst mijn leven redde, Art Paper Editions, 2016 ISBN 9789490800437

Over de auteur:

Hanne Hagenaars werkt als free lance curator, schrijver en is de oprichter van het tijdschrift mister Motley. Ze werkte als curator voor de kunstvereniging Diepenheim waar ze samen met Gijs Assmann een serie tentoonstellingen ontwikkelde met als rode draad volkskunst en volkscultuur, met onder andere exposities van Eva Kotatkova, Olga Balema, Klara Kristalova en Henrik Schrat. In 2012 realiseerde ze de tentoonstelling Half suiker, half zand in de Paviljoens in Almere met kunstwerken die ingaan op de geschiedenis van Nederland vanaf '45. In 2014 maakte ze Be Calm, waarvoor ze werken leende die uit Amsterdamse huiskamers, museumwerken die laten zien hoe particulieren als huisgenoten leven met hun kunst. Nu maakt ze een wekelijkse rubriek voor Parool over kunst bij mensen thuis. Samen met Heske ten Cate is ze curator bij De Garage in Rotterdam en hun eerste tentoonstelling The Fortuneteller opent 20 mei. In oktober 2016 opent de Biënnale Gelderland met als titel Living, Giving waarbij kunstenaars in gesprek gaan met bewoners van Arnhem en op basis van dit gesprek een werk ontwikkelen. Ze maakte het kunstenaarsboek Arcadia over de identiteit van Diepenheim. Ze schreef het essay White Spirit voor de Koninklijke Prijs voor de vrije Schilderkunst en het verhaal De Wolkenbibliotheek voor het Fries Museum naar aan leiding van de tentoonstelling Horizonnen. Verder is ze verbonden aan de KABK als curator voor het Studium Generale programma. Haar boek Geen Wolk, hoe kunst mijn leven redde werd afgelopen 6 mei in het Stedelijk Museum gepresenteerd.