thema:

Vier teksten

Vertaling:

spiegelingen

in het art’otel in dresden werd de wiskundige paradox van de viervoudige oneindigheid opgelost: in de kunstzinnig gedecoreerde halfronde badkamers met spiegelwanden staat als wastafel telkens een omgekeerde kegelstomp waar wie zich wast drie keer wordt weerspiegeld. je bent dus bij het ochtendtoilet al met zijn vieren, om zo te zeggen vier keer aan jezelf overgeleverd, wat alleen een sadist of een dubbele narcist in het kwadraat zou kunnen bedenken. ook de viervoudige oneindigheid ontstaat door spiegeling, een oud trucje waar architecten nog steeds genoegen in scheppen. de eenmansgroep met vieren weerspiegelt zichzelf dus oneindig en omdat de groep van vier al een spiegeleffect is, kun je terecht spreken van een viervoudige oneindigheid. het hoeft geen betoog dat de overige prestaties van de badkamer maar povertjes zijn: de handdoeken kun je niet fatsoenlijk ophangen, de scheerspiegel heeft geen geschikt licht, de zeephouder is weggestopt alsof het om een brandblusser ging en in de douche glijd je uit.

dezelfde vormgever heeft ook in de met spiegels beklede toiletruimten van het hotel-restaurant een plasboom voor vier mannen bedacht. deze keer ben je niet alleen met zijn vieren maar met zijn vieren alleen. je staat met het gezicht naar elkaar toe, gescheiden door kleine tot de navel reikende vleugeltjes van opaak glas en plast tegen een gemeenschappelijk centrum. de explosie in de oneindigheid in de badkamer is nu een soort collectieve implosie geworden, de vermenigvuldiging van de eenzaamheid een daad van collectieve gezelligheid.

 

mededeling

geachte hotelgast. ons personeel probeert u het vervelende en zenuwslopende druppen van diverse waterkranen te besparen. in de plaats daarvan hebben we het zachte geknetter van lampen en andere elektrische toestellen bedacht dat, dankzij onze sounddesigner, het druppen van waterkranen dicht benadert. zo hoeft u in ons huis de vertrouwde geluiden niet te missen en mag u er toch verzekerd van zijn dat u voor het slapen niet nog een keer hoeft op te staan om naar de badkamer te lopen.

(uit einschlafgeschichten, 2003)

 

rugzak

de rugzak, zei de gecultiveerde verkoper, is niet alleen een perfect functionele draagtas, die de last gelijkmatig over beide schouders verdeelt, maar hij is – zijn ogen begonnen te schitteren – in de hedendaagse moderne, zeg maar grootstedelijke samenleving het contactmiddel bij uitstek. u kunt er – laten we veronderstellen dat u metrolijn u3 neemt – elke willekeurige mens mee in het gezicht slaan zonder dat u het merkt, zonder dat u ergens ernstig aan begint, u kunt om het even welk contact opnemen zonder erop in te gaan, echt, u heeft een communicatief eenrichtingstoestel eerste klasse. mocht u toevallig een andere rugzakdrager in de u3 tegenkomen, is dat op zich om het even, tenzij die u nors met de gespen en knopen, met de riemen en klittenbanden in het gezicht slaat. ook dit contact kan, tenminste als u niet echt gewond wordt, voor u vrijblijvend zijn, want u weet niet of u niet tegelijkertijd een ander een bolwassing geeft. kijk, u kunt in een metrowagon hele kettingreacties veroorzaken, gesteld dat er genoeg rugzakdragers meerijden. wist u overigens, geachte klant – het was een wener – dat de rugzak aardig op weg is het cultvoorwerp van onze autistische samenleving te worden? er bestaan verenigingen die geregeld en volgens zorgvuldig uitgedokterde en goed bevonden regels harde rugzakaanvallen oefenen zonder zichzelf in gevaar te brengen. dat is natuurlijk de voorwaarde en maakt de vereniging in gezondheidspolitiek opzicht zo interessant. ik geef u een goede raad: koop deze rugzak, hij staat u goed, de aanval is de beste verdediging, u heeft ook de juiste lengte en figuur om iedereen eens stevig in de baard te vliegen, sorry, iedere vrouw ’s flink de schmink te smeren. u wilt er nog een keer over nadenken? doet u gerust. ik voorspel u dat u terugkeert.

(uit wiener linien, 2004)

 

zingende zaag

bij de woorden zingende zaag kreeg hij vochtige, stralende ogen. niet dat hij onmuzikaal was en de zeemzoete, jammerende toon hem had bevallen. nee, het feit dat je uit een opgespannen stuk getand ijzer moeiteloos klanken kon voortbrengen – dat was het wat hem verbaasde. dat een stuk gereedschap dat bij gewoon gebruik enkel kon krijsen, schrapen en scheiden, zodra het in rusttoestand en onder spanning was gebracht, door het te strelen een andere sfeer van het bestaan kon binnendringen – daarvan kreeg hij de tranen in de ogen. hij was timmerman.

(uit und oder oder und, 2006)

Over de auteur:

Friedrich Achleitner (1930), architect, architectuurcriticus en -historicus, dichter en schrijver. Hij maakte in de jaren 50 en 60 deel uit van de Wiener Gruppe. Publicaties: prosa, konstellationen, montagen, dialektgedichte, studien (1970), quadratroman (1973) en de bundels prozaschetsen einschlafgeschichten (2003), wiener linien (2004), und oder oder und (2006) en der springende punkt (2009).

Over de vertaler:

Erik de Smedt (1953), vertaler en criticus. Recente publicaties: Ann Cotten, Alle zwanen heten Reinhard en andere gedichten (2011), Spiel auf Leben und Tod. Die Auferstehung des Konrad Bayer (2012).