Hoe Kafés Ellenikos te drinken in Emprosneros
W.N. Herbert
Altijd vroeg op, steeds vaker nu
de oude lenzen vertroebelen en zich voldoende
van het licht van gisteren onzeggen om het gemoed gerust te stellen
en door de dageraad te slapen, zit mijn vader
en drinkt kafés met Apostolos
die nog veel vroeger is opgestaan om te zorgen voor de schapen die hij kocht
toen hij in de knel kwam. Geen van beiden begrijpt
ook maar een woord van wat de ander zegt,
zij drinken samen hun kafédhes in de koelte
voor de cicaden, de pieken van de Witte Bergen onbewolkt,
af en toe een schorre haan.
‘Hij slurpte het op en toen hij klaar was
schonk hij er water in, wervelde het kopje rond,
en dronk het drab en zo doe je dat.’
Ik heb nog nooit iemand dit zien doen
maar laat het bestaan, twee dode mannen
die het water rondwervelen en het drab drinken
in de stilte voor het aanzwellen van de hitte.
vertaling: Elma van Haren / W.N. Herbert / Karlien van den Beukel
Juno’s droom Fiona Sampson
Juno ligt
in de aarde
het grote dromen
is begonnen
en hoewel ze rent
rent en rent
door de draaiende
aarde zal ze niet
bewegen noch
brengt ze de schapen thuis
noch vangt ze de haas
waarvan ze droomt
terwijl haar beenderen
een witte sikkel vormen
terwijl haar schedel
zich vult met de wortels
van kamille en wilg
terwijl ze blaft
heeft ze haar bek
vol van de goede
aarde de geur
dringt binnen verandert
haar verandert
de richting
van haar droom
ze is aan het rennen nu
naar ons toe
aan het rennen door
de draaiende aarde
naar ons toe ze
is bijna thuis
vertaling: Hélène Gelèns / Fiona Sampson / Karlien van den Beukel
Stormstrand
Sean O’Brien
Het voelt alsof iets groots behaald is, de leegte
Herschikt is om de dingen eenduidig te maken.
In de lange poel achter het kiezelstrand
De hemel blauw en bitter. Amstelkratten
En weggerukte strengen zeewier gingen evenzeer
In de herziening, terwijl de zee
Ergens voorgoed naartoe verdwenen lijkt:
De afstand is alle ruimte gegeven
En de horizon schijnt ook nog zo’n achterhaalde
maatvorm te blijken. Wat blijft:
alleen het sublieme dat ons
een zonverblinde plaats bepalen doet.
Het is ijskoud als we ten tonele komen –
Lastiger is het de helling op te struinen –
Alsof we eindelijk de grondbegrippen
moesten aanspreken die we ooit verstandig
in weerbestendige vakjes terzijde legden
voor een dag als deze. Maar het is meteen duidelijk
dat ons geen sprekende rol is gegeven.
Die is voor de meeuwen. In deze karige
Laaiende zoutverzadigde lucht en verblufte aardkunde
Zijn we slechts hier in naam van iedereen
die langschrijdt om te gaan begroeten
en rouwen, verderop en verder weg.
Vertaling: Menno Wigman / Sean O’Brien / Karlien van den Beukel