Blog | Ruth Verraes, november 16, 2012

Schets van het landschap IV

beeldende kunst ruth verraes

1. Je zegt landschap en ik stel me een landschap voor als een landschap. Ik woon in de stad. Toch heeft dat landschap alles wat ik ervan verwacht. Ik weet niet of  het landschap uit bergen bestaat, zee of woestijn, ik hoef niet te kiezen. Ik heb er een idee van, dat is genoeg. Dit idee heeft geen materie, de materie wordt verbeeld en lijkt niet uitvoerbaar.

2. Wanneer ik het landschap uit mijn hoofd op een afbeelding zoek, beantwoordt geen enkel plaatje eraan. Zoek ik een boom, dan zoek ik de boom. Alle afgebeelde bomen lijken mij te exemplarisch. Het helpt de omgeving weg te knippen, een symbool te nemen of een kindertekening van een boom. Maar dat is niet wat ik bedoel.

3. Ik wil me in het landschap begeven. Maar welk landschap? Een berglandschap of een landschap met de zee. Is het een woestijn, een landschap met weides of bossen? Terwijl ik het daarnet nog zo zeker wist, moet ik nu langzaamaan een keuze maken.

4. Een berg en een steen verwijzen naar een bol. Maar ik heb een bol in mijn hand en denk dat het andersom is, dat de bol naar de berg en de steen verwijst. In mijn hoofd heb ik alle elementen uit het landschap al aan geometrische vormen gekoppeld. Ik stel dat het landschap op die manier eenvoudig te representeren is. Zolang ik maar niets concreet moet maken.

5. Nu ik wel concreet moet worden, haper ik opnieuw bij de boom. Welk landschap draagt mijn interesse? Ik besluit resoluut dat het die uit de verbeelding is of op zijn best een beschrijving ervan. Niet het landschap waar ze naar verwijzen. Aan de slag gaan met een specifiek landschap baart me daarom zorgen. Ik weet daar niet te kunnen vinden wat ik zoek. Namelijk dat landschap dat ik zou willen fotograferen en beschrijven, het landschap dat zich aan mijn theorieën aanpast. Dat landschap waarvan ik me nooit hoef af te vragen of het wel bestaat.

6. Maar wat is de uitdrukking van dat landschap? Kan ik het in een beeld vangen? En wat ga ik erover schrijven? Laat ik een theorie zien die in de verbeelding opgaat maar niet in de realiteit? Dat zou gewaagd maar wel eerlijk zijn. Want ondanks alle theorieën maak ik niets anders dan dat wat ik maak. Omdat ik geloof dat het een sterk beeld oplevert en omdat dat het eerlijkste is wat ik op dat moment te vertellen hebt.

7. Ik had een beeld in mijn hoofd van dat wat ik erover zou gaan maken. Maar opnieuw ligt daar die wereld die zo ontstellend talig is.

Ruth Verraes (België, 1980) rondde in 2006 de opleiding Beeld en Taal af aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en is master in de grafische vormgeving. Haar beelden en teksten ontstaan vanuit een onderzoek naar hoe de omgeving vorm krijgt, dankzij en ondanks de taal. Bevreemdende landschappen en objecten, korte poëtische en beschouwende teksten kenmerken haar installaties, lezingen en performances. Werk van haar was eerder te zien en te horen bij onder meer Ellen de Bruyne PROJECTS in Amsterdam.