thema:

De poseur

6 maart 1979. Twee mannen verlaten de artiesteningang van het Congresgebouw,
maken zich los uit de schaduw van het hoge gebouw waar de hoofdact net is begonnen.
Ze steken het plein over en slaan een zijstraat in, gaan op zoek naar een coffeeshop
in het Statenkwartier. Ze bestellen bier en nederwiet en leggen een notitieboekje
op tafel. Ze kijken elkaar aan, wisselen een paar woorden en beginnen te schrijven:

Beware its worth
It stops at nothing
Madame, Messieurs
Read it in book

Op het podium speelden ze voor het gordijn dat in iedere volgende zaal iets verder
naar voren lijkt te hangen. Allemaal op een rij, de tenen zowat boven de orkestbak,
de drummer wijdbeens met links de snare en de hi-hat en rechts de base. Ze worden
getreiterd door de roadies en de crew, die telkens het geluid wegdraaien bij de
soundcheck als een van hen begint te spelen. De belichter vraagt ze geld om een
lamp op ze te zetten. Roadies en crew zijn altijd de meest fanatieke fans van de
hoofdact. Ze ruiken de roem waar ze onderdeel van zijn.

Order in order
A combined attack
I found you out

Het publiek is woedend. Het voorprogramma speelt door onder constant gefluit en boegeroep. Toen ze in Duitsland aan de tournee begonnen, kwam de promotor backstage
om zich te verontschuldigen. Zoveel furie had hij nog nooit meegemaakt, achtduizend
woedende mannen en vrouwen die ze uitscholden. De roadmanager zegt ze vooral
niet paranoia te worden. Dit is geen opzet van de hoofdact, die weten geeneens dat
jullie bestaan, die zijn te druk met het geven van interviews voor en na hun optreden.
Maar ook hij heeft zoiets nooit eerder meegemaakt. Support acts worden meestal met
grote argeloosheid bekeken. Het publiek komt binnen, gaat naar de garderobe, naar
de bar, praat wat met bekenden. Maar dit is iets anders, dit lijkt wel oorlog.

Not big effect
Whistle tune
Becoming sprightly by degrees
Rescinded its glory

Op papier zag het er zo veelbelovend uit. Laat in het continentaal-Europese deel
van de wereldtournee van wat dan de meest gevierde glamrock-band is het voorprogramma verzorgen door de meest creatieve artpunk-band, die EMI gecontracteerd
heeft nadat het misliep met de Sex Pistols, op voorspraak van journalisten van NME
en Sounds. Maar waar diezelfde glamrock-band in 1972 nog raakvlakken heeft
met hun latere support act, is die experimentele kant in 1979 verdwenen. Kostuums,
rookmachines, gladde klanken. Een man in pak met een sigaret in de hand naast de
microfoonstandaard die de zaal in staart en begint te zingen.

Found only manners
Order for order
A spanner in the works

Het voorprogramma besluit te volharden, zelfs van de situatie te profiteren door
steeds beter te leren spelen. Dezelfde set die ze bij het eerste optreden in 45 minuten
speelden, kunnen ze inmiddels in een halfuur. Zelfs al zouden ze totaal in het donker
moeten spelen, of achter een gordijn, ze gaan gewoon door. 60% van de set bestaat
uit nieuwe nummers. Ze besluiten met een ingetogen versie van ‘Heartbeat’, uiterst
langzaam gespeeld, waarbij ieder bandlid om de beurt zijn instrument neerzet en
van het podium afloopt, de drummer Robert Gotobed als laatste, hij geeft nog een tik
op de hi-hat en staat op, loopt heel rustig het immense podium over naar de kleedkamer,
terwijl hij uit duizend kelen verrot wordt gescholden.

Left to be seen
Long way to go
We have that problem

Er is meer aan de hand dan de stuiptrekking van de generatieclash tussen hippies
en punks die je nu eenmaal hebt in die tijd. Roxy Music presenteert Manifesto, een
volstrekt gearrangeerde en georkestreerde show waarin hun nieuwe album aan de
man wordt gebracht, geolied en volmaakt toegankelijk. Wire ziet het podium als
een laboratorium. Een plek waar de samenwerking tussen de muzikanten telkens
wordt heroverwogen, waar iedere klank een ander gevolg kan veroorzaken in de
dynamiek. Ieder nummer klinkt bij iedere tour en bij ieder concert anders, of het nu
eerder op een plaat stond of niet. Wire ziet wat Roxy doet met lede ogen aan. Als dit
hun eigen voorland is, dan liever niet.

