thema:

Drempelwerk

De poëzie van Vladimir Lucien (1988) is gegrond in zijn geboorte-eiland, het Engels- en Kweyol-talige St. Lucia, dat zo uitgebreid geportretteerd en bezongen is door Luciens beroemde eilandgenoot, de Nobelprijswinnaar Derek Walcott (1930-2017). Uit die grond is Luciens taal opgetrokken, gekneed door de lokale religieuze gebruiken, en door de mangel gehaald van zowel een gewelddadige geschiedenis van onderdrukking en opstand, als van de actuele sociale complexiteit van het eiland. Zijn taal golft soms chaotisch, soms schijnbaar volmaakt kalm en ontspannen – als de zee, die even beloftevolle als dreigende massa die onophoudelijk tegen het eiland klotst. Luciens poëzie is de verklanking van die grond, van het schuim op die golven en van alle schoonheid en geweld die erin rondkolken en wortel schieten. Sounding Ground (2014) heet dan ook zijn veelgeprezen en bekroonde debuut; vooralsnog is het zijn enige bundel.

De gedichten die Lucien aan Terras beschikbaar stelde, en die hier voor het eerst worden afgedrukt, beschrijven een breuk met deze geboortegrond en de bewoners ervan. De verzen preluderen daarmee ook op de intrede van een andere existentiële houding, een nieuw vertoog, al zijn daarvan nog slechts de contouren zichtbaar. De sfeer is schimmig en ongewis; de gedichten zijn geënsceneerd in de schaduw, de nacht of juist in het felle kunstlicht van transitieplekken als metrostations en vliegvelden. De geboortegrond is er enkel nog in herinnering, terwijl de bestemming zich alleen als vage horizon laat aankondigen. Dit is drempelwerk van een mens in transitie, van een lichaam dat hangt in de weifelende momenten tussen stilstand en beweging, tussen einde en begin, tussen oud en nieuw. Een dramatische situatie, maar wel een die, hoe definitief ook, evengoed weer omgekeerd en in zijn alledaagsheid gerelativeerd kan worden, daar ‘overal ter aarde mensen / vertrekken vertrekken nu, en voorgoed.’

Over de auteur:

Matthijs Ponte (1982) is schrijver, criticus en filosoof. Hij doorliep zijn middelbare school in Suriname. In het verleden was hij o.a. directeur van Perdu en Read My World, betrokken bij de Werkgroep Caraïbische Letteren en co–presentator van een podcast over poëzie. Hij schreef kritieken voor verschillende tijdschriften en publiceerde een chapbook met poëzie. Momenteel doet hij onderzoek naar de stad en werkt hij aan wat een debuutroman zou moeten worden.