thema:

Congo inc. (fragment)

Vertaling:

‘Wanneer grijpen jullie, Afrikanen, eindelijk je kans?’
Het was alsof Isookanga de stem door een soort mist hoorde.
‘Als je bedenkt wat dit continent doormaakt, hoe moet een pygmee daarmee omgaan? Jullie hebben zoveel levenskracht, waarom toch die gelatenheid altijd?
Die zinnen waren de spreekwoordelijke druppel. Verontwaardigd keerde Isookanga haar de rug toe. Hij had zin de onderzoekster af te schudden, nu meteen, maar ze had zijn Jimmy Choo T-shirt vastgepakt en drukte zich tegen hem aan.
‘Ik wil maar een ding: dat verdriet delen.’
Het klonk als een hartenkreet.
‘Alstublieft, laat me niet in de steek!’
De kortzichtigste python van de schepping – de eenogige slang – was al een poosje in opstand tegen de neerbuigendheid van de afrikaniste. Bij haar laatste gil begon het heftig te knellen in zijn Calvin-Kleinslipje. Ze vielen neer op het bed. Isookanga raakte alle controle kwijt en zijn Ekonda jagersinstinct kreeg de overhand. Als de bliksem knoopte hij zijn Superdry open en in een poging de boa te overmeesteren greep hij hem net onder de kop vast, met een ferme knuist, maar de slang trilde als een pagaai in de tegenstroom. Isookanga kende het verschijnsel, hij had erover gelezen op een betrouwbare gezondheidsblog. Het testosteron, in hoge doses opgewekt door de woorden van het krankzinnige vrouwmens, was nu in hem actief, dat wist hij maar al te goed, en ja, het liet woedende gevoelens opborrelen, maar tegelijkertijd veroorzaakte het een onstuitbare erectie, die gepaard ging met een onverzettelijke veroveringsdrang. Hoewel de jonge man voor geen goud de lokroep van de jonge onderzoekster wilde beantwoorden en hij er niet aan dácht zijn beschamende pik te laten zien, zorgde die ontvlambare mengelmoes ervoor dat zijn wil niets meer te zeggen had over zijn lichaam, integendeel. De kop van de boa zocht een slachtoffer en Isookanga voelde dat hij werd opgeslokt, dat zijn lijf met al zijn gewicht door Aude Martin werd aangezogen. Hij greep de benen van de jonge vrouw stevig vast en duwde ze op zijn schouders. Zij had intussen alle obstakels uit de weg geruimd door zich fluks van een pijp van haar spijkerbroek te bevrijden. Voor Isookanga goed en wel besefte wat hij deed, hij hoefde geeneens te kijken, had hij de rand van Aude Martins slipje opzijgeschoven en voelde hij hoe zijn pik een struik vochtige haren in dook en daarna, zonder overgang, een bodemloze put – om te sterven zo zalig. Bijna had hij alle remmen losgegooid, als diep uit de borst van de jonge vrouw niet de schorre kreet was opgeweld, waardoor de zenuwen van Isookanga nog meer geprikkeld werden, zodat hij nu verwoed met zijn bekken begon te rammen tegen de bodem van een put waaraan geen einde leek te komen. De Ekondapygmee had geen idee hoe gevoelig de slijmvliezen van de jonge vrouw waren. Steunend op haar dijen besefte hij niet dat elke lendenslag die hij haar toebracht – voor haar – aanvoelde als de zweepslagen die haar voorouders tijdens de slavernij hadden gekregen; dat elke aanval tussen haar open dijen zo meedogenloos was als de handenhakkende bijl, als de knoet van Leopold II en zijn nakomelingen; dat zijn lid bij het binnendringen telkens weer een commotie teweegbracht vergelijkbaar met een bevrijdingsoproer; dat de ‘Hau!’-geluiden die zijn mond uitstootte, deden denken aan de klanken die de Belgische politieofficier Gérard Soete uitbraakte toen hij het lichaam van Patrice Lumumba in stukken zaagde; dat elke trilling in haar gevoelige buik weergalmde als salvo’s afgevuurd door woeste neokolonialisten, als de dictaten van het Internationaal Monetair Fonds, als de VN-resoluties, als een heruitgave van Kuifje in Congo, als de redevoering in Dakar van een slecht ingelichte Franse president, als de wildgroei van racistische uitspraken in twitterland. Aude bood geen enkele weerstand meer. Ze had de indruk dat ze werd gevierendeeld, opengereten door dolksteken, en ze voelde zich als de verkrachte vrouwen van Kivoe die door iedereen in de steek worden gelaten, veracht, gefolterd, verminkt, vervolgd, verbannen, gegijzeld, als slavinnen gebruikt, bevlekt en bezoedeld, telkens opnieuw, maar die blijven vechten. In haar ontbrandde op dat moment een eindeloze explosie die misschien wel vergelijkbaar was met het vuur ontketend tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog en de oorlogen van Katanga, de revolte van 1964, Shaba I, Shaba II, de Bevrijding en de zogeheten Ongerechtvaardigde Oorlog, een explosie die nog altijd doorging, en doorging, en doorging, en doorging. Haar schreeuw – die Isookanga trouwens niet eens meer hoorde – weergalmde in haar innigste bewustzijn waar hij openbarstte als een enorme ruiker van onbeschrijfelijk zuiver wit licht, een tuil uiteenspattend in talloze vonken die deden denken aan een verschijning, waargenomen in de gedaante van ontelbare stervormige, vurig flonkerende vlokjes.
‘Likambo nini awa? Yo! Ozasala ye nini?’ (‘Wat is hier aan de hand? Wat doe je met haar?’)
Op de deur werd harder gebonsd en je hoorde verschillende mensen door elkaar schreeuwen.
‘Wie is daar?’ riep Isookanga terwijl hij opzij rolde, zijn broek ter hoogte van zijn kuiten.
‘Doe open!’ klonk het autoritaire antwoord.

Over de auteur:

In Koli Jean Bofane (1954) uit RD Congo schreef diverse romans. Congolese wiskunde is de eerste die in Nederlandse vertaling is verschenen (2011, De Geus, vertaald door Eveline van Hemert). Zijn werk werd vertaald in de Verenigde Staten, Duitsland, Groot-Brittannië, Brazilië, Korea en Slovenië. Bofane woont in België. Het vertaalde fragment komt uit zijn roman Congo Inc. (2014, Actes Sud) die met verschillende prijzen werd bekroond en onlangs in Engelse vertaling verscheen in de VS bij Indiana University Press als Congo Inc. Bismarck's Testament (2018).

Over de vertaler:

Katelijne De Vuyst studeerde Romaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent en literair vertalen aan de Lessius Hogeschool, Antwerpen. Ze vertaalt Frans proza, en poëzie uit het Frans, Engels en Nieuwgrieks. Ze is de vaste vertaler van Olivier Rolin. Daarnaast is ze redacteur vertalingen van Poëziekrant.