thema:

De kindertijd van W.G. Sebald

Nu ik het dorp verlaat en weet dat ik het nooit
terug zal zien, probeer ik alles te onthouden:

de suikersmaak van de blinde dovenetel,
de stemmen van mijn gestorven grootouders
die tijdens zomeravonden op zolder hun thee-
visites kwamen spelen, de oogluikende adem
van de milde wind die alle vaantjes draait.
De pisgele vissige tanden van de waakhond,
het linkse nummerbord van de East Anglia,
de vermoedende vingertoppen van mijn moeder.
De uit traumafietsband gesneden scharnieren
van de konijnenhokken, de oneetbare meubels
van hazelnoottaart, het geritsel van hagedissen
op heet grind, het gebed met de mond vol steentjes.
De verende plank op de twee uiterste stoelen
zodat vier extra kinderen dicht tegen elkaar aan
geschoven aan tafel kunnen zingen en eten,
het gebrek aan bedden en het overschot aan
matrassen die lukraak op de grond worden gelegd.
De heg met de mathematische spinnen, de last
van insecten die boodschappen overbrengen
in onleesbare code, de sepia foto’s, het lint
van de bruiloft, het kinderbestek met inscriptie,
de kampgeheimen in de uniformkast.

W.G.Sebald (1944-2001) Duits schrijver die het grootste deel van zijn leven doorbracht in Engeland.

Over de auteur:

Tomas Lieske (1943) is schrijver. Hij publiceerde dichtbundels, verhalenbundels, romans en de essaybundel 'Het hoofd in de toendra' (Van Oorschot, 1989). Was geruime tijd redacteur van Tirade. Lieske won onder meer de VSB-poëzieprijs voor 'Hoe je geliefde te herkennen' (Querido, 2006) en de Libris Literatuurprijs voor 'Franklin' (Querido, 2000). Zijn laatste roman heet 'Achter de waterspiegel' (Querido, 2014).