Wim Noordhoek in Italië

‘Italië is een man van middelbare leeftijd in een stilstaande auto, langdurig geparkeerd op een rustige plek.’ Die zin plaatste Wim Noordhoek op 18 juli 2007 op het Avondlog. De man leest een roze sportkrant, al is het moeilijk te zeggen of hij wel leest want hij draagt een zonnebril. Als zijn mond openhangt, slaapt hij en als hij in de verte staart over de krant heen, denkt hij aan zijn moeder. ‘Moeders zijn machtig in Italië.’

Het Avondlog bestaat uit korte teksten, alle geschreven naast een afbeelding. Honderddrieëntwintig van deze logs zijn verzameld in Italiaanse dromen. Een gouden greep om juist de teksten over Italië bijeen te zetten. Het is raadzaam eerst de afbeelding te bekijken en het onderschrift te lezen en dan pas het log. Hij reisde van 1976 tot 2010 naar Italië. Hij maakte er diverse rapportages voor de VPRO. Wim Noordhoek weet altijd waar zich iets heeft afgespeeld.

Italiaanse dromen begint in Zwitserland, in Kandersteg. ‘Kastelen vervelen’, merkt hij op, ‘daar komen opsluitingen in torens van.’ Het gaat Noordhoek om de poëzie van een plek. Het is dikwijls een bezoek dat aan zo’n log ten grondslag ligt, maar het kan ook de omschrijving van een film zijn die hij ziet of iets in een boek. Noordhoek is volmondig literair journalist, hij weet zich al reizend de literatuur in te schrijven die hij ter plekke herbeleeft. Soms bestaat een bijdrage aan zijn Avondlog voor het leeuwendeel uit citaat.

Giorgio Morandi leefde stil en wilde niemand bekeren tot zijn potjes en flesjes. Heinrich Heine droomt dat bloemen in plaats van mensen door de straten van Trentino wandelden. En Fellini vraagt zich af wat fascisme anders is dan verlate puberteit. Boeken zouden als reisgids kunnen dienen, maar het reizen van Noordhoek is veel vrolijker dan dat: ‘ik pakte ze er pas achteraf bij, want ik reis lukraak’.

Al de plaatsnaam Cuneo valt, hoofdstad van de Piemonte, valt daar ook de term die Wim Noordhoek kenmerkt: topomaan. Een topomaan is geen postrijder die ’s nachts met een poststuk dat te groot is voor de brievenbus tegen de deur geleund neerzakt en zichzelf het poststuk voelt, volgens een prozagedicht van K. Michel. Een topomaan is ook geen verzamelaar van trammetjes uit het jaartal 1927 die precies weet waar de onderdelen vandaan komen. Nee, een topomaan is simpelweg iemand die graag naar een landkaart kijkt en voor alles vooral wil weten waar iets nou precies is, waar het zich afspeelt.

Pronkstukken zoals bepaalde steden die huisvesten noemt Noordhoek zinloos, betekenisloos. Denk aan de Eiffeltoren. Ook van belang: ‘de derde wereldoorlog kan niet verklaard worden zonder de galblaas van Donald Trump’. Denk maar aan de aambeien van Napoleon. Droomachtig is de omschrijving van een epifanie, als hij zich realiseert dat op sommige plekken het uitzicht geen diepte kent, net als op schilderijen uit de Middeleeuwen. Soms is zo’n avondlog zo beknopt dat het bezoek de sfeer heeft van een dagdroom.

De Italiaanse dromen bevatten ook mooie anekdotes, over twee Amerikanen die in een Volkswagenbus door Europa rijden en een popfestival in Rome organiseren. Rome is maar 1500 kilometer ver weg, een afstand die in de Verenigde Staten een peulenschil is. Uiteindelijk komt haast niemand opdagen en spelen de bands voornamelijk voor driehonderd Italiaanse politieagenten in uniform. Het festival duurt drie dagen. De muzikanten vervelen zich. Wim Noordhoek is er wel. Het is mei ’68. Om de tijd te doden speelt hij met de jongens van Pink Floyd en Ten Years After voetbal. ‘Goeie voetballers’, voegt hij toe.

De logs zijn niet chronologisch in het boek gegroepeerd, maar naar topomanische leidraad geografisch, de Italiaanse dromen maken een reis van noord naar zuid. Het meest persoonlijk is Wim Noordhoek bij de ‘Napolide’ van Erri de Luca. Het is sterker dan dat de plaats van herkomst onder je huid gaat zitten. Wim Noordhoek meet zich, ook bij hem is een vishaak via een wond het lichaam binnengedrongen en reist er rond. Maar bij hem is het geen Napels: ‘ik hield Den Haag altijd onder de leden als een ziekte’. Hij durft er niet naar terug, bang een bekend gezicht tegen te komen, ‘ouder maar onmiskenbaar. Bang dat ik onder de portiekwoningen weer zou veranderen in wie ik was.’

‘Niets om naar terug te gaan’, schrijft Noordhoek, en dat klinkt als Don’t drag me back to nothing van Mark Stewart & The Maffia, met het verschil dat de zanger het schreeuwt. De conducteur knipt niet een gat in het kaartje, maar in degene die de stad verlaat. ‘Ik logeer nu een mensenleven in Amsterdam maar thuis heb ik me nooit gevoeld. Het belangrijkste van mijn Amsterdam is dat het niet Den Haag is.’ Zoals Erri de Luca schreef over het vertrek uit Napels: ‘Nooit meer kon ik elders aarden.’

Dat zijn grote woorden. Maar juist waar ze bij Wim Noordhoek imploderen, weet je dat ze geschreven zijn omdat ze diep gemeend zijn, omdat ze voor hemzelf gelden. En juist omdat ze zo uitsluitend voor een persoon gelden, weet je dat ze ook voor een ander gelden.

We zijn niet alleen.

___________________________________

Italiaanse dromen van Wim Noordhoek is uitgeven door uitgeverij Avanti. Bestellingen kunnen via dit adres geplaatst worden.

136 blz. | € 15,- | ISBN 9789082318166de

Wim Noordhoek was jarenlang bestuurslid van stichting iwosyg die Terras uitgeeft. Uit bewondering voor zijn avontuurlijke geest plaatste Terras het Avondlog lange tijd bovenaan de homepage.

Over de auteur:

Erik Lindner (1968) is dichter en oprichter van Terras. In 2021 verscheen zijn tweede roman 51 manieren om de liefde uit te stellen, in 2024 de bundel Hout.