thema:

Zo gewichtloos mogelijk

Als kind las ik de teksten van pakken yoghurt aan tafel, de teksten van doucheschuim en op vakantiefoto’s ga ik meestal vergezeld met een appel en een boek.

Ik kan er nog steeds niks aan doen: ik moet alles lezen. Tijdens tentoonstellingen is dit een hinderlijke eigenschap- teksten die uitleggen waar het kunstwerk over gaat, die wil ik niet lezen. Ik heb mezelf zover gekregen dat ik deze oversla.

Dus daar stond ik, op Drawing Amsterdam: teksten verwerkt in beeldend werk. Ik liep met Richtje rond, we praatten hierover, we wezen de teksten aan die vaak als vorm in een tekening verwerkt waren. Bijvoorbeeld: een potloodtekening, de tekst in hetzelfde potlood geschreven. Hetzelfde handschrift zowel in tekst als beeld: hoekige tekening, hoekige letters. Tekst en beeld had hier een eenheid in vorm, een overeenkomst door de hand van de kunstenaar.

Het is niet waar mijn hart het eerste naartoe reikt, tekst, maar mijn ogen wel.
Daar ga ik: ik bevind me voor het werk van Sharka Hyland.

Het zijn twee ingelijste teksten. ‘Tekst base drawings’ , gokte ik. En: vast literatuur gestudeerd. Ik zat er achteraf niet ver naast; grafisch vormgeefster en studeerde linguïstiek.

Ik probeerde nog eens goed te kijken; dit moest een tekening zijn. Niet naar het naambordje kijken, nee, goed kijken. Ik stond er met mijn neus bovenop. Het papier was ruw. Papier dat je van dichtbij ziet, voelt als een hand die over je arm strijkt. Het blanke blad voel ik in mijn buik, zo mooi hoe het diffuse licht erop valt, hoe het licht absorbeert en er een mooi egaal blank vlak van maakt. Ik stap in een lichte ruimte, mijn huid is gevoelig voor elke aanraking.

Dan kijk ik naar de randen van het wit, daar waar de letters beginnen. De letters staan met een vreselijke precisie naast elkaar, in een standaard lettertype, ik gok Times new Roman of Cambria. Niet het handschrift van de kunstenaar dus, maar een die al ontworpen is. Kennelijk heeft dit de voorkeur. De twee teksten zijn twee aparte grijze blokken letters die ingelijst zijn, en aan de rand waar de letters eindigen, begint het papier. Twee rafelige blokjes; het wit dat tussen en om de letters heen zit wordt een kartelrandje. Het kan nog, ik duw mijn neus er nog dichter op. Dan zie ik de letters, ze zijn niet gedrukt of geprint, ze zijn getekend met potlood. Even heb ik het idee dat ik een geheim heb ontraadseld. Ik lees de tekst.

Twee goed geschreven teksten, over de ruimte waar een hoofdpersoon zich in begeeft. Het licht wordt beschreven, de verhoudingen binnen de ruimte, en in beide teksten wordt de tijd opgevoerd als element dat belangrijk is. Ruimte, tijd. Even ben ik op het station naast de hoofdpersoon uit een van de teksten, en teken zijn gestalte uit: een man in een lange zwarte jas met een hoed. In het andere blokje tekst schijnt een Italiaans licht dat van de woonkamer een theater maakt. Ik zie het nu duidelijk door de ramen schijnen.

Dan kijk ik naar mezelf: ik ben een personage dat in een zeer lichte ruimte staat, waar licht van veel, heel veel kanten komt en er bijna geen schaduw bestaat. Dat is precies wat me zo’n licht gevoel in mijn hoofd geeft op kunstbeurzen. Bestaan we nog wel, zonder schaduw? Zijn we nog wel materiaal, of is dit precies de reden van al dat licht: dat wij geen materiaal meer zijn, maar naar de kunstwerken moeten kijken, die solide zijn, opgelicht, aanwezig. We lossen dan op in het licht, even. Zo gewichtloos mogelijk kunnen we de nieuwe ruimtes binnenstappen.

 

Over de auteur:

Annemieke Gerrist (1980) is beeldend kunstenaar en dichter, woont en werkt in Amsterdam. Haar dichtbundels 'Waar is een huis (2008)' en 'Het volume van een logé (2014) ' verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij. Beeldend werk van haar was te zien oa in de Veem galerie (2007), Willem 3 gallerie (2011), solo 'Binds and dubble binds' in Revolution 100.000.000etc Gallery (2012) en momenteel in de groepsexpositie 'Dubbeltalenten' (2014) www.annemiekegerrist.nl