thema:

Kever of kakkerlak. Over ‘Gregor’ van Quim Monzó

Quim Monzó (Barcelona, 1952) heeft romans, verhalen en artikelen gepubliceerd. Zijn werk is in meer dan twintig talen vertaald. In 1997 verscheen bij Meulenhoff zijn roman De omvang van de ramp. ‘Gregor’ is een verhaal uit de bundel Guadalajara (1996).
 
Aanvankelijk vertaalde ik eerste zin van het verhaal zo: ‘Toen de kever op een ochtend het nimfstadium verliet, ontdekte hij dat hij in een dikke jongen was veranderd.’ In het Catalaanse origineel staat er escarabat, wat zowel kever als kakkerlak kan betekenen. Volgens Nabokov was het monsterachtige ongedierte in ‘De gedaanteverwisseling’ van Kafka geen kakkerlak, zoals velen abusievelijk meenden, maar een kever, en had Gregor zelfs – onhandig, maar toch – het raam uit kunnen vliegen. En Nabokov had er verstand van. Geen kakkerlak dus, maar een kever.
Toen ik de vertaling af had, begon ik te twijfelen. Noem je een babykever wel een nimf? In een Wikipedia-artikel over insecten wordt uitgelegd dat de begrippen larve en nimf niet zozeer verwijzen naar verschillende stadia van hetzelfde proces, maar naar twee soorten metamorfose. Insecten met een larvestadium kennen een volledige gedaanteverwisseling. Voorbeelden zijn kevers, vliegen, muggen, bijen, mieren, wespen en vlinders. Een nimf is een nog niet volledig ontwikkeld insect, dat net als een larve na de laatste vervelling uitgroeit tot het Imago, het volwassen insect. Insecten met een nimfstadium kennen een onvolledige gedaanteverwisseling. Voorbeelden zijn sprinkhanen, krekels, wandelende takken, kakkerlakken, bidsprinkhanen en oorwormen.
Een slordigheid? Er zijn weinig schrijvers die zo nauwgezet werken als Monzó. Als een beeldhouwer hakt hij alles weg uit het ruwe verhaal wat niet strikt noodzakelijk is, totdat er een harde en gladde sculptuur overblijft, ontdaan van lezersvriendelijke tierelantijnen en quasi-diepzinnige vaagheden. Monzó is niet het soort schrijver dat een technische term gebruikt zonder de exacte betekenis ervan te controleren.
Ik las het verhaal nogmaals door, op zoek naar aanwijzingen. Het liedje! De titel van het liedje is ‘Guadalajara’, net als de titel van de verhalenbundel. Elvis Presley heeft dit liedje vertolkt in de film ‘Fun in Acapulco’, en de scène waarin Elvis Presley dit liedje aanheft, toegejuicht door Ursula Andress en begeleid door een Mariachiorkest, komt voor in ‘Durant la guerra’ (Tijdens de oorlog), het een-na-laatste verhaal van Guadalajara.
Guadalajara is de hoofdstad van de Mexicaanse staat Jalisco, de bakermat van de Mariachiorkesten. Op het programma van de Mariachiorkesten staat doorgaans ook dit liedje, waarin de vrouwen van Jalisco bezongen worden: ‘La cucaracha’. De tekst kent ontelbare varianten, maar dit is een van de bekendste refreinen:
 
La cucaracha, la cucaracha
Ya no puede caminar
Porque no tiene
Porque le falta
La patica principal
 
De kakkerlak, de kakkerlak
Kan niet meer lopen
Want hij heeft niet
Want hij mist
Zijn belangrijkste pootje
 
 

 
 
