The Jack Spicer Series

Een film met een aanhef

een weinig bekend en onvruchtbaar genre

maar het treft dat de aanhef ons bezighoudt

net als de wetenschap dat in een klein

en lokaal middenstandskrantje

alles zijn prémière kreeg: de sportgedichten

zijn bekeuringen, de slagersjongen wiens haasjes, schenkels en

organen hij bijzonder graag rauw nam.

 

Er was uit Life gescheurd en door Billy Wilder bijgekleurd

Norman-Rockwell-licht in de benauwde woningen.

Houten argumenten telden, iedereen

hetzelfde postuur en dezelfde afbetalingen.

Daar zouden ze het niet over hebben

maar ze bezweken.

Het drama hing meteen in de lucht

wat de regisseur de ruimte gaf

het leven van Jack Spicer te versnellen

wat ook Spicer niet slecht uitkwam

 

Hij liet zich dronken in de armen vallen van de slagersjongen

goed betaald en zonder wetten

die hem het schrijven konden beletten.

 

Daar gingen de radioverslagen allang aan vooraf

en het commentaar dat zijn behendigheid

met flipperkasten onbesproken liet.

Hij had graag over bier gesproken

over het drinken van bier.

In zijn gedichten liet hij Shakespeare het meeste drinken

en daarna de goden met een jezusafwijking

generatiegenoten met baarden en sandalen

en woorden die op baarden en sandalen rijmden.

 

Hier werd er film van gemaakt

en naast de slagersjongen moest een mollig meisje

aan zijn twijfel pulken tot er kleine korstjes afbraken.

 

Hij herinnerde zich een ultieme wedstrijd

de pitcher kwam ongelukkig ten val en

de littekens konden niet worden aangesleept.

 

Op de radio was zijn naam bevestigd

en ook het mollige meisje kon het niets schelen

dat ze werd genoemd en alles van haar in beeld kwam

 

waarmee de lijn van The Jack Spicer Series

volledig zoekraakte.

 

Er zouden zeker zeven afleveringen nodig zijn

voordat hij dood was

wat verbazingwekkend was

gelet op hoeveel ze allemaal dronken

en graag wilden laten zien

hoe het feit dat ze vergeten zijn

waar de film over gaat

het beste kan worden gefilmd.

Over de auteur:

Jan Baeke (1956) is vertaler en dichter. In 1997 verscheen zijn debuutbundel Nooit zonder de paarden bij Uitgeverij de Bezige Bij. Hiervoor had hij reeds gedichten gepubliceerd bij Tirade. De vierde bundel van Baeke, Groter dan de feiten (2007), werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2008. Naast dichter is Jan Baeke vertaler van Lavinia Greenlaw, Liz Lochhead en Deryn Rees-Jones en is hij verbonden aan Poetry International.