thema:

Antigone Unltd.

Het expliciet politieke potentieel van Antigone is ook en vooral buiten Europa uitgewerkt. De witte Zuid-Afrikaanse auteur Athol Fugard noemt het onomwonden ‘the greatest political play of all times’. Samen met twee zwarte acteurs, John Kani en Winston Ntshona, schreef hij The Island (1973). Twee andere en veel becommentarieerde Afrikaanse Antigone-bewerkingen zijn Odale’s Choice (1962) van Edward Kamau Brathwaite, geschreven in Ghana, en Tegonni: An African Antigone (1994) van de Nigeriaan Femi Osofisan. De Afrikaanse Antigone-bewerkingen roepen een heel eigen set van vragen op over de dominantie van de witte canon, het historisch kolonialisme en de actuele postkoloniale machtsrelaties.

 

The Island – een verwijzing naar Robben Island, waar ook Nelson Mandela gevangen zat – ontstond uit improvisaties over de ervaringen van de zwarte acteurs met de apartheid. Het samenwerken van zwarte en witte theatermakers was onder de apartheid niet zonder risico’s. Fugard ‘herschrijft’ Antigone niet in eigenlijke zin, maar laat in het stuk twee zwarte gevangenen de confrontatie tussen Creon en Antigone opvoeren voor de bewakers en hun medegevangenen. Aanvankelijk wil een van de twee gevangen het stuk niet spelen omdat hij het associeert met de repressie van het regime. Maar uiteindelijk vindt hij door het spelen van Antigone op het einde van het stuk zijn stem en die van zijn gemeenschap om Creon/de apartheid het hoofd te bieden:

 

Brothers and Sisters of the Land! I go now on my last journey. I must leave the
light of day forever, for the Island, strange and cold, to be lost between life
and death. [Tearing off his wig and confronting the audience as Winston, not
Antigone] Gods of our Fathers! My Land! My Home! Time waits no longer. I
go now to my living death, because I honoured those things to which honour
belongs.

 

Ook Femi Osofisan schrijft zijn stuk Tegonni: An African Antigone (1994) in een zeer tumultueuze politieke periode: de annulering van de vrije presidentsverkiezingen in 1993 in Nigeria, de gewelddadige opstand van een ontgoochelde bevolking en de brutale militaire repressie die daarop volgde. Hij situeert zijn stuk aan het einde van de negentiende eeuw tijdens de Britse koloniale overheersing met zijn Empire-building, zijn racisme, zijn schaamteloze toeëigening van lokale rijkdommen en zijn interventie in de inheemse politieke en sociale strijd. Tegelijk wordt het publiek gevraagd om te reflecteren op de eigentijdse politieke context in Nigeria. Opmerkelijk is dat Tegonni bezoek krijgt van de klassieke Antigone. Dit is de scène waarin Antigone zich aan de ‘zusters’, de vriendinnen van Tegonni, bekend maakt:

 

KUNBI: Hey, did you say, you’re – Antigone?

ANTIGONE: Yes.

KUNBI: The same Antigone we’ve heard about?

ANTIGONE: There’s only one Antigone.

KUNBI: But that’s impossible. She’s from Greek mythology.

ANTIGONE: And so am I. From the Greek and other mythologies.

FADERERA: An impostor! Let’s go.

ANTIGONE: Antigone belongs to several incarnations.

KUNBI: But you … you’re black!

ANTIGONE: (laughs). And so? What colour is mythology?

ANTIGONE’S CREW: We’re metaphors. We always come in the colour and
shape of your imagination.

 

De metatheatrale introductie van Antigone in het stuk opent een volledig nieuwe ruimte voor de onderhandeling tussen de antieke Griekse tragedie en de moderne Afrikaanse adaptatie. De aanwezigheid van Antigone die het verloop van haar eigen verhaal kent in combintatie met Tegonni die voor haar toekomst vecht, geeft Osofisan de mogelijkheid te spelen met de spanning tussen het fatale verloop van de geschiedenis en de geschiedenis als voortdurend nieuwe mogelijkheid. De Haïtiaanse auteur Félix Morisseau-Leroy, die in 1953 een Creoolse Antigone schreef, zegt: ‘En tout temps et en tout lieu, il pourrait y avoir une petite Antigone qui dit non’. Het ‘nee’ van Antigone klinkt in de Afrikaanse bewerkingen anders dan in de meeste Europese. Het ‘nee’ van Antigone is een daad van agency, van politiek verzet tegen de staatsmacht. De Afrikaanse Antigone-bewerkingen zijn mijlenver verwijderd van de hegeliaanse stelling over twee evenwaardige ethische posities. De zwarte Antigone is zich sterk bewust van haar positie in een politieke strijd tegen de onderdrukker en voor vrijheid en democratie. Ze werpt zo ook een nieuw licht op haar meer existentialistische en tragische westerse zuster.

 

De rest van Erwin Jans’ essay over Antigone is te vinden in Terras #18 ‘Cariben’.

Over de auteur:

Erwin Jans (1963) studeerde Germaanse Filologie en Theaterwetenschap. Sinds 2006 is hij als dramaturg verbonden aan Toneelhuis te Antwerpen. Hij doceert over theater en drama, doet onderzoek naar het statuut van de theatertekst en vergeten Vlaams repertoire en publiceert over theater, literatuur en cultuur. In 2006 verscheen zijn essay "Interculturele Intoxicaties. Over kunst, cultuur en verschil". In 2017 maakte hij de bloemlezing De waterdrager en de dorstige. Tien theaterteksten van Tone Brulin.