Signalementen januari 2020

Vanaf 2020 zullen op de blog van Terras maandelijks signalementen verschijnen van boeken uit binnen- en buitenland die volgens de redactie onderbelicht zijn gebleven of meer aandacht verdienen.

 

Nederland in stukken – Maarten van der Graaff

Afgelopen januari is Maarten van der Graaffs nieuwe dichtbundel Nederland in stukken uitgekomen bij Uitgeverij Pluim, na Vluchtautogedichten (2013) en Dood werk (2015) zijn derde bundel. Deze meest recente bundel is onderverdeeld in vijf secties: ‘Contract tussen man en jongen’; ‘Word-document Nederland’; ‘Index’; ‘De Nederlandse commune’; en ‘Residuen’ – die laatste titel verscheen eerder in de Schemerschijnreeks als losse uitgave, inclusief Engelse vertaling.  Uit de titel van het geheel en sommige sectietitels blijkt al het fragmentarische karakter van de bundel. Van der Graaff hanteert het fragment als raamwerk dat inzage geeft in een wereld achter of in het woord. Tegelijk lijkt de bundel niet te veronderstellen dat de fragmenten onderdeel zijn van een geheel dat aan het fragment voorafgaat, maar integendeel dat het fragmentarische een weerspiegeling is van iets dat in zichzelf al gefragmenteerd is: Nederland in stukken. In die zin is taaldocumentatie, ook en misschien wel juist in poëzie, in hedendaagse context per definitie gefragmenteerd. De vorm die deze fragmentatie aanneemt is die van woorden die steeds heel verschillende werelden in zich dragen (van ‘Foodtrucks’ tot ‘Grounded sciencefiction’ tot ‘Geraffineerde folteringen’), waardoor op één pagina een mélange van stemmen en taalregisters kan doorklinken. ‘Zodat gebeurtenissen opeens tegen elkaar aan liggen, / documenten in elkaar leeglopen,’ zo wordt het geformuleerd in ‘Bericht’, het eerste gedicht in de sectie met de veelzeggende titel ‘Word-document Nederland’. Het verzamelen van stemmen gebeurt in het kader van een tastend zoeken naar wat ergens heet ‘een verandering van levensvorm (…) in de Nederlandse commune’ (…) ‘Wie een verandering wil. Kan niet zijn. / waar ze wil zijn. Heeft zich vergist. / Is gewond, hongerig. Zet zich schrap. Schrijft zich uit. / Legt zich neer. Krijgt jeuk. En. Sluit zich aan. / Brandt op. Wordt wakker. Brandt op. / Verzamelt.’

Pluim | 78 pagina’s | Nederlands | €22,-

 

rodeo van een lassowerper – Pjeroo Roobjee 

‘Ik heb veel eenmansverenigingen gesticht en meerdere efemere en virtuele partijen opgericht, die alle “Eén is uw meester” heetten en die meester was zonder uitzondering altijd ik ondergetekende. Tot een groep toetreden vond ik altijd een teken van zwakte’ schrijft Pjeroo Roobjee in zijn lezing ‘De rodeo van een lassowerper’. Samen met een tweede lezing, ‘overbodige luxe of noodzaak? – en niet alleen dat’, is die als bibliofiel boekje verschenen bij uitgeverij Demian (gelieerd aan het sympathieke gelijknamige antiquariaat in Antwerpen). Roobjee hield beide lezingen voor studenten aan de Vrije Universiteit Brussel, naar aanleiding van de bekroning van zijn werk met de eerste VUB-Luc Bucquoy-prijs. ‘De rodeo van een lassowerper’ is interessant als programmatische uiteenzetting van een schrijver- en kunstenaarschap dat inderdaad afwijkt van veel werk dat tegenwoordig geschreven wordt in Nederland en België. In de lezing positioneert Roobjee zich als anarchistische eenling in het literaire landschap, wars van autoriteit en moralisme: zijn boeken zijn ‘één gekrijt tegen het bestel dat ons sturen wil’ en ‘één schreeuw ten gunste van de vrijheid’. Een zekere anarchistische inslag is zeker te ontwaren in het werk van Roobjee, maar tegelijk laat hij door veelvuldige herhaling en uitleg in deze lezingen soms zo weinig ruimte aan de lezer dat hij zelf in een autoritaire positie belandt, alsof hij zo graag wil dat de lezer zijn vrijheidskreet begrijpt dat hij de tekst voor de zekerheid maar dichttimmert. Desalniettemin zijn de twee lezingen een waardevolle toevoeging voor volgers van het oeuvre van dubbeltalent Pjeroo Roobjee.

