thema:

Buitenplaats

Bloemhof is een buitenplaats op Curaçao. Onder de poort van het koetshuis uitkomend laveer je op paden tussen perken die met gewitte steenblokken zijn afgebakend. In het hoofdgebouw bevindt zich een tentoonstellingsruimte. De tropische dorheid van de omgeving wordt benadrukt door een al jaren durend project om met doornen takken een kathedraal te bouwen. De prikkelende vergeefsheid wordt kunst. Tussen de zeegroene muren van een voormalige stal staat de lezenaar opgesteld. De geur van hooi die er niet meer hangt, ruik je toch. Zelfgebakken lekkernijen staan naast de karafjes water. De afgebroken hibiscusbloemen blijven maar een dag lang geopend.

Gedurende die ene dag kunnen er gedichten voorgelezen worden. Staand achter de lezenaar dringt zich steeds meer de nadrukkelijk luisterende houding op van iemand die vooraan zit. De overige gasten zijn wazig geworden. Het is alsof deze mens op het punt staat zich tussen mijn regels te vlijen en er voorlopig te blijven, ook om ze te toetsen.

Hij blijkt de dichter Shrinivási te zijn. Surinamer van Hindoestaanse afkomst, evenals Jit Narain. Deze laatstgenoemde dichter ontmoette ik eerder. Hij woont in de buurt van Paramaribo en heeft een huisartsenpraktijk waarin de massaal opgeslagen voorraad medicijnen bij alleen het zien al verslavend werkt.

Shrinivási, die vorig jaar op Curaçao overleed, behoorde tot een oudere generatie dan Jit Narain, beide kosmopolieten bleven hun Hindoestaanse cultuurelementen uitdragen in hun poëzie.

 

 

De eerste bundel van Jit Narain, in het Sarnami geschreven, draagt als titel Dal Bhat Chatney (‘Rijst Gele erwten Chutney’).

Shrinivási is een samentrekking van begrippen uit het Hindi en betekent ‘goede Surinaamse burger’.

De dag na ons optreden overhandigt hij me een amandelbloesemtakje.

 

 

Voor Shrinivási

Hij dekt de bodem af met
worteldoek als hij het eiland
tot laatste woonstee neemt.
Drijft zo tussen zijn geboortegrond
en oorden waar hij zwervend
kwam. Zijn oude huid heeft nog
de kleur en het fluweel van
tamarindepeul. De dichter
van overzee neemt zijn jonge
woorden in haar reistas mee.

Over de auteur:

Emma Crebolder (1942) (1942) studeerde Duits en Afrikaanse talen. Woonde enkele jaren in Tanzania. Doceerde Swahili. Eerste stadsdichter van Nederland (1993). Publiceerde o.m. de poëziebundels Zwerftaal (1995), Vergeten (2010), Vallen (2012), Verzoenen (2014) en Opsnuiven (2018).