Blog | , november 19, 2015

Vertaling: ,

Brief aan d’Alembert over het toneel (fragment)

bestaan heeft zijn genoegens, die voortvloeien uit ’s mensen aard en zich ontwikkelen uit zijn werk, zijn sociale omgang en zijn behoeften; die genoegens, die des te aangenamer zijn naarmate degene die ze smaakt gezonder van ziel is, zorgen ervoor dat ieder die ervan kan genieten, nog maar weinig openstaat voor alle andere genoegens. Vaders, zonen, echtgenoten, burgers hebben zulke zinvolle plichten te vervullen dat ze geen moment meer over hebben om zich te vervelen. Voor wie hem goed gebruikt, wordt de tijd nog kostbaarder; en hoe beter je hem te nutte maakt, des te minder tijd je kunt vinden om te verliezen. Je ziet dan ook voortdurend dat mensen die gewend zijn te werken niet tegen nietsdoen kunnen, en dat een goed geweten de voorkeur voor frivole genoegens vermindert; maar wie ontevreden is over zichzelf, wie zucht onder ledigheid, wie eenvoudige, natuurlijke voorkeuren kwijtraakt, heeft vreemde vormen van vermaak nodig. Ik houd niet van de behoefte om ons hart steevast op het toneel te richten, alsof het zich binnen in ons niet prettig zou voelen. De natuur zelf heeft het antwoord gedicteerd van de barbaar* die hoorde pochen over de pracht van het circus en de spelen van Rome. Deze goede man vroeg: ‘Hebben de Romeinen dan geen vrouwen en kinderen?’ De barbaar had gelijk. De mensen menen bij het toneel elkaar te ontmoeten, maar iedereen komt juist alleen te staan; iedereen vergeet zijn vrienden, zijn buren, zijn naasten, en verdiept zich in plaats daarvan in fabels, betreurt het trieste lot der doden of lacht om de levenden. Hoewel, nee, ik had moeten inzien dat deze woorden niet meer passen in onze eeuw. Laten we proberen woorden te vinden die beter worden begrepen.
      Wie vraagt of toneel op zich goed of slecht is, stelt een al te vage vraag; hij onderzoekt een verband voordat hij de termen ervan heeft gedefinieerd. Toneel is voor het volk, en alleen via de invloed ervan op het volk kan worden vastgesteld of het in laatste instantie deugt of niet. Er zijn oneindig veel soorten toneel te onderscheiden:** er bestaat tussen de verschillende

* Chrysostomus, In Evangelium Matthaei, preek 38.
** ‘Toneel kan op zichzelf verfoeilijk zijn, bijvoorbeeld in de zin van onmenselijk of indecent, zedeloos; zie bepaalde vormen van toneel bij de heidenen. Maar er is ook toneel dat op zichzelf neutraal is en alleen slecht wordt als men er misbruik van maakt. Toneelstukken hebben bijvoorbeeld niets slechts als je er een schildering van menselijke karakters en menselijk handelen in aantreft, waarmee zelfs prettige, nuttige lessen zouden kunnen worden gegeven voor alle rangen en standen; maar als er een lakse moraal in naar voren komt, als de personen die dat beroep uitoefenen een liederlijk leven leiden en anderen in het verderf storten, als zulk toneel de ijdelheid, luiheid, luxe en schaamteloosheid in de hand werkt, dan is er duidelijk sprake van misbruik en kunnen we zulk vermaak beter negeren, behalve als er een middel gevonden kan worden om het te corrigeren of zich ertegen te beschermen.’ Christelijke onderwijzing, deel 3, boek 3, hoofdstuk 16.
Hier wordt de kwestie goed onder woorden gebracht. Het gaat erom uit te zoeken of de moraal van het toneel onherroepelijk laks is, of misbruik onvermijdelijk is, of de kwalijke aspecten voortvloeien uit de aard van het toneel zelf of oorzaken hebben die uit de weg kunnen worden geruimd.

Over de auteur:

Jean-Jacques Rousseau was een Franse filosoof en schrijver in de achttiende eeuw.

Over de vertalers:

Jan Pieter van der Sterre (1951) vertaalt Franse literatuur. Recente vertalingen: Hardlopen van Jean Echenoz, De mooiste van Beaudelaire, De zwangere weduwe van Martin Amis. Voor Raster schreef hij onder meer over Raymond Queneau.

Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre vertalen uit het Frans en uit het Engels, meestal als duo. Na Amis, Aciman, Miller en Fountain eerder, werkten zijn aan Ferrari (Prix Goncourt), de Goncourts zelf, Twan Tan en Echenoz.