Wilderness – II

Vertaling:

6

Utøya Utopia

Vier Skandinnen (Noorwegen? Zweden?) in de metro
Bovenaards mooi, ze buigen hun jonge lijf
In de hengsels tegen de drive, je drinkt
In een roes,
wrijft niet eens de ogen uit, drie
Staties (“van geluk”), en ze verdwijnen
Voorgoed op de Schönhauser

Velden vol verdorde liefde
Bloesemkraters, seniele sensatie.
Lusteloos
Jij Koningin van de Nacht. Ondergeschoffelde rillingen
Zaad en zweet, passé. Ordentelijk je chaos
Na inzage van de dossiers, een Indische olifantshuid
Verstopt in de bosjes.
En het begeren
Dat de aarde doorboort

De amokmaker op de eilandrand
Psychisch gedereguleerd, als geen ander land
Met “inheems rampenreserve” en munitie genoeg
: opdat niemand mij vergeet –                                                     
Ik pak het wapen
Af, Breivik, het is leeg, elk schot gevallen, de bloedbaden
Afgevinkt, alle moorden begaan, een grofheid
Geheel en al
verbruikt, hier in Utøya, aan ‘t Strand van de Rede
Verkondig ik, een geweldige
Omhelzing, zo absurd als een nieuwe oorlog.

 

7

Traumata Canto

Woorden als weg-
spattende lijven van de wand
Van de Twin Towers, woorden als action, de vrij
Verkozen dood, geen hoogtevrees op tv
De zins-
bouw in elkaar
schuivend in ‘t puin
Van Manhattan. Terloopse woorden als bomdroppings
Van vereende staten

En uitgekakt
zitten, in de Brunnenburg
Hij of ik, na deze of gene wereldoorlog
Woorden vissend in de schijn van nagloeiende roem
Boekhouder of romancier van de verdelging
Hij heeft er zitvlees resp. zitgeest voor
Woorden als zeep, als as, gaslucht
Vieze woorden, loyaliteit vertrouwen en levertraan
Nooit meer ademhalen
met bevrijde borst

Of in files vastgelopen in de vervuilde baai van
Eleusis,
olijfbomen en mysteriën, volgestampt
bedolven onder raffinaderijen. De boompjes, de cultus
Hebben het werk stilgelegd, zo dicht Denegris:
Triomf in koelen bloede. Gesloopte woorden als
Mensenwerk of onomwonden Mens. O God Demeter.
Het graan verbrandt in motoren. –  Geef gas, gek

 

8

Schaduweconomie

Een fabuleuze lokroep geel in grauw gekrast
Na de regennacht
joeg ons uit bed, en we stonden
Naakt in de wrede vroegte, een luchtzuil, globaal
Beademde ons, het witbloeiend schuim, sleedoorn
Druipnat, en wij met
stoute schoenen
aan de kassa
LA VIE. De weilanden bij Lübars, over ‘t veen meanderende blik
Communisme: Natuur
wil ons weelde wijsmaken
Eenieder naar vermogen / Ieder naar zijn behoeften
Met haar opdringerig assortiment
(verkiezingsfraude)
Wolkensluier! En de schaduweconomie van het bos
Het vette gras, de aanstaande opstand van ‘t plankton
“Zie hoe de vloed van miljoenen”:
Makrelen en krill

Moet mijn aarde mij
Toch laten, toe
Zonder bevel of besmet met betekenis, mijn brandhaard
Is handwerk, zei jij; een of andere zinspeling (spinsels)
Over evolutie moet je toch wel te berde brengen
Mens, dan die Moeder Natuur je influistert. Dus vonden wij
ons tussen het wit weer te bedde
L’ ébauche (de bron), débouché (de monding):
jouw lijf

 

9

Een verzadigde sater

Een verzadigde sater
uithijgend op z’n hoeven
Voor de supermarkt,  happig
Op een bestaan als manspersoon
“Alleen in dat / rookkanaal … ‘s middags … historisch”

Wat valt er te snoepen
nog, van de domheid van de wereld
Alle gruwelen al ingelijfd, je brood smaakt naar schuld
Uit as gebakken, je buik vol
Een barrel ervaring, ingelegd in azijn.

De aardschok in de borstkas, gelach gebroed
Hartz 4 Brocken 5 Sorge en Elend
Duitsland! / De staat ben ik niet
Jullie dachten toch niet, dat je daarmee wegkomt

Er staat nog wat op de lei, de dood
Low carb, licht “verteerbaar”
Op weg naar een
onderaardse
fictie!

Die kleine hand, die teder in de jouwe
Kruipt, de zoetheid van ‘t moment … en volg nu je nakomelingen
In je dichtgeknoopte zak
huppel hen achterna.

In één gedachte werkelijkheid
En rechtvaardigheid vatten.
“Laat die ouwe zak toch met rust.”

 

10

Heelal Atlantis

Baden in marmer, dooie vis smikkelen
Ik als vrijetijds-Tui in een ligpoel gegrild
Mijn Untergeist in vogelvlucht boven de eeuw:
De vruchten verrotten, de vestibule onder water.
Het deeltijdverdrijf op de puinhoop
Alleen zand
boekt nog
de junior-suite

Begeerte, geen hoop! putten uit de grondstof.
Wij, verdronken in quadranten, thuis
In Legoland in media,
lessen de ondergangsdorst
Warenvloed, “noodlot” (d.w.z. niet handelen).
Liefde zoeken voor wat nog komt, dat is de kunst.
Ik zeg het, en door het te zeggen
wordt het meer dan ik weet

De bruid op het strand in een witte positiejurk
Uit die hoek waait de wind, hoogste tijd
De man met stierennek neemt haar aan de hand
Het jawoord schrijft ze in het zand –

De Tarantulanevel, de sterrencouveuse: daar ligt
In de Grote Magelhaense Wolk
In het sterrenbeeld Goudvis, de wereldwijde ontknoping
En uit het slachtafval
van materie
wordt de bouwsteen gedolven
Higgsboson, op de protonenschietbaan
Goddamn particle, dat goddeloze deeltje.

 

*

 

Lees deel I van Wilderness hier.

Voor wie meer wil weten over de tekst en de vertaling is het uitgebreide commentaar Wildernes en omstreken nu te lezen op het blog van Jacques Schmitz.

 

Over de auteur:

Volker Braun (1939) is een Duits dichter, toneel- en prozaschrijver. Volker Braun werd in Dresden geboren en hoorde zo'n twintig jaar later tot de jonge dichters die in Oost-Duitsland de Lyrikwelle op gang brachten. In de DDR en later ook in de nieuwe Berlijnse republiek bleef Braun een uitgesproken politiek gemotiveerde auteur. Tegendraads in de mediale marges van de DDR, provocatief kritisch in het herenigde Duitsland. In september 2016 verscheen zijn nieuwste dichtbundel Handbibliothek der Unbehausten bij Suhrkamp in Berlijn.

Over de vertaler:

Jacques Schmitz (1946) is dichter, blogger en journalist en vertaalt poëzie uit het Duits en Engels. Hij publiceerde sinds de jaren '70 meerdere dichtbundels, journalistieke columns en ware verhalen, waaronder Potloden die niet kunnen (1984), 1989 – Het jaar voor de omwenteling (2014) en Over het Zingen (2016). Vanaf 1985 was hij Oost-Europa correspondent voor diverse Nederlandse media, met Boedapest als standplaats. Van 1995 tot 2009 was hij Duitsland correspondent voor het Radio 1 Journaal. Jacques Schmitz woont inmiddels al zo'n 25 jaar in Berlijn.