Solved by incompetence
Writer by nature
Always in armour

Altijd in zijn harnas, de voorman die het publiek in kijkt, die op iedere foto zijn zelfde
smoel opzet. Je zou het in een boek kunnen lezen, op zijn minst pretenderen dat
in de hand te houden. Het is de schrijverspose die menig artiest goed kent. Ach, ik
speel dan wel in een film of sta op het toneel, maar je moet eigenlijk weten dat ik me
veel meer een schrijver voel dan een acteur of artiest, ik hou helemaal niet van het
artiestenleven. Ik ben ook eigenlijk een schrijver en geen toneelspeler, niet zomaar
iemand die in een band speelt. Altijd dat harnas, altijd maar die pose. De kunstenaar
of curator die steeds meer over zijn woorden struikelt naarmate hij vaker het woord
poetic gebruikt. Je zal maar schrijver zijn in die wereld.

*

‘Order for order’ verschijnt op de solo-elpee A-Z van Colin Newman, met als credits
voor de tekst zijn eigen naam en die van Bruce Gilbert, de gitarist van Wire. Direct na
de tour met Roxy gaan ze de studio in om 154 op te nemen. Ze voelen zich gesterkt,
kennen het materiaal. En ze hebben ideeën, plannen. Met zijn vieren gaan ze naar
EMI om hun campagneplan voor te stellen. In alle bushokjes van Engeland zou een
poster moeten komen te hangen met alleen maar die drie cijfers, 154. Op de plaat
ook alleen het getal. 154 is volgens de agenda van Gotobed het aantal optredens
dat ze gedaan hebben, de vijftien dagen met Roxy incluis. De rest van het promotiebudget
willen ze gebruiken om filmpjes te maken om hun nummers te illustreren,
om ze op tv te kunnen vertonen. Ze worden lachend het kantoor uitgezet. ‘Television
doesn’t sell music’. Een jaar later begint Music Television, MTV. Wire is dan uit elkaar.

15 juni 1990. Ik loop langs een brede laan in een buitenwijk van Brussel, met links
de huizen en rechts zicht over de stad. Bij een vrijstaand huis bel ik aan. Colin doet
open, een mok thee met melk in de hand, en gebaart me buiten te wachten. Achter
hem zie ik aan het einde van de gang Malka Spigel in de keuken staan, de zangeres
van Minimal Compact. Hij verwisselt precies dezelfde Chinese sandalen die ik ook
altijd voor een paar gulden in de toko koop voor schoenen en loopt met me mee
naar buiten, dezelfde weg terug als waar ik vandaan kwam. Bij de kruising pakt de
punklegende me bij mijn mouw als ik voor het drukke verkeer dreig over te steken.
Hij is net vader. Hij staat bekend als Pet Fish die talloze beginnende bands helpt
en ruimte geeft in zijn opnamestudio. We gaan een groot café binnen. Ik moet van
hem een lait russe bestellen, dat is volgens hem zoiets als mijn koffie verkeerd. Over
poëzie gaan we het niet hebben. Gilbert en bassist Graham Lewis spelen nog steeds
het liefst in galeries en maken soundscapes, hij maakt gewoon liedjes. Je moet toch
íets zingen. Denk aan zijn solo-elpee Provisionally Entitled the Singing Fish, waarop
alle tekst alleen maar bestaat uit fa-fa-fa-fa-fa. Als hij het woord poëzie hoort, grijpt
hij zijn geweer en als hij zijn favoriete akoestische gitaar oppakt of nog steeds graag
de Beatles draait, doen zijn bandgenoten dat. Dan buigt hij zich samenzweerderig
over de tafel en zegt: ‘Alright, I am going to give you a scoop. ‘Order for order’ is
about Brian Ferry.’

Over de auteur:

Erik Lindner (1968), dichter en criticus. Recente publicaties: Terrein (poëzie, 2010), Naar Whitebridge (roman, 2013), Acedia (poëzie, 2014) en Zog (Van Oorschot, 2018). In het Duits verscheen Nach Akedia (poëzie, 2013) en in het Italiaans Fermata Provvisoria (poëzie, 2013) en Acedia (poëzie, 2016). www.eriklindner.nl