Demian | 64 pagina’s | Nederlands | €17,-

 

The Typotectural Suites – Richard Niessen, Tony Côme

The Typotectural Suites is een uitgave van museum West in Den Haag, en werd uitgegeven naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling die tot 23 februari dit jaar loopt. In zowel de tentoonstelling als het boekje staan de relatie en ambiguïteit tussen architectuur en typografie centraal. Het beroemde gedicht ‘Voyelles’ van Arthur Rimbaud (‘A zwart, E wit, I rood, O blauw: vocalen / ik zal ze noemen ooit, uw nog verborgen wiegen’) wordt aangehaald als voorbeeld van hoe het alfabet niet slechts als betekenisvolle abstractie is waar te nemen, maar ook sensorisch. Omgekeerd wordt, naast vele andere voorbeelden, verwezen naar Claes Oldenburgs project City as Alphabet, dat bestaat uit van bovenaf gefotografeerde huizenblokken die door het perspectief te lezen zijn als letters en cijfers. De stad wordt door dit afstandelijke en veelomvattende perspectief leesbaar omdat het –in Oldenburgs woorden- ‘de verbeelding [opent] van de feiten beneden op basis van aanwijzingen en suggesties van veraf gezien’. Een andere boeiende alliantie tussen typografie en architectuur is te vinden bij Archizoom Associati, een groep radicale Italiaanse architecten die in lijn met Arno Schmidts experimentele roman Zettel’s Traum een typmachine gebruikten om kaarten te maken van hun in 1969 geconceptualiseerde No-Stop City.

West | 64 pagina’s | Engels| €5,-

 

Enthymesis of H.I.J.H. – Arno Schmidt

‘En almaar zand en zand en daarin zwarte klippen, als helletreden; oneindig en eenzaamheid – ik sloeg met mijn vuist in het zand; ik beloofde de oneindigheid: ‘Ik ga door!’, schreef Arno Schmidt in ‘Enthymesis of O.I.J.H.’, waarin het in de klassieke oudheid gesitueerde reisverhaal verteld wordt van de geleerde Philostratos. Die wordt door Eratosthenes de woestijn ingestuurd voor een expeditie met als doel te komen tot betrouwbare maten van de aardbol. Het verhaal bevat de dagboeknotities van Philostratos, die steeds koortsachtiger vertelt en uiteindelijk aan de koorts bezwijkt. Schmidt schreef ‘Enthymesis’ in februari 1946 en het is van de gepubliceerde verhalen het vroegst geschreven, al zit het in de bundel Leviathan na het titelverhaal en ‘Gadir’. Dat vertaler en inleider Jan H. Mysjkin de verleiding niet kon weerstaan om de woestijntocht te lezen als een metafoor voor Schmidts schrijverschap is begrijpelijk. Toen Christophe Hein in 1997 de Büchner-prijs won, sprak hij de volgende woorden over Arno Schmidt: ‘Hij is dusdanig enig in zijn soort, dat hij in de gehele Duitse literatuur ongeëvenaard is en in geen enkel hokje van de literatuurkritiek en -wetenschap past.’ En in zijn inleiding haalt Mysjkin Schmidt zelf aan, die zijn schrijverschap zag als dat van een ‘pionier op eenmanswegen door de woestijn van het woord.’

Vleugels | Vertaling uit het Duits door Jan H. Mysjkin | 40 pagina’s | Nederlands | €25,44

 

Uit het leven van een faun – Arno Schmidt 

Bij uitgeverij Vleugels is deze maand Uit het leven van een faun verschenen in een nieuwe vertaling van Jan H. Mysjkin. De chronologie van schrijven loopt niet gelijk op met hoe de boeken, die samen de trilogie Nobodaddy’s Kinder vormen, tegenwoordig gepresenteerd worden. In 1962 werd Nobodaddy’s Kinder uitgegeven, waarin de romans/novellen Aus dem Leben eines Fauns, Brand’s Haide en Schwarze Spiegel als trilogie gepresenteerd werden, terwijl de laatste twee titels twee jaar eerder verschenen dan de eerste. Schmidt kwam pas vrij laat op het idee om de Faun als eerste deel te presenteren. Uit dagboekaantekeningen van zijn vrouw blijkt dat Schmidt mede door de chronologie van de verhaalwerelden plotseling zag hoe het moest: de Faun speelt van 1939 tot 1944, Braind’s Haide in 1945/46 en Zwarte Spiegels in 1960/62. Uit het leven van een faun is te lezen als een kritiek op het Derde Rijk, die wordt geventileerd via het personage Heinrich During, een bureaucraat die zijn Nazi-superieuren minacht, alsook het Duitse volk dat zich moedwillig stom houdt. Het gaat echter minder om de intrige, die Mysjkin in zijn nawoord terecht mager noemt, dan om de relatie tussen ‘grote en kleine geschiedenis’. Schmidt: ‘”Grote geschiedenis betekent niets: koud, onpersoonlijk, niet overtuigend, schetsmatig (vals bovendien): “privé-oudheden” moet ik hebben; daar is leven en geheim.’ Net als in ander werk draait de Faun bovendien om een realiteitsweergave die bij Schmidt onlosmakelijk verbonden is met bewustzijnsprocessen en werkelijkheidsbeleving. ‘Het meest opvallende in de opbouw van het verhaal is dat de ik-figuur voortdurend van de ene vertelsteen op de andere springt, waardoor een discontinuïteit van waarneming en bewustzijn wordt opgeroepen,’ schrijft Mysjkin in zijn nawoord. Die bewustzijnsprocessen en de literaire weergave ervan, en de boven genoemde historiografische inzet, maken Schmidts idiosyncratische literaire praktijk tot wat die is. In 1996 werd Uit het leven van een faun al eens in Nederlandse vertaling gepubliceerd, toen bij Perdu. Die uitgave lijkt tegenwoordig onvindbaar te zijn. Met deze vertaling is de Faun weer beschikbaar. Net als de Faun verschenen ook Brand’s heide en Zwarte spiegels in de jaren ’90 bij Perdu.

