thema:

De kindertijd van hertogin Anna Amalia

Omdat Weimar buiten winters koud is, omdat hij daar
hij, de kachel, binnen gloeit, boei ik mijzelf
dicht tegen hem, de gitzwarte vuurbak, aan
en lees een boek. Altijd samen: ik de hertogin
en hij het vuur. In de kilte van de letters
knettert de stilte. Kortstondig flakkert
het beeld van de terugkeer van de jagers.
De mica ruiten laten het schijnsel door maar
raken snel beroet. Je brûle tout l’hiver,
staat op de ijzeren wand geschreven.
In bed maak ik gebruik van een heetwaterkruik,
hier bevriezen mijn voeten. Ik vraag of het vuur
hogerop kan laaien. Mijn aandacht
versplintert in pegels en de woorden
smelten bij de vlammen. Wat brandt is eerst
papier, dan hout, dan zwarte kolen. Shakespeare
zal ik sparen. Ik lees de wereld van een familie
die onder de grond schuilt. Kruipers
voor de veenbrand uit, tegen de stroom
van het bluswater roeiend, slinkse dwalers
in een onderaards bestaan met vier
of vijf uitgangen, sluw als vossen,
uitgerookt door jagers.

Hertogin Anna Amalia (1739-1807): Naamgeefster van beroemde bibliotheek in Weimar, op 2 september 2004 door brand deels verwoest.

Over de auteur:

Tomas Lieske (1943) is schrijver. Hij publiceerde dichtbundels, verhalenbundels, romans en de essaybundel 'Het hoofd in de toendra' (Van Oorschot, 1989). Was geruime tijd redacteur van Tirade. Lieske won onder meer de VSB-poëzieprijs voor 'Hoe je geliefde te herkennen' (Querido, 2006) en de Libris Literatuurprijs voor 'Franklin' (Querido, 2000). Zijn laatste roman heet 'de vrolijke verrijzenis van Arago' (Querido, 2018).