Blog | Kim Andringa, juli 19, 2012

De dwarsliggers van L.F. Céline

Een tijd terug raakte ik via een omweg weer eens verzeild op het onvolprezen UbuWeb, en wel bij een oud televisie-interview met Louis-Ferdinand Céline, waarvan de beeldkwaliteit zo belabberd is dat je af en toe de indruk hebt dat je naar een impressionistische video zit te kijken, maar dat ik niettemin alleen maar kan aanraden.
Het begint met de trage, nadrukkelijke dictie en de eigenaardige intonatie van de inleider, je aarzelt of hij een dictee afneemt of een gedicht voordraagt. Zodra hij zwijgt is het gedaan met de poëzie. Céline krijgt het woord, en de taal kolkt over je heen, zijn wat nasale Parijse accent (l’accent parigot uit de oude films met Jean Gabin of Arletty, dat je nu eigenlijk alleen aan de toog van Parijse buurtkroegen nog wel eens opvangt), de half ingeslikte woorden, de hakkelende woordenstroom die de kenmerkende drie puntjes uit zijn boeken opeens hoorbaar maakt en daarmee – voor mij althans – die boeken een stuk leesbaarder, levender. Wat ik dankzij dit interview ontdekte is dat Céline praat zoals hij schrijft. Ik had het tegendeel hier wel willen beweren, maar wil liever niet door Céline voor aartsonnozel versleten worden:
Alles was ermee gezegd toen ze verklaarden dat OOK IK (net als de Amerikanen, uiteraard!) boeken had geschreven in spreektaal. Dat was het hele geheim! De aartsonnozelaars! Het is heel wat anders : een innerlijke ritmische taal, ononderbroken, 630 bladzijden lang! Ga je gang! Probeer het maar!

Over de rol van die beroemde drie puntjes heeft Céline zich ook uitgelaten, waarbij hij als rasechte Parijzenaar het beeld van de metro gebruikte om aan te geven hoe ze eigenlijk haaks op de tekst staan :
– Mijn drie puntjes zijn onmisbaar!… onmisbaar, verdomme!… ik herhaal : onmisbaar voor mijn metro! begrijpt u, kolonel?
– Waarom?
– Om mijn emotionele rails op te leggen!… zo simpel als wat!… op het ballast?… snapt u?… anders blijven ze niet op hun plek, m’n rails!… ik heb dwarsliggers nodig!…

En dan inhoudelijk. Céline had er een hekel aan met Zola vergeleken te worden, wat hij schreef waren geen naturalistische romans. Maar luisterend naar wat hij hier over zijn jeugd vertelt, zijn manke moeder, de dagelijkse noedels met weinig boter, de al even dagelijkse klappen, en hoe hij op het kerkhof ontdekt dat er zoiets als natuur bestaat, dringt zich toch de uitdrukking aan me op die de Fransen bezigen voor naturalistische toestanden: “C’est du Zola”. Sorry, Louis.

Céline | Tijdschrift Terras
Luister en bekijk hier het interview met Céline. Onder de video staat een link naar een transcriptie in het Engels. Geen overbodige luxe, zelfs voor wie het Frans meester is.

Citaten ontleend aan Philippe Muray, Céline, Seuil 1981.

Kim Andringa (Middelburg, 1977) woont in Parijs. Ze studeerde Franse taal- en letterkunde in Nijmegen en vervolgens Franse literatuur aan de Sorbonne. Ze promoveerde daar in 2009 in de vergelijkende literatuurwetenschap en doceerde er Nederlands. Momenteel is ze universitair docente vertalen (Frans-Nederlands) aan de universiteit van Luik (ULG) . Daarnaast is ze werkzaam als literair vertaalster Nederlands - Frans, Frans-Nederlands, Fries - Frans, hoofdzakelijk van hedendaagse poëzie.