thema:

An die Musik

Vertaling:

In de nachttrein van Helsinki naar Rovaniemi

waarboven de rook van de locomotief dwarrelde in het maanlicht

en opwolkte boven half zichtbare bossen en weiden,

werd het voortdurend zwaaien en trillen van de trein begeleid

door het aanzwellen van vrouwenstemmen in de coupé naast ons,

die liederen zongen tegen de duisternis. Misschien een kerkkoor

of een evangelisatieteam. Geen sprake van dat ik ze zag,

maar deze eerste nacht in Finland liet ik mij,

zonder de taal te kennen, op hun harmonieën meedrijven

naar mijn onbekende bestemming.

Zo hoorde ik, toen ik in de buurt van Serajevo

in mijn eentje in een biertuin zat, in de schaduw van bomen,

pul in de hand, terwijl een speenvarken boven een gat te roosteren hing,

een volkszangeres wier stem boven het rumoer

van verkeer en van gesprekken aan nabije tafeltjes uit kwam

met klanken waarvan ik het bestaan niet vermoedde,

een stem gedistilleerd

uit eeuwen zwijgen over verborgen lijden

en de verwachting dat het opnieuw nacht ging worden.

En vijftien jaar geleden in Jaisalmer, aan de rand

van de Tharwoestijn, verleidde een schrompelige man in lotuszit

mij, zijn enige toehoorder, met zijn eensnarige viool,

verre, ongehoorde muziek, tot meezingen met zijn rauwe stem.

Waar ik ook heen ga, Roemenië, Hongarije,

de muziek komt mij achterna. Die ogenblikken sijpelen weg

naar onbekende regionen van het geheugen, vloeien samen

met het koor van het volk uit Boris Godoenov,

gregoriaans in Tewkesbury Abbey, kampvuurliedjes

na de watersnood in Zeeland, overal

voelen wij ze borrelen, deze ondergrondse bronnen.

Het is de menselijke stem die ons opeist, wereldmuziek die vertelt

dat wij voorbij de taal één zijn, en die ons onze melancholie,

al is het maar voor even, laat prijsgeven voor genot.

 

 

(uit Night Vision, 2014)

Over de auteur:

Christopher Levenson (1934) heeft als negentienjarige zeven maanden lang geholpen de sporen van de watersnoodramp van 1953 uit te wissen. Ook in 1957/58 verbleef hij in Nederland, als docent aan de International Quaker School in Ommen. Vanaf 1968 was hij hoogleraar Engels en Creative Writing aan Carleton University, Ottawa. Hij heeft daar onder meer het tijdschrift Arc Poetry opgericht. Sinds 2007 woont hij in Vancouver. Vanaf zijn debuut In Transit (1959) heeft hij dertien dichtbundels gepubliceerd, waarvan A Tattered Coat upon a Stick (2017) de meest recente is. Bert Voeten heeft eerder twee gedichten van Levenson vertaald voor Kikker en nachtegaal (1969), de door Sybren Polet samengestelde bloemlezing van buitenlandse poëzie over Nederland. Recent zijn een aantal door Ad Zuiderent vertaalde gedichten gepubliceerd in Poëziekrant 42/1 (2018) en Tirade 474 (2019).

Over de vertaler:

Ad Zuiderent (1944) is dichter en criticus. Zijn bundel Natuurlijk evenwicht werd in 1984 bekroond met de Jan Campertprijs. Zijn meest recente bundel, zijn tiende inmiddels, is Een heel nieuw orgel (2015). Binnenkort verschijnen bij Uitgeverij Müller de door hem vertaalde gedichten van Christopher Levenson onder de titel Vox Humana.