Blog | Kim Andringa, mei 11, 2012

Literaire cocktailparty

Jos Joosten bundelde in het onlangs verschenen Staande receptie (Uitgeverij Vantilt) oude en nieuwe stukken over literaire kritiek in Nederland en over de grens. Hij behandelt er ‘kwesties in het wetenschappelijke en literaire onderzoek rond kritiek en receptie’ (p.17), die uiteenlopen van de recensie als waardetoekenning binnen het literaire Socialsystem , kritiek en engagement, de invloed van Merlyn en internetrecensies, tot de rol die nationale context kan spelen in de ontvangst van een boek (geïllustreerd aan de hand van Günther Grass’ In krabbengang).

Naar eigen zeggen opent Jos Joosten perspectieven en geeft voorzetten. Om nog even in de voetbalmetaforiek te blijven hangen (het EK staat tenslotte voor de deur) : behalve voorzetten zitten er ook opmerkelijk veel strafschoppen in dit boek, waarmee de auteur naar mijn gevoel zijn doel enigzins voorbijschiet. Bij de – stevig onderbouwde, dat is het probleem niet – uitbranders die Renate Dorrestein, Elsbeth Etty, Connie Palmen en Luuk Gruwez krijgen, bekruipt mij tenminste al lezend het ongemakkelijke gevoel van de omstander die op deze staande receptie gegeneerd getuige zou zijn van een familieruzie.[1] Inconsequenties en slordige citeerpraktijken of erger in literatuurkritiek en -wetenschap zijn, mag ik hopen, niet zodanig representatief voor de huidige stand van zaken dat ze het verdienen centraal te staan in een boek dat van die stand van zaken een beeld wil geven.

Een ander punt waar ik een wenkbrauw bij optrok – volledig bepaald door de persoonlijke Zuordnungsvoraussetzungen van de romaniste die ik ben, toegegeven – is het feit dat de citaten van Pierre Bourdieu door Jos Joosten in het Nederlands of in het Engels worden gegeven, hoewel hij zelf zegt dat deze lectuur, ‘als je althans het Frans een beetje onder de knie hebt, bepaald niet “nodeloos ingewikkeld”’ (p.109) is, maar dat een theoretisch begrip in het Duits als… Zuordnungsvoraussetzung wel toegelicht wordt, maar kennelijk geen vertaling behoeft.

Wat allemaal niet wegneemt dat het de moeite loont Staande receptie te lezen, ook voor wie geen literatuurwetenschap bedrijft, al was het maar om te ontdekken hoe Kees Fens al in 1977 besloot de actieve literatuurkritiek te verlaten omdat hij het gevoel had dat deze te zeer leed onder mediatisering en commercialisering door uitgeverijen en boekhandels, en onder de ‘hang naar lichtheid en luchtigheid in de besprekingen’ (p.64) waar hij zich weinig aan gelegen liet liggen. Interessant is ook hoe Jos Joosten het gebrek aan autoriteit en prestige analyseert waar de internetkritiek onder lijdt. De sites willen vooral véél recenseren en nemen hun toevlucht tot ‘lekenkritiek’ zonder gedegen eindredactie (naar mijn idee gaat Joosten hier iets te gemakkelijk voorbij aan de professionele of minstens competente recensenten die er toch ook op internet zijn). Bovendien zijn de rencensieplatforms niet voldoende ingebed in de literaire wereld en in de traditionele media, terwijl ze anderzijds ook niet veel doen met de specifieke mogelijkheden die internet biedt. In feite is dit hetzelfde probleem als wat Joosten signaleert met betrekking tot de onzichtbaarheid van Nederlandse literatuur in het buitenland: er worden wel ‘consumptievertalingen’ gemaakt, maar er is geen valoriserende (vertaalde) canon waar deze vertalingen op aan kunnen sluiten.

Een vraag waar de lezer jammer genoeg geen antwoord op krijgt is die naar de invloed van recensies. Best mogelijk dus dat ik dit allemaal voor niks heb zitten schrijven.


[1] Wie met onverkrampte tenen over plagiaat wil lezen raad ik het ‘anekdotisch geschiedenisboekje’ (dixit de auteur) Opmars der plagiatoren en het supplement Plagiatoren trekken voorbij van Hans van Straten aan.

Kim Andringa (Middelburg, 1977) woont in Parijs. Ze studeerde Franse taal- en letterkunde in Nijmegen en vervolgens Franse literatuur aan de Sorbonne. Ze promoveerde daar in 2009 in de vergelijkende literatuurwetenschap en doceerde er Nederlands. Momenteel is ze universitair docente vertalen (Frans-Nederlands) aan de universiteit van Luik (ULG) . Daarnaast is ze werkzaam als literair vertaalster Nederlands - Frans, Frans-Nederlands, Fries - Frans, hoofdzakelijk van hedendaagse poëzie.