Koffertje op de veiling
In het glazen voorgeborchte van de bioscoop zakte ik weg in een lompe, knalgele fauteuil die de wereld op de illusie trakteerde dat alle dingen konden slijten behalve hij. Juist nadat ik, roerend in een cappuccino, had besloten dat het niet meer uitmaakte hoe ik aan de kost kwam en waar ik de bijeengeschraapte duiten aan besteedde, of aan wie ik mij moest hechten en welke taal min of meer beheersen, nam een moeder met kind het tafeltje naast mij in beslag. Ik zei vrijwel automatisch: ‘Uw dochter heeft schattige oogjes.’ Ze bedankte me en glimlachte naar haar meisje met blonde lokjes boven oogjes waar ik helemaal niet naar gekeken had. Ik vroeg met een soort kleffe terughoudendheid of ze naar de film gingen: een onvermijdelijk schot in de roos, en ze voegde toe dat ze haar dochter vooral gebruikte om zelf weer zin in de dingen te krijgen. Laatst … lees meer