Hand van de schrijver

Deze week probeerde ik een fragment uit De avonden (16.10.2009) op te vragen waarin Robert Anker vertelt over de invloed van de hand op zijn schrijven.

Hand van de schrijver, heette de uitzending gemaakt door Kirsten Algera. De hand bleek in de documentaire meer nog dan een schrijfinstrument een choreograaf van poëzie en noodzakelijke verbinding met andere zintuigen te zijn. Robert Anker telde zijn vingers tijdens het dichten, K. Schippers voerde ooit de pink op als personage en ikzelf bekende mijn handen vaak af te peigeren om met hen naar de juiste woorden op zoek te gaan.

We namen deels onszelf op voor het programma. Ik herinner me dat ik de recorder naar Robert fietste en hem aan zijn schrijftafel uitlegde dat je eerst drie tellen moest wachten alvorens in het zwarte vogelspinnetje te spreken. Twee handen bedienen een apparaat, een mond die louter over dezelfde handen spreekt. Onze opdracht was heel compact en had haast iets bezwerends. Regeren gedachtes de hand of regeert de hand de gedachtes. Wat zegt die hand over je werk?

Als ik de opname terugluister, die me door beeldengeluid.nl in drie cd’s is toegestuurd, blijken Robert en K. Schippers samen ‘Steen, papier, schaar’ te hebben gespeeld.

KS: 1
RA: 2
RA: A
KS: 2
RA: 2 stenen
KS: vuisten
RA: stenen
KS: niks
RA: niks
RA: makkelijk zeg

RA: 1
KS: 2
RA: ook niks
KS: alletwee hand
RA: meteen weer

KS: 1 2
RA: A een steen en een schaar
KS: winnen het van elkaar
RA: dus wees een steen
KS: want die maakt een schaar
RA: bot
KS: en nog een
RA: nog een tot slot

RA: 1
KS: 2
RA: A
KS: schaar wint weer van papier
KS: ik zou dan toch vlugger schaar dan papier doen.

Meteen daarop volgt Rob’s handbeschouwing.

RA: Ik draai nooit iets uit, dat is me te definitief, dan staat het opeens, pats, op papier en dan is het te ver buiten je geraakt. Ik vind met de hand, met de pen schijven helemaal niet leuk. Dat komt omdat ik een wat verkrampt handschrift heb, als ik lang achter elkaar schrijf, krijg ik kramp in mijn vingers, ik druk te hard en vind het geen prettige beweging, wordt iets soepeler, ik druk ook iets minder hard en soms heb ik er zelfs een licht plezier in, dan denk ik, nou, dat is het toch wel lekker, een beetje beheerst en kalm aan en niet zo vlug alles even opschrijven, maar dat is van de laatste tijd, en dat is natuurlijk een vertaling van de innerlijke turbulentie, dat moet haast wel, als je een ander persoonlijkheid bent dan ik, een wat, die ken ik ook wel, die hebben allemaal heel rustig mooi lopende handschriften en dat zijn ook wat uitgebalanceerder mensen, dat klopt dan wel. Als je mijn handschrift ziet, dan moet ik zelf altijd meteen denken aan een foto die Philip Mechanicus een keer van me gemaakt heeft en ook in de diepste laden is weggestopt en nooit gepubliceerd mag worden en met mijn weduwe verbrand moet worden, waar ik echt een totaal verzenuwd, net uit zijn nest gevallen vogeltje ben, ik weet niet wat ie gedaan heeft, precies het goede moment, ik moest dus erkennen, ja ik, dat klopt wel ongeveer, maar ik vind het heel erg en dat werk van mij is ook nogal onrustig en uitschieterig en zoekt randen op, en het slaat door en moet me wel weer even terugfluiten, dus in die zin past het handschrift wel bij de inhoud.

Het moment van overdracht van de recorder was de enige keer dat ik Robert Anker sprak. Zoveel jaren na de uitzending van de documentaire begrijp ik plotseling dat het woord onhandig niet alleen in de Do it yourself wereld thuishoort, maar ook in de literatuur een plek verdient. We kunnen voortaan altijd onze handen de schuld geven wanneer het schrijven wat moeizaam gaat.

Over de auteur:

Miek Zwamborn is schrijver, vertaler en beeldend kunstenaar. In haar werk spelen landschap en geschiedenis een belangrijke rol. Zij publiceerde de romans Oploper (2000), Vallend Hout (2004) en de dichtbundel Het krieken van sepia (2008). In 2013 verscheen haar derde roman De duimsprong bij uitgeverij Van Oorschot.