Vleugels | Vertaling uit het Duits door Jan H. Mysjkin | 132 pagina’s | Nederlands | €26,54

 

La vie de Gérard Fulmard – Jean Echenoz

‘Neem een privédetective, een klassieke tragedie, wat feitjes, verbind ze met elkaar op een nauwkeurige en nonchalante manier, dien op.’ Zo vat Le Monde de nieuwe roman van Jean Echenoz samen. Die roman draait om de 45-jarige antiheld Gérard Fulmard. Hij is ontslagen en heeft weinig geld achter de hand. Hij woont alleen in een klein appartement in de Erlangerstraat, die bekend is vanwege de zelfmoord van de Frans-Israelische zanger Mike Brant, en omdat de Japanse kannibaal Issei Sagawa er woonde – hij at de Nederlandse vrouw Renée Hartevelt op. Fulmard krijgt het idee om een agentschap te starten met de opzettelijk onduidelijke naam Cabinet Fulmard Assistance, opdat zoveel mogelijk mensen denken bij hem aan te kunnen kloppen. In een tweede verhaallijn van de roman staat een zeer kleine politieke partij centraal, waarvan we als lezer de interne machtsstrijd krijgen voorgespiegeld. Fulmard raakt betrokken bij de partij, en de roman noir begint verstrengeld te raken met de klassieke tragedie.

Les Éditions de Minuit | 235 pagina’s | Frans | €18,50

 

Die Welpen – Pawel Salzman

De welpen is de enige roman van de Russische beeldende kunstenaar Pawel Salzman (1912–1985). Al in 1932 begon hij eraan zijn relaas over de overlevingsstrijd van de Russische bevolking tijdens de revolutie en in de jaren 20 en 30 neer te pennen, de laatste wijzigingen bracht hij in 1982 aan. Het boek werd nooit voltooid en verscheen in Rusland pas in 2012. In 2016 publiceerde Matthes & Seitz de Duitse vertaling van Christiane Körner die de eigenwijze taal van Salzman naar verluidt congeniaal wist over te brengen. Salzmans buitenissige literaire middelen en in elkaar gesmede tijdruimtes zorgen voor een grote stilistische diversiteit die niet alleen tot stand komt omdat het boek tijdens drie periodes ontstond met tussenpozen van rond 25 jaar. Die multi-perspectivistische benadering is in wezen avantgardistisch en hergebruikt de methodes die Salzman tijdens zijn werkzaamheden voor de filmindustrie leerde kennen. De lezer kan hiervan allesbehalve een lineaire leeservaring verwachten en komt zo dichtbij de leefwereld van de personages die geen houvast meer hebben, in chaos leven. De natuur is in het boek iets archaisch, een onleefbare omgeving voor de mens die zich geconfronteerd ziet met extreme kou, regen, mist en overstromingen. Er treden een aantal dieren op als menselijke en bovenmenselijke personages, zoals de pratende hondjes uit de titel die door de jaren heen niet ouder worden en net als de mensen in het boek geweld, honger en ellende ondergaan.

Matthes & Seitz Berlin | Uit het Russisch vertaald door Christiane Körner | 456 pagina’s | Duits | €30,-

 

Kindheitsszenen – Jon Fosse

Jon Fosse schrijft geen toneelteksten meer omdat het theater volgens hem geen belangstelling meer heeft voor het poëtische. Sinds kort is Fosse ook in Nederland bekend om zijn proza, zijn roman Melancholie I en de eerste delen van de septologie verschenen bij Uitgeverij Oevers. Ook in 2020 komen er nieuwe titels aan. Vorig jaar verscheen in Duitsland de bibliofiele uitgave Kindheitsszenen waarin uitgever Josef Kleinheinrich naast vroeg werk uit de jaren 80 ook niet eerder verschenen kort proza opnam. De verhalen worden aangevuld door houtsnedes van de Noorse kunstenaar Olav Christopher Jenssen die die het boek samen met de bijzondere verzorging door de uitgever tot een meesterwerk maken. We komen opnieuw Asle tegen en een personage dat naamloos blijft, een kind dat door middel van zeer weinig woorden banale situaties ongewoon weet te maken. In die geheimzinnige beschrijvingen waarin altijd iets achterwege lijkt te blijven, schemert de tijdloosheid door die zo kenmerkend is voor Fosse’s werk.

BuchKunst Kleinheinrich | Uit het Noors vertaald door Hinrich Schmidt-Henkel | Houtsnedes van Olav Christopher-Jenssen | 184 pagina’s | €40,-

 

Over de auteur:

Terras staat onder redactie van Tommy van Avermaete, Anna Eble, Fyke Goorden, Renée van Marissing en Lisa Thunnissen. Vormgeving: Herman van Bostelen