Gedichten

Ze kwamen toen ik er niet was

Ik doe de deur open
en vind een brief op de grond
Ze zeiden dat ze kwamen toen ik er niet was
Ze wilden mijn kleren, mijn meubels meenemen
en mijn gedichten uit mijn mond trekken
Ze wilden de tuin uit haar rustige winterslaap wakker schudden
De liefde van de grond en de stoelen afwegen
de liedjes van borden en lepels dumpen
het leven uit de lege wijnflessen op de grond
de keuken uitslepen
Omdat ik er niet was
maakten ze de deur stuk
droegen zij mijn huis op een rug van een mier
die op dat moment voor de spiegel stond, met mijn hoge hakken te draaien en naar zichzelf te zwaaien
en vertrokken weer

 

Een verloren oorlog

Elke dag verdwijnt een van mijn vrienden
Ik weet niet waar ze naar toe gaan
het lijkt of ze zich in een geheime kelder verstoppen
waar ze de hele nacht door drinken om het leven te vieren,
alsof ze een oorlog hebben gewonnen
terwijl ik op een wiebelstoel
op een breed balkon koffie zit te drinken
ik til mijn hoed op
ik span mijn voorhoofd
en met veel moeite probeer ik
de brede wereld te zien
die van ver tevoorschijn komt
hoofd gebogen, schouders naar beneden als de enige soldaat die
een verloren strijd overleefd heeft

 

De geliefde die nooit het water aanraakt

Een goede dichter
zonder gedichten of boeken
schrijft sinds zeven jaren lang zijn gedichten op het lichaam van zijn geliefde
Onder haar navel
of tussen haar borsten
op haar rug, tussen de benen of op haar nek verstopt hij
zijn mooie verzen
geeft hij boeken
uit
ontmoet hij publiek
signeert hij en glimlacht hij naar poëzieliefhebbers
en reageert hij op de complimenten van meisjes

Zijn geliefde raakt nooit het water aan
als iemand naar haar kijkt fladdert ze als een boek
als een windje waait vliegt ze als een liefdesbrief

 

Wat er gebeurde

Kort geleden raakte ik mijn arm kwijt
Dat gebeurde toen ik een boom uit mijn tuin wilde trekken, een dode boom, die niet door de wind van de liefde waait,
en waar de vogels van het leven niet slapen
Ik was er nog niet aan begonnen
Ik tilde mijn arm op om zweet van het wachten en de wanhoop van mijn gezicht af te vegen
Dat doen we weleens:
we zweten zodat iemand ons ziet gloeien
zodat we een vonk in zijn ogen onttsteken

Dit is wat er gebeurde:
ik kon de boom er niet uittrekken
want de dood is soms sterker dan het leven
zij beet in mijn vingers en botten
totdat ik van pijn schreeuwde

Het was een dode boom
toch kon zij zien, luisteren, en praten
Gisteren hoorde ik haar tegen een andere boom zeggen:
Stop even met leven
ga een keer dood
zodat je in het hart van hen die jou dragen doorleeft als
een tak of als hooi,
zij die jou op hun schouders dragen
zonder te klagen
In wiens mond je de lepel bent, en in wiens ogen de deur‬‬
degenen die je aan je rand vasthouden, en met je hart schrijven

Ga een keertje dood, en stop met het gelach en gegroen
met het uitsteken van je tak alsof die van zuivere liefde is
terwijl je weet dat je van de bocht van de wind bent, en de kromheid van de tijd is

Zo ben ik mijn arm kwijt geraakt
Nu schrijf ik met een rib van mijn borst
en schrap ik met het bloed

Over de auteur:

Dichteres, vertaalster en journaliste. Ze werd geboren in Tunesië en woont sinds 1998 in Nederland. In 2007 verscheen in Beiroet haar eerste gedichtenbundel, haar tweede boek verscheen in 2015 in Caïro. Behalve naar het Engels zijn enkele van haar gedichten vertaald naar het Frans en Koerdisch. In 2001 won Makaddam de Ahijzra literatuurprijs, uitgereikt door Abdelkader Benali, eerder winnaar van dezelfde prijs. Ze trad op op diverse poëziefestivals in de Arabische landen, en was in 2012 te gast bij Les Voix Vives, een festival in het Franse Sète.