thema:

Zomerverblijf

Het is lekker rustig op het plein voor de sociale verzekeringsbank, ook wel de asociale verzekeringsbank geheten. Ik zit op een van de cilinders die het plein opvrolijken. Dagwarm beton gloeit na. Almachtige zon, gij zijt terug. De afgelopen dagen zijn mijn armen poepbruin geworden. In de tuin voor mijn zomerverblijf kan ik me uitstrekken tot ik met mijn tenen het riet raak. Deze zomer heb ik een topplek gevonden. Het is vlakbij dat bosje elzen aan het water. Achter de brandnetels zit ik goed verstopt. Zeiltje voor als het onverhoopt regent en klaar.

Er zitten hier veel kantoren en de kans dat er iemand in zijn nette pak de struiken in duikt is niet zo groot. Vorige zomer zat ik in een park waar veel kinderen spelen. Ouders vol in paniek. Dus moest ik weg. Hadden ze al mijn spullen vast opgeruimd en weggesmeten. Excusez-moi. De cursus huttenbouwen voor volwassenen gaat helaas niet door. M’n huidige zomerverblijf ligt iets voorbij de muur met de varens. ’t Moet niet veel gekker worden. Muur is steen en varens zijn varens zou je zeggen. Fout. Muur is varenfoto op plastic. Dubbeldikke dubbelop toestand.

Achter die muur ligt mijn landgoed, ook wel de bosjes geheten. Villa Achter den Betonnen stompen. En heb je die olijven gezien? Wie zet er nu zulke prachtbomen in zo’n domme bak? Die types weten zeker niet dat ze meer dan honderd kunnen worden. Veel ouder dan zij met hun afgestompte verzekerkoppen. Zelf word ik steeds meer olijf, mijn bast gegroefd, gekloofd. Wie geeft mij nieuwe aarde?

De hele middag lag ik in de zon. Voorslapen noem ik dat – wat de nacht doet weet je nooit. Een paar meter verderop hebben nijlganzen een nest van een eend ingepikt. In Afrika schijnen ze die grootogen op te eten. Foie gras. Caca d’oie. Het wordt hier steeds beter. Straks nodig ik mijn vrienden uit for lunch, hoewel de meesten een hekel hebben aan groen. Zeker als er geen bankje voor staat. Maar waar eet je rustiger dan in Huize Ganzenschijt? Veel van mijn asociale buren de verzekeraars lunchen nu buiten dus de vuilnisbakken zitten goed vol. Ik zing het hier wel even uit. Het duurt nog jaren voor het koud wordt en tegen die tijd laat ik me oppakken door het Leger. Winterkamp. Gezellig met z’n allen in het stapelbed. Nu ga ik er alleen af en toe douchen, koffiedrinken en contact houden met de formuliertjesverslaafden. Dat is belangrijk, contact houden. ’s Nachts zingen in de bosjes de roodborsten. Die jongens zitten vaak laag bij de grond. Borst vooruit, klauwtjes in de stam.

42Zomerverblijf

Dit verhaal is een voorpublicatie uit Sanneke van Hassel. Hier blijf ik. 45 verhalen bij 45 foto’s. De Bezige Bij, september 2014.

Foto: (c) Eva Flendrie, www.dekrachtvanrotterdam.nl

Over de auteur:

Sanneke van Hassel (1971) schreef drie verhalenbundels en een roman. Wekelijks schrijft ze in het magazine van Het Financieele Dagblad Persoonlijk een kort verhaal bij een foto. Daarnaast maakt ze met de SLAA onder de noemer Hotel van Hassel programma's over het korte verhaal en stelde ze in 2012 met Annelies Verbeke de bloemlezing 'Naar de stad' samen, met veertig hedendaagse verhalen uit de hele wereld.