Twee gedichten
Topaze bleue (MNHN)
Was dit mijn hoofd, dan was ik vrij van angsten, helder, doorzichtig, scherp en puntig geslepen.
Ik was koel en kaalbas en bij elke beweging een fluisterend en schitterend licht, een flakkering.
Een lichtblauwe keiharde in facetten geslepen bliksem, een ijslandziel, een snebbige blinkpens.
Scherp, zout glas op de tong, soms doorzichtig, dan weer met hermetisch gesloten vlakken.
Permafrost in al zijn miljoenen schoonheid, samengeperste dromende lucht in de verte.
Was dit mijn hoofd, anderen zouden mij de huid afstropen, de lichtblauwe steen met de tongpunt beproeven,
het troebele bestiaal in mijn hersens schoonspoelen, zorgvuldig ontdoen van klauwen en tanden en hoeven.
De lege kinderwagen
De takken zuigen de kleur uit de bloemen, de bijen van Emmaüs likken het leven uit hun tere geliefdes.
Er waren glooiende paden en de wagen reed langzaam heuvel op en daarna steeds sneller omlaag.
Tot wij … lees meer