En dan is er nog het citaat uit het boek dat de dikke jongen op de bank aantreft: ‘Ik ben verhuisd. Vroeger woonde ik in hotel Duke op een hoek van Washington Square. Mijn familie heeft er generaties lang gewoond, en dan bedoel ik minstens twee- of driehonderd generaties.’ Het is de eerste zin van een verhaal van Patricia Highsmith: ‘Notes from a Respectable Cockroach’. Deze fatsoenlijke kakkerlak kijkt met een nostalgische blik terug op de gloriedagen van het hotel, toen het nog niet bevolkt werd door junks en alcoholisten, die niets eten en dus ook geen kruimels achterlaten. Hotel Duke bestaat echt, maar heet in werkelijkheid hotel Earle. Gasten van dit hotel waren onder andere Ernest Hemingway, Dylan Thomas, Joan Baez, Bob Dylan, Barbra Streisand, Bill Cosby, Bo Diddley en The Rolling Stones.
Er is een opvallende overeenkomst tussen het ondier van Kafka, de fatsoenlijke kakkerlak van Highsmith en de dikke jongen van Monzó: ze zijn alledrie tegen de verwachting in talige wezens. Zijn familieleden beseffen het niet, maar Gregor kan hen gewoon verstaan. Ook de fatsoenlijke kakkerlak begrijpt ‘the going yak’ van de hotelgasten. En de dikke jongen pakt het boek op ‘in de overtuiging dat hij er niets van zou begrijpen, maar zodra hij er een blik op wierp, las hij zonder veel problemen.’ Van de weeromstuit verwijst de fatsoenlijke kakkerlak naar het einde van ‘Gregor’: ‘Last week I had seven [women], but how many of these have been stepped on?’
 
Zodra de dikke jongen de drempel van de rommelkamer overschrijdt, lijkt hij in een ander verhaal te kruipen, waarin hij een verleden heeft als een gewone jongen die zaalvoetbal speelt, huiswerk maakt en Diet Pepsi drinkt, en zo te zien heeft hij ook een andere vader en moeder. De rommelkamer verwijst naar Kafka, maar de wereld erbuiten heeft een ander referentiekader. Door veel van Monzo’s verhalen schemert zijn fascinatie met de Amerikaanse (sub)cultuur. Zijn populairste verhalenbundel, El perquè de tot plegat (Het waarom van alles), doet denken aan een serie popartwerken van Lichtenstein, waarin alle clichés van de man-vrouwverhouding worden uitvergroot en uitgebeend. In veel van zijn verhalen heerst de surrealistische logica die we kennen uit Amerikaanse animatiefilms. En ook de wereld buiten de rommelkamer in ‘Gregor’ doet vagelijk Amerikaans aan: een dikke teenager met acne die Diet Pepsi drinkt en lusteloos op de bank zit te spelen met de afstandbediening van de tv, Elvis Presley die ‘Guadalajara’ zingt, Patricia Highsmith die schrijft over een kakkerlak in een hip hotel in New York. Een wereld die de gemiddelde Europeaan uit Amerikaanse (B-)films kent.
En het is een van de beroemdste Science Fiction B-movies die mij te binnen schoot bij het vertalen van ‘Gregor’: Invasion of the Body Snatchers. In deze film worden mensen tijdens hun slaap vervangen door gevoelloze dubbelgangers, die tot wasdom komen in reusachtige peulen, door buitenaardse body snatchers neergelegd op onopvallende plekken in de huizen van hun slachtoffers: kelders, bijkeukens, rommelkamers…
Ik citeer uit de Wikipedia: ‘Jack Belicec finds a body with what appear to be his features, though it’s not yet fully developed.’ Een duidelijk geval van onvolledige gedaanteverwisseling. De onvolgroeide exemplaren in de reusachtige peulen zijn dan ook geen larven (die immers gedurende de metamorfose drastisch van uiterlijk veranderen), maar nimfen.
Als de dikke jongen het nimfstadium verlaat, ziet hij drie kakkerlakken aan voor zijn familie, maar zodra hij uit de rommelkamer kruipt, blijkt hij een gevoelsarme kopie te zijn van een zaalvoetballende tiener met puistjes, die zich in de laatste zin van ‘Gregor’ ontpopt als een harteloze moordenaar.
 
‘Gregor’ van Quim Monzó is te lezen in de kleine papieren uitgave van Masker, ontmasker en in de pdf van het nummer.
 
Frans Oosterholt is vertaler Catalaanse en Spaanse literatuur en docent Nederlands. Recent vertaalde hij onder meer werken van Pío Baroja, Josep Maria de Sagarra en Narcís Oller.

Over de auteur: