Twee gedichten
Zinspeling op een gedicht
Die vrouw belandt geheel bij toeval in zijn blikveld in het park Natgeregend in de ochtendvroegte, onder enorme, oude en hopeloos eeuwige bomen Ze draait zich om en wordt de waarnemer gewaar, haar oogopslag als van een angstig dier Verbaast ze zich of vergeet ze haar stappen te tellen en raakt in de war Zo vreemd en zo dwaas in de war, zelfs de duiven zijn ondersteboven en schudden hun kleine, Onnozele kopjes vol van de zee van het vorige jaar
Als alles blijft zitten in de kamers van mijn fototoestel en dan plots naar buiten springt Terwijl ik van niets weet en niets hoop en op geen enkel reddingsplan voor mezelf kan vertrouwen Wanneer de hemel met vochtige vingers het parapludak beklopt Wanneer ik bang word van haar ogen, wanneer ik hunker naar haar tred De vrouw van wie enkel het silhouet nog bestaat, … lees meer