Drie gedichten uit Some worlds for dr. Vogt

Vertaling:

III
Beeld koelt tot geluid, of zet zijn tanden
in geluid? Zo koelt een hond af
in de lagune. Andante zet zijn tanden
in de piano. Ook daar een wereld.
En als je het gezien had
in het begin
had je het zien
beginnen. Als je het had zien beginnen
zou je weten hoe het voelt
om niets te zijn terwijl het iets
wordt, maar nu
ben je alles dat niets
bijzonders wordt,
een neerwaartse grens, de nullijn
naderend, zoals een handdoek droogt,
een band slijt; een zegswijze
oplost, eerst tot cliché. Dan idioom,
ophoudt het ding te zijn tot alleen
betekenis beklijft om het in te slikken,
zoals tijd rotsen inslikt, of
ze verplaatst. Een wereld:
in het revolutionair moment,
in een hangmat, een vergulde balzaal,
in de kast van een viool verstopt
onder de pianoklep. Hoef je
nog wel zwart te zeggen, of glanzend
of vleugel? Het beeld: niet langer
arbeid voor de geest. De piano
die geen snaar meer raakt is stuk. Stel je
het stof voor. Zo je wilt
met spinnen.

XIII
De golf komt beeldraam voor beeldraam
in een middeleeuwse repetitie, een geluid
dat het ding herhaalt maar eraan voorafgaat
als naam. De gloed van wat te gebeuren
staat en de waas als het de lens
te snel passeert. Dit, de parabool van nat zand
tegen een droge kust. Een paar korreltjes zout
op je revers en kraag. Een bekende stem
van over één schouder. Een losse haar
herhaalt de curve in het zand, maar strand op
stoppels. Verlaten door ondernemende schaaldieren
voegen schelpen zich naar de fysica van het figuurlijke –
een tautologie vaart uit
met de airconditioner in de zeilen.

XL
Steen voor steen wordt de fabriek gesloopt.
Niet zo lang geleden was de wereld een ellendig
oord en nog is het een oord waar
je koffie warm hebt of met ijs, dat nu
niet anders is en wijn slaapt in
de fles op een dag als vandaag. Roert zich
moeizaam uit zijn slaap. Dan is er nog alles
dat goed was aan het verleden, inclusief
de koplampen van passerende auto’s gefilterd
door hangende sparren. De roest van de wereld
en de wereld van roest. Dingen als bruggen
en treinrails die woorden voortstuwden
rond het verleden, van stad naar stad:
schrijf me, schrijf me wanneer je kan,
schrijf me zo snel als je kan. Er
was ergens de hoop dat kinnen zo snel niet
zouden vermeerderen. Er was de wereld
zoals je hem kende, ofwel bekend. De geur
van potloodslijpsel en pennendoppen. Paddenstoelen
na een zomerbui, bouwgruis dat langzaam
de leegte vervangt, hijskranen boven onze hoofden.
Er was de dag ervoor, en de dag erna,
wegen in beide richtingen, weer kop-of-munt
tussen ons tweeën. Een briesje tilt de bladzij op
en laat haar gaan, komt niet terug.

 

Over de auteur:

Matvei Yankelevich is dichter, vertaler en uitgever. Hij verhuisde op jonge leeftijd van Moskou naar de VS en woont in Brooklyn, New York. Van zijn hand verschenen onder andere het lange gedicht Some Worlds for Dr. Vogt (2015), de poëziebundel Alpha Donut (2012) en een novelle in fragmenten, Boris by the Sea (2009). Daarnaast publiceerde hij vertalingen uit het Russisch, waaronder Today I Wrote Nothing: The Selected Writings of Daniil Kharms (2007), en (in samenwerking met Eugene Ostashevsky) Alexander Vvedensky's An Invitation for Me to Think (2013), waarvoor hij een National Translation Award ontving. Hij is medeoprichter van Ugly Duckling Presse en doceert aan Columbia University en Bard College.

Over de vertaler:

Jeske van der Velden (1987) studeerde Engels en Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht. Ze vertaalde poëzie en proza voor Terras, Poetry International, Crossing Border e.a. In 2015 ontving ze een Talentbeurs voor literaire vertalers. In 2017 verscheen haar vertaling van Ken Babstocks gedichtenreeks SIGINT (Perdu/Terras/ Poëziecentrum). Samen met Caroline Meijer vertaalde ze recent Herinneringen aan de toekomst (Memories of the Future) van Siri Hustvedt, dat in april 2019 verscheen bij de Bezige